Effecten van de nieuwe bèta-examenprogramma's op het Nederlands voortgezet- en hoger...

Click here to load reader

  • date post

    01-Jan-2016
  • Category

    Documents

  • view

    40
  • download

    0

Embed Size (px)

description

Effecten van de nieuwe bèta-examenprogramma's op het Nederlands voortgezet- en hoger onderwijs. Universiteit Gent 28 november 2012 Emiel de Kleijn. Nieuwe Scheikunde / NiNa /CVBO Plannen voor een vernieuwd, vernieuwend en continu vernieuwbaar programma. bijdraagt aan scientific literacy - PowerPoint PPT Presentation

Transcript of Effecten van de nieuwe bèta-examenprogramma's op het Nederlands voortgezet- en hoger...

PowerPoint-presentatie

Effecten van de nieuwe bta-examenprogramma's op het Nederlands voortgezet- en hoger onderwijs.Universiteit Gent

28 november 2012

Emiel de KleijnScheikunde RU NijmegenLeraar natuur- en scheikundeVakdidacticus scheikunde ILS HAN-RUBeleidsmedewerker FNWIAansluiting vo-hoInrichting bacheloropleidingSLO, curriculum ontwikkelaarProjectleider NSSecr. Syllabuscie

1Nieuwe Scheikunde /NiNa/CVBOPlannen voor een vernieuwd, vernieuwend en continu vernieuwbaar programmabijdraagt aan scientific literacyconcepten leren wendbaar te gebruikeninzicht geeft in maatschappelijke relevantie van sk/na/biaansluiten bij actuele ontwikkelingen; blijvende vernieuwing van het sk/na/bi-onderwijsbijdraagt aan grotere instroom in btaprofielen vo en uitstroom naar bta(technische)opleidingen in homeer samenhang binnen het vak en tussen de btavakken (lapjesdeken)docent (weer) eigenaar van schoolcurriculum2Conclusie in 2002Scheikundeprogramma:LapjesdekenOpgebouwd vanuit historisch perspectief/ontwikkeling chemieErbij-erbij-erbij Vaak ook laatst erbij en bij de volgende verandering weer er afTe lage instroom beta-opleidingen hoAlle docenten als ontwerperKader voor een schoolvakExamenprogramma VerkenningscommissieVernieuwingscommissiesVaststelling door ministerieLesmateriaal, voorbeeldmatig- pilots vernieuwingscommissies (evidence based)- uitgeversSchoolexamenHandreiking SLO, voorbeeldmatigCentraal examenSyllabuscommissie CvE Examenopgaven Cito

3ToekomstAugustus 2013 in alle 4e klassen havo en vwoInvoering van de nieuwe examenprogrammas voor Biologie, Natuurkunde en Scheikunde

bi (N&G)na (N&T)sk (beide profielen)Havo400400320Vwo 480480440

Waarvan 60% CE en 40% SE60-80 slu 1 lesuur gedurende 1 jaar4Globale indeling domeinenDomein A VaardighedenDomeinen B t/m D (kern)conceptenDomeinen E t/m Gcontext* gerelateerd

*)De in de syllabus genoemde contexten mogen bij ce-opgaven als bekend verondersteld worden; andere contexten behoeven een toelichting5TIMMSBeheersingsniveauSubniveauChemische kennisHandelingswerkwoordenTIMMS IWeten1In chemische verschijnselen en bij waarnemingen chemische vakbegrippen benoemen en herkennen en in deze situatie toelichten.BenoemenHerkennenToelichtenTIMMS IIToepassen2Concepten en daaraangerelateerde vakbegrippenkunnen gebruiken en beschrijven in een standaardprobleemstelling.Berekenen (eenvoudig)BeschrijvenAangevenGebruiken3Concepten en daaraangerelateerde vakbegrippenmet elkaar in verbandbrengen en daarmee een sluitende redenering geven.VerklarenRelateren aanVerbanden leggen tussenBerekenen (meer variabelen)Redeneren over / met behulp van TIMMS IIIRedeneren4Analyseren met behulp van concepten en vakbegrippen bij een ontwerp van een product en voorstellen formuleren bij het maken van een aanpassing of een verbetering van een proces of een product.AnalyserenBerekenen (complex)Conclusies trekkenVoorstellen formuleren5Toepassen van concepten en vakbegrippen bij het doen van onderzoek in complexeprobleemstellingen en resultaten kritisch beoordelen en effecten van verbetervoorstellen beoordelen. Voorspellingen doenBeoordelenBeargumenterenHandelingswerkwoorden gebaseerd op scientific competencies genoemd in PISA 09Opgesteld ihkv TIMMS: Trends in International Mathematics and Science Study

