Cursus Balanslezen

Click here to load reader

  • date post

    02-Jan-2016
  • Category

    Documents

  • view

    148
  • download

    7

Embed Size (px)

description

Cusrsus voor het lezen van finaciele balasen

Transcript of Cursus Balanslezen

43BALANS-LEZEN

Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddelingen Beroepsopleiding

Balans

LezenDeze cursus is eigendom van de VDAB

INHOUDSOPGAVE

3

I. VOORSTELLING

II. WAT IS... ENKELE DEFINITIES EN OMSCHRIJVINGEN...4

1. BALANSLEZEN:4

2. ONDERNEMING:6

3. INVENTARIS:7

4. BALANS:8

5. RESULTATENREKENING:9

6. JAARREKENING:9

III. DE INVENTARIS...10

A. Inhoud: hebben en houden, bezit en schulden10

B. Wat is Kapitaal? Wat is Eigen Vermogen?11

C. Structuur12

D. Onderscheid: lange versus korte termijn12

IV. DE BALANS...14

A. Activa & Passiva?14

B. Vast Actief ( Vlottend Actief15

C. Eigen Vermogen (Vreemd Vermogen16

D. Verdere structuur...16

V. DE RESULTATENREKENING...19

A. Herkomst van de praktijk en situering19

B. Kosten = Uitgaven??? Welke wl, welke niet???19

C. Opbrengsten = Inkomsten??? Zelfde vraag...20

D. Categorien van kosten en opbrengsten21

E. Wat is Winst? Verlies? Welke soorten?24

VI. LIQUIDITEIT27

A. Het netto bedrijfskapitaal27

B. Current ratio28

C. Acid test of quick ratio29

D. Thesaurie of onmiddellijke liquiditeit29

E. Rotaties...30

1. Klantenrotatie of dagen klantenkrediet30

2. Leveranciersrotatie of dagen leverancierskrediet31

3. Voorraadrotatie of doorstroming van de stocks32

VII. SOLVABILITEIT OF SCHULD(ON)AFHANKELIJKHEID...34

A. Algemene schuldgraad.35

B. Lange termijnschuldgraad35

VIII. RENDABILITEIT, RENDEMENT...37

A. Bruto winstmarge (of bruto toegevoegde waarde-marge)37

B. Verkoopmarge(s) vr belasting38

C. Rendabiliteit van het Totaal Actief39

D. Rendabiliteit van het Eigen Vermogen (na belasting)39

IX. CASH-FLOW OF "DE WARE WINST"...40

X. SLOTBEMERKINGEN...41

1. Verband tussen rendabiliteit en solvabiliteit: de Financile Hefboom (financial leverage)41

2. Invloed van solvabiliteit op liquiditeit42

3. Invloed van liquiditeit (cash-flow) op solvabiliteit (fin. risico): de cash-flow dekking van het vreemd vermogen42

4. Slotoverweging:43

I. VOORSTELLING

Dit werkstukje heeft niet de pretentie een allesomvattende kijk op balansanalyse te bieden. Zo gaat het gewild voorbij aan interessante, maar omvangrijke themata als de tabellen van herkomst en besteding van de middelen en de waardebepaling van ondernemingen. Wl wil het een leidraad zijn bij de klassikale lessen, die aan geinteresseerden, zowel mt als zonder boekhoudkundige basis, een zicht van buitenaf willen geven op de economische situatie van een onderneming, uitgaande van het beschikbaar cijfermateriaal in de jaarrekening. Dit specifiek doel is beslissend voor de omvang en de diepgang van de hier verstrekte informatie.

In de hoofdstukken II tot en met V wordt daarom eerst een licht ontstoken over de boekhouding als werkinstrument. Zonder kennis van het werkinstrument en de daaruit voortvloeiende cijfergegevens is geen interpretatie mogelijk. Daarna kunnen we dan de hoofdstukken VI tot en met IX aanvatten, die de kern en het doel van deze cursus inhouden:

Zo bestuderen we in hoofdstuk VI de liquiditeit als verhouding tussen "binnenkort" te betalen schulden en het daarvoor beschikbare geld en gaan we na hoe "beschikbaar" die middelen van de onderneming wel zijn.In een tweede stap bekijken we de solvabiliteit (hoofdstuk VII) als wijze van verdeling van de schulden over bedrijfs-interne (aandeelhouders) en bedrijfs-externe geldschieters (banken, leveranciers, e.a. leningen en schulden).Vermits ondernemingen geen liefdadigheidsinstellingen zijn en geld moet "opbrengen", behandelen we onvermijdelijk de rendabiliteit van de onderneming (hoofdstuk VIII) en gaan we na hoe deze tot stand is gekomen. Deze rendabiliteit geeft de verhouding weer tussen de ingezette middelen en wat zij hebben voortgebracht.Voor we in het laatste hoofdstuk enkele verbanden leggen en conclusies trekken, wordt een tipje van de sluier gelicht over een onderwerp dat veel uitdieping toelaat, die echter in deze cursus haar plaats niet vind. De winst van een onderneming bevat namelijk ook invloeden, die boekhoudkundig wel een benadering van de realiteit uitmaken, maar die de ware winst enigszins vertekenen. Dit ware beeld wordt opnieuw getoond via de cash-flow-analyse (hoofdstuk IX).

