Cursus Hardware

Click here to load reader

  • date post

    15-Jun-2015
  • Category

    Documents

  • view

    828
  • download

    3

Embed Size (px)

Transcript of Cursus Hardware

Begrippen uit de informaticaWerken in informatica brengt met zich mee dat een aantal begrippen, afgeleid uit de Engelse taal, ter ore komen van de gebruikers. Wat betekenen deze woorden nu allemaal? Binnen informatica onderscheiden wij een aantal belangrijke groepen: Hardware Software Het materiaal waarmee we werken zoals de computer, microprocessor, scherm, toetsenbord, schijven. De programma's die gebruik maken van deze hardware en zo de communicatie verrichten tussen de verschillende onderdelen.

HARDWAREBinnen hardware hebben we verschillende componenten met ieder een specifieke opdracht. Wanneer we spreken over een computer, spreken we over een verwerkingseenheid met in- en uitvoerapparaten. In de meest simpele vorm spreken we dus over een computerkast met daaraan een toetsenbord en scherm. IN DE COMPUTERKAST In de computer treffen we volgende onderdelen aan: Moederbord of mainboard. Basisonderdeel van de computer waarop alle interne en externe onderdelen verbonden zijn. Bevat interne bussen en uitbreidingssleuven voor diverse apparaten, evenals de controleorganen voor de verschillende uitwendige communicatiepoorten. De moduleerbaarheid van een computer hangt af van de uitbreidingen die het moederbord mogelijk maakt. Het hart van de computer waarin alle berekeningen gebeuren. De processor wordt gekoeld door koelvinnen met of zonder ventilator. Zeer snel geheugen dat door de processor gebruikt wordt om tijdelijk informatie op te slaan Verschillende merken produceren moederborden. Bij aanschaf dient men vooral te letten op het type processor en werkgeheugen dat ondersteund wordt.

Microprocessor

Intel Pentium, AMD K6 en Athlon, IBM, Cyrix,, Motorola 256 KB - 512 KB cache. Intern (Level1) of extern(Level2) aan de processor

Cachegeheugen

Pagina 1

Werkgeheugen

Opslagmedia

Power-supply

Het geheugen dat de computer gebruikt als tijdelijke opslagplaats van informatie tijdens het werken van de computer. Hoe groter dit geheugen is, hoe sneller de processor over recente informatie kan beschikken. Is trager dan cachegeheugen. Opslagmedia zijn dragers voor elektronische informatie. De opslagcapaciteit is in de loop der jaren steeds groter geworden. De toegangstijden tot de opgeslagen informatie steeds sneller. Dit is de stroomvoorziening van de computer, meestal voorzien van een ventilator voor koeling.

16 MB RAM tot 2 GB RAM.

Capaciteit uitgedrukt in MB of GB.

Opslagmedia kunnen zowel intern in de computerbehuizing ondergebracht worden als extern aangekoppeld worden via de communicatiepoorten. Hierna volgen enkele opslagmedia die in de handel verkrijgbaar zijn. Erachter staat de standaard opslagcapaciteit zoals deze op het ogenblik van het schrijven van deze handleiding bekend zijn. Deze opsomming is niet limitatief. Er komen maandelijks nieuwe media op de markt. Diskette Verplaatsbaar medium. De diskette kan gebruikt worden om kleine tot middelgrote files op te slaan. Zeer kwetsbaar medium met groot gevaar voor dataverlies. Enkel 3,5 diskettes zijn momenteel nog in gebruik. Vast in de PC ingebouwd medium met een grote tot zeer grote opslagcapaciteit. Kan met een standaard IDE of met een SCSI-kabel verbonden worden aan een respectievelijke controller. Kan eventueel ook ondergebracht worden in een externe kast, verbonden met de computer via SCSI - , parallelle of USB kabelverbinding. Voordeel : snellere data-access dan andere media en een vrij stabiele werking. Read Only Memory op CD. Het medium van de jaren '90. Een CD-ROM-lezer kan enkel data en audio lezen die op een CD-plaatje gebrand werd. Daarom spreken we van een ROM. Op een CD/R kan je data schrijven en dezePagina 2

5,25 5,25 3,5 3,5

DS: 360 KB HD: 1,2 MB DD: 720 KB HD: 1,44 MB

Harde schijf

20 MB 200 GB

CD-ROM CD-R CD-RW

640MB of 700 MB

daarna zo dikwijls aflezen als je zelf wilt. De R staat voor recordable. Een CD-RW kan je herbeschrijven. De RW duidt op rewritable.

DVD DVD-R/+R DVD-RW/+RW DVD-RAM

ZIP-Drive

Superdisk (LS-drive)

Magneetband

Flash geheugenvarianten

Het medium waar de 21ste eeuw mee ingezet wordt. Deze met laser gelezen plaatjes bieden een veel grotere opslagcapaciteit dan de CD. In de DVD-wereld zijn echter verschillende spelers aanwezig waardoor verschillende protocollen ontstaan zijn. Verwisselbaar opslagmedium dat in 1998 een verkoops-boom beleefde. In 1999 werd de opslagcapacitelt vergroot. De 1 GB-versie werkt enkel met een SCSI-interface. De concurrent van de ZIP-drive. De diskettes van 120 MB worden gelezen in een toestel dat ook de normale 1,44 MB diskettes kan gelezen. Minder gekend bij het grote publiek. Magneetbanden bestaan in verschillende grootten en vormen. Het zijn media die een grote capaciteit aan gegevens kunnen opslaan maar als grote nadeel hebben dat de gegevens sequentieel geschreven en gelezen moeten worden. Je moet de band steeds spoelen tot op de locatie waar de gegevens staan. Magneetbanden worden dan ook hoofdzakelijk gebruikt voor het opslaan van grote hoeveelheden van gegevens die niet dikwijls wijzigen. Bvb : Back-up van gegevens op servers of computers. De nieuwste trend in opslagmedia zijn de toestellen/kaarten die gebruik maken van de flash-technologie. Vooral de opkomst van de digitale fotografie ligt aan de grond van de explosieve evolutie van dit soort opslagmedia. De techniek is gebaseerd op deze van een EEPROM (Electrically erasable programmable read-only memory). De kaarten zijn licht en snel uitwisselbaar. Er zijn geen draaiende onderdelen waardoor de slijtage minimaal is. De invoering van USB-memorypennen enPagina 3