Syllabus vwo pagina 8TIMMS I: WETENTIMMS II: TOEPASSENTIMMS II: REDENEREN

Enkele beschrijvingen van subniveaus bespreken 1-2-5

6Verschil havo met vwo (1)B4 Bindingen, structuren en eigenschappenHAVO: de kandidaat kan op basis van kennis van aanwezige structuren en de bindingen in en tussen deeltjes een macroscopische eigenschap van een stof VERKLARENVWO: de kandidaat kan op basis van kennis van structuren en de bindingen in en tussen deeltjes eigenschappen van stoffen en materialen VERKLAREN en omgekeerd vanuit de eigenschappen van stoffen of materialen structuren VOORSPELLENDe handelingswerkwoorden geven aan op welk beheersingsniveau een lln een bepaald vakbegrip/concept moet kennen

De vraagstelling mag dit beheersingsniveau niet te boven gaan7SyllabusDe syllabus kan jaarlijks bijgesteld worden indien dat noodzakelijk is. Dit kan om klachten gaan die via de examenlijn zijn binnengekomen. Vernieuwingen zouden ook opgenomen kunnen worden indien noodzakelijk.Het globaal examenprogramma kan niet bijgesteld worden tenzij er een nieuw examenprogramma komt.

8Nieuwe examenprogramma HAVODomein A: VaardighedenDomein B: Kennis van stoffen en materialenDomein C: Kennis van chemische processen en kringlopenDomein D: Ontwerpen en experimenten in de chemie Domein E: Innovatieve ontwikkelingen in de chemieDomein F: Processen in de chemische industrieDomein G: Maatschappij en chemische technologie9Nieuwe examenprogramma VWODomein AVaardighedenDomein B Stoffen en materialen in de chemieDomein C Chemische processen en behoudswettenDomein D Ontwikkelen van chemische kennisDomein E Innovatie en chemisch onderzoekDomein FIndustrile (chemische) processenDomein G Maatschappij, chemie en technologie

10Waarom CoCo?Benadering sluit aan bij wetenschappelijke theorien vanuit leerpsychologie en (vak)didactiekAantrekkelijk, actueel en relevant onderwijsAard van kennis (toepassen, wendbaar gebruik)Versterken van samenhang binnen en tussen vakkenStructuur en ordening van het schoolvak

CoCo-benadering is vooral een middel om en geen doel op zichzelf!

De opdracht aan de vernieuwingscies was het ontwikkelen van examenprogrammas die concepten en vaardigheden benoemen en deze plaatsen in voor lln aansprekende leefwereld, beroeps- en wetenschappelijke contexten. Deze koppeling kreeg de context-concept benadering.11Rol van contextenFunctionele contextenContexten die vastgelegd zijn in het examenprogramma F5 duurzaamheid & G2 gezondheidDidactische contextenContexten die gebruikt worden om kennis te illustreren of om kennis toe te passen12Rol van contextenX-as: inrichting en vormgeving lesmateriaal (hoe)Y-as: selectie inhoud: wat wordt behandeld (wat)

X-as: Op welke manier wordt de inhoud in het lesmateriaal vormgegeven, hoe wordt het lesmateriaal ingericht? Langs de conceptuele vakstructuur of door de centrale context