In tegenstelling tot andere geschriften over het thema, wordt in dit werkje de klemtoon gelegd op een goed begrip van de gegevens waarmee gewerkt wordt, dat moet voorafgaan aan het "van buiten kennen" van formules: zulk begrip blijft langer bij en zal er te gepasten tijde ook toe aanzetten de formules aan te passen of te relativeren. Het praktische nut van onderhavige cursus hangt voornamelijk af van de door de lezer gezochte of uitgeoefende tewerkstellingsfunctie. Zo is het van essentieel belang voor directiemedewerk(st)ers en (hulp)boekhoud(st)ers, dat zij minstens noties hebben van de door de boekhoud(st)er, financieel en/of algemeen directeur, accountant of bedrijfsrevisor gehanteerde terminologie.

II. Wat is...Enkele definities en omschrijvingen...

1. BALANSLEZEN:

= methode...om o.b.v. uitgebreid en onoverzichtelijk cijfermateriaal...toch min of meer significante uitspraken te kunnen doen...over de economische toestand van een onderneming...op een bepaald ogenblik...

a) Methode?

Ja, want er wordt gebruik gemaakt van (naar behoefte aanpasbare) formules, die in kengetallen uitmonden, die dan samen genterpreteerd dienen te worden in de vorm van conclusies...

b) Uitgebreid en onoverzichtelijk cijfermateriaal?

Bij eerste, oppervlakkige en onvoorbereide lezing van een balans (zie voorbeeld in bijlage) wordt men overstelpt door cijfers, die op zich meestal weinig relevant kunnen genoemd worden. Wanneer men deze cijfers echter op de gepaste wijze naast en tegenover elkaar plaatst (zoals in een puzzel), verkrijgt men een totaalbeeld, dat toelaat min of meer treffende vaststellingen en zinnige conclusies te formuleren.

c) Min of meer significante uitspraken?

Er weze hier ook opgemerkt, dat de jaarrekening als bron van informatie niet vrij is van beperkingen, die haar waarde als gezondheidsbarometer sterk kunnen relativeren. Naast het feit dat de balans een MOMENTOPNAME is (zie verder), zijn bepaalde cijfers gestoeld op - altijd min of meer SUBJECTIEVE - RAMINGEN en WAARDERINGEN. Bovendien worden (vrijwel) alle elementen gewaardeerd aan KOSTPRIJS en niet aan vervangings- of verkoopwaarde (die soms middels herwaarderingen benaderd kan worden). Tenslotte mag men niet uit het oog verliezen dat - ook al is het tegendeel imminent - de balans principieel opgesteld wordt vanuit going concern-standpunt (men gaat ervan uit dat de onderneming haar activiteit blijft voortzetten) en al te vaak systematisch geretoucheerd wordt, om naar buiten toe een vaak onverdiend vertrouwen te wekken...

Als we al rekening gehouden hebben met deze beperkingen, dan nog is de uitkomst van ons denken en rekenen in hoge mate afhankelijk van het juiste gebruik van de formules, waarbij geen element verkeerdelijk mag worden toegevoegd of weggelaten.

Zo zal men ook steeds moeten nagaan in welke mate de standaardformule voor deze of gene onderneming eventueel dient aangepast, onder meer vanuit de specifieke situatie van de onderneming qua activiteit, werkterrein, geplogenheden van de sector, enz... alvorens men bepaalde criteria als alarmerend of afwijkend mag bestempelen.

d) Over de economische toestand van een onderneming?

Zowel de bedrijfsinterne (eigenaars/aandeelhouders - leiding - personeel) als externe instanties (financile instellingen - leveranciers - overheid - klanten) zijn genteresseerd in de economische gezondheid van de onderneming.

Voor de eigenaars is dit evident: zij willen immers weten wat hun aandelen waard zijn, en wat zij opbrengen (of kosten!). De bedrijfsleiding wil weten hoe de zaken gaan, om te weten welke maatregelen zich opdringen en wat de mogelijkheden van het ogenblik zijn. Ook het personeel wil weten of en hoelang het bedrijf hen nog kan betalen en of er misschien ruimte is voor een loonsaanpassing...

Financile instellingen stellen de vraag meestal alleen, wanneer hen om geld gevraagd wordt, dus alvorens een leningsaanvraag goed of af te keuren. Ook bij beleggingsbeslissingen zullen zij nagaan hoe betrouwbaar (veiligheid) en lucratief (rendement) hun belegging in de aandelen van deze of gene onderneming kan of zal zijn.

De leveranciers willen weten of zij een kredietwaardige klant hebben. De overheid, of en hoeveel belastingen zij kan innen. En ja, ook de klant wil weten of hij in de toekomst nog leveringen vanwege zijn leverancier moet verwachten...

Om op al deze vragen te kunnen antwoorden, moet de koorts van een onderneming op (minstens) drie vlakken worden gemeten:

1. paraatheid of liquiditeit: in hoeverre is de onderneming voorbereid op het terugbetalen van haar op korte termijn vervallende schulden...

2. zelfstandigheid of solvabiliteit: in welke mate staat de onderneming op eigen benen, dus hoe onafhankelijk is zij van externe financieringsbronnen (leningen)...

3. scheppingskracht of rendabiliteit: is de onderneming in staat zelf door eigen activiteit nieuwe middelen aan te maken (winst te genereren) en hoe staat die winst tegenover de ingezette middelen.

4. (geldstroom of cash-flow): wat is de ware omvang van de bedrijfsactiviteit, los van de minder controleerbare en vaak meer manipuleerbare factoren? Hoe ziet de financile structuur van de onderneming eruit? enz...

Elk van deze parameters, los van de andere bekeken, is weinig tot nietszeggend. Het binnen het juiste kader geplaatste