ges · Web view , Lawrence Erlbaum Associates, Mahwah NY, p. 265-296. Bij counterfactual...

Click here to load reader

  • date post

    24-Jan-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of ges · Web view , Lawrence Erlbaum Associates, Mahwah NY, p. 265-296. Bij counterfactual...

Meesterproef

Ter Stimulering ende Vermaeck

Counterfactual history als werkvorm in de klas ter stimulering van het historisch redeneren

Niels Frerichs (F121650)

Begeleider: drs. Hanneke Tuithof

Universiteit Utrecht, Centrum voor Onderwijs en Leren

Juli 2013

Inleiding

Op 13 december 1931 bezoekt de tot dan toe vrij onbekende Britse diplomaat Winston Churchill de Verenigde Staten. In een moment van achteloosheid steekt hij de straat over en wordt geraakt door een taxi. Hoewel Churchill de rest van zijn leven met een stok zal lopen, overleeft hij het ongeluk. Terug in het Verenigd Koninkrijk groeit Churchill uit tot een van de bekendste staatslieden van de 20e eeuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog slaagt hij er als premier in Hitler te weerstaan en daarmee een beslissende rol te spelen in de geallieerde overwinning. Dankzij zijn inspirerende toespraken en persoonlijke vriendschap met Franklink Delano Roosevelt, toenmalig president van de Verenigde Staten, lukt het hem de Britse oorlogsinspanning op peil te krijgen en de Verenigde Staten daarbij tot steun te bewegen.

Maar wat als Winston Churchill het ongeluk niet had overleefd? Hoe zou de geschiedenis eruit hebben gezien zonder zijn vooruitziende blik en sterke leiderschap tijdens de Tweede Wereldoorlog?

De ‘wat als-vraag’ is bij iedereen bekend; tal van romans nemen ons mee naar alternatieve werelden waarin de geschiedenis net iets anders is gelopen; Hollywood heeft het genre omarmt getuigen kaskrakers als The Inglorious Bastards, en ook op feestjes is de ‘wat als-vraag’ een terugkerend fenomeen.

Wie echter niet mogen speculeren over de geschiedenis, zo lijkt het soms, zijn historici; zij moeten zich uitsluitend bezig houden met geschiedenis zoals die werkelijk is geweest. Dit is spijtig, want juist het speculeren over alternatieve geschiedenissen kan geschiedenis kleur geven. De aantrekkingskracht van geschiedenis bestaat voor een groot deel uit het besef dat een belangrijke historische gebeurtenis – een oorlog, een genocide, een revolutie – gemakkelijk anders had kunnen lopen door een gemaakte blunder op het slagveld; een vroegtijdige dood van een van de hoofdrolspelers; of een op tijd ontvangen bericht. Met de ‘wat als-vraag’ kan historische verbeelding of sensatie opgeroepen worden, die – bijvoorbeeld – een leerling kan doen beseffen waarom de geschiedenis is gelopen zoals zij feitelijk heeft gedaan. Daarnaast – en daar zal dit schrijven aandacht aan besteden – kan speculeren over geschiedenis een hoger doel dienen: het bevorderen van het historisch redeneren en denken van leerlingen zoals is opgenomen in domein A van het nieuwe examenprogramma 2015.

Onderzoeksvraag en -methode

Dit onderzoek richt zich op counterfactual history – een vorm van alternatieve geschiedenis – als werkvorm in de klas.[footnoteRef:1] De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: [1: Onder werkvorm wordt verstaan