Y-as: Wat wordt behandeld in het lesmateriaal; welke concepten komen aan bod? Bepaalt de conceptuele vakstructuur de inhoud of volgt de inhoud uit de context. (staat de context centraal)13Context-Concept (1)Context als illustratieContext om kennis en vaardigheden toe te passen; conceptuele vakstructuur bepaalt inrichting en de leerinhoud vh lesmateriaal bijv. ontledingsreacties; toepassing fotopapierContext als verbindingContext bepaalt de inrichting vh lesmateriaal; de conceptuele vakstructuur bepaalt de leerinhoud. Bijv. Wat hebben planten nodig? Zouten of Eet je gezondcontext als illustratieDe werking v.e. batterij als toepassing van een redoxreactie op afstand.Demo Danilcel, lampje, amperemeterVakbegrippen red ox, halfreactie, negatieve en positieve pool en (spontane) redoxreacties worden verduidelijkt a.d.h.v. deze batterij

Context als verbinding.Module Hoe eet je gezond? We eten elke dg, maar welke stoffen zitten daarin en waarvoor hebben we die nodig?LLn zeggen het gaat over gezonde voeding (schijf van 5; etiketten lezen); docent zegt: natuurlijke macromoleculaire stoffen (koolhydraten, vetten, eiwitten, mineralen). Om vakinhoudelijke redenen wordt ook verzeping, waswerking, fotosynthese en naamgeving organische chemie hieraan gekoppeld, terwijl dit eigenlijk buiten de context voeding valt14Context-Concept (2)Context centraalConceptuele vakstructuur wordt losgelaten; de context bepaalt de leerinhoud (de scooter van de 21e eeuw); need-to-knowContext op afstandHet lesmateriaal is vormgegeven langs de conceptuele vakstructuur; de context bepaalt de leerinhoud (beroepscontext van een analist of ditist)

Centrale contextModule de scooter van de 21e eeuwOntwerp de snelle, zuinige en duurzame scooter van de 21e eeuw.Onderzoek- en ontwerpteams (met expertmethode)Alle lln hebben wat geleerd over explosies, rendement, redoxreacties en materiaal eigenschappen. Daarnaast ook informatievaardigheden, onderzoeken en maken van een ontwerp.Lln doen ook specifieke kennis op: 2-4 tactmotor zonnecel, keramische materialen. Need-to-know-principeContext op afstandDe scheikunde die een ditiste krijgt.De wezenlijke contexten zijn: voeding en sijsvertering.De org. Chemie die gegeven wordt is volgens de conceptuele vakstructuur in bijv. voedingsleer: aldehyden, ketonen, sachariden, vetten en eiwitten, maar IUPAC-nomenclatuur, analyse, synthese en reactiemechanismen spelen geen rol. De concepten die aan de orde komen spelen een rol voor het uitoefenen van het beroep ditist15Doel van brsps & vspsmissie

bijdragen aan blijvende professionalisering van docenten in voortgezet en hoger onderwijsbijdragen aan blijvende ontwikkeling van het onderwijs in de btavakkenversterken van de aansluiting tussen vo en ho en zo bijdragen aan verhoging van studiesucces in het hoger onderwijs.

16

16Driehoek: VAK Docenten-Leerlingen

Professionalisering: voor docenten in vo en hoAansluiting vo-ho : gericht op leerlingen17missie

bijdragen aan blijvende professionalisering van docenten in voortgezet en hoger onderwijsbijdragen leveren aan blijvende ontwikkeling van het onderwijs in de btavakken en de invoering van de bta brede nieuwe exameneisenversterken van de aansluiting tussen vo en ho en zo bijdragen aan verhoging van studiesucces in het hoger onderwijs.

Doel van brsps & vsps17Driehoek: VAK Docenten-Leerlingen

Professionalisering: voor docenten in vo en hoAansluiting vo-ho : gericht op leerlingen18kenmerken van een steunpuntsamenwerkingsverband tussen vo-scholen, n of meer universiteiten en n of meer hogescholen (en bedrijven)draagvlak in zijn regio vanuit vo-scholen en ho-instellingener is een penvoerder, centraal adres etc.voert activiteiten uit di