DVD : tot 17GB DVD R/RW : Enkellagig : 4,7 GB Dubbellagig : 8,5 GB DVD-RAM : 4,7 tot 9,4 GB 100 MB, 250 MB en 1 GB.

120 MB

Meerdere GB

512 MB 16 GB

varianten geeft een goed en veilig alternatief voor het gebruik van diskettes, ZIP- en LS disks. Flash geheugens worden nu al meegeleverd met computers in plaats van een diskette drive. De computer evolueerde op het einde van de 20ste eeuw naar een waar multimediatoestel (toestel dat voor verschillende functies gelijktijdig gebruikt kan worden). Het was eigenlijk IBM die de aanzet hiertoe gaf door de bustechnologie toe te passen die het mogelijk maakte om in de computer uitbreidingssloten te voorzien. Deze uitbreidingssloten zorgden ervoor dat de computer intern uitbreidbaar werd voor nieuwe bijkomende functionaliteiten. Ook Interrupt requests (IRQ) doen hun intrede. Het zijn bitsignalen(1 of 0) die om aandacht vragen van de processor. Een processor kan maximaal 16 interrupts verwerken (IRQ0 IRQ15). Een aantal interrupts zijn aan vaste functies toegewezen, andere kunnen door uitbreidingskaarten gebruikt worden. Zo kennen we de videokaarten, geluidskaarten, netwerkkaarten, modemkaarten, tvkaarten, kaarten voor video bewerking, .

Pagina 4

Ook de uitbreidingsloten evolueerden mee met de snelheid van de computers en de interne bussen(adres- en databussen). Alle bustechnologien kregen hun eigen afkorting mee. Alles begon met de ISA (Industry Standard Architecture) van IBM. Momenteel spreken we vooral over de PCI uitbreidingssleuven en AGP grafische kaart-uitbreidingssloten. Hieronder volgt een kort overzicht. Bustype ISA Omschrijving Industry Standard Architecture. Standaard van IBM die oorspronkelijk ontwikkeld werd voor de XT-computer met een sturing van 8 bits. In 1984, bij de opkomst van de ATcomputer ze omgevormd maar 16 bits. Extended Industry Standard Architecture. Met ISA compatibel bussysteem dat 32 bits communicatie ondersteunde. Video Electronics Standards Association Local Bus (ook VESA LB genoemd) is naast de PCI-bus de meest gebruikte interne busstructuur. Het is een basis ISA bus met een extentie slot voor extra 16 bits. Hierdoor pasten ISA-kaarten ook in de VLBsloten. Nadeel : - hoog stroomverbruik - geen plug and play Peripheral Component Interconnect local bus. De meest gebruikte bus in de huidige systemen. Heeft als belangrijkste troeven dat de uitbreidingskaarten gemakkelijk via plug & play genstalleerd kunnen worden. Het bussysteem maakt gebruik van een eigen adresseringssysteem waardoor het mogelijk is meerdere kaarten aan n toe te wijzen. Momenteel is ook reeds een PCIExpressslot in ontwikkeling met een doorvoersnelheid van 4 GB/Sec Gebruik Wordt nog steeds gebruikt voor het aansturen van langzame hardware zoals modems en muis. Wordt minder gebruikt als uitbreidingsslot. Er zijn weinig kaarten gemaakt die deze structuur ondersteunen. Werden vooral in servers gebruikt. Is nog uitzonderlijk in gebruik. De opkomst van PCI en het gebrek aan plug & play mogelijkheden heeft het gebruik van deze kaarten doen uitdijen. Hoogtepunt van gebruik was tijdens het 486processor tijdperk.

EISA

VLB

PCI

Alom tegenwoordig in de moderne computers. Het zijn conventioneel wit gekleurde uitbreidingssleuven.

AGP

Accelerated Graphics Port Speciaal slot voor videouitbreidingskaarten. Dit slot ontlast de PCI-bus van het transport vanPagina 5

Vooral nuttig bij 3D games(spellen) en wetenschappelijke toepassingen waarbij de grafische voorstelling belangrijk is.

grote video-gegevens. Vooral bij gebruik van 3D-videotoepassingen zorgt de AGP-kaart voor betere prestaties omdat ze rechtstreeks communiceert met de processor en het systeemgeheugen. AGP is geen bussysteem maar n enkel insteekslot voor n kaart met bijzondere grafische eigenschappen.

In ieder modern moederbord is een AGP-slot voorzien.

In onderstaande tabel geven we een overzicht van de bitbreedte die de verschillende bussen aankunnen, de snelheid waarmee ze werken en de bandbreedte die maximaal bereikt kan worden. De bandbreedte is het aantal megabytes dat per seconde getransporteerd kan worden door de bus.Commercile Bandbreedte (MB/sec) 8 16 32 133 133 512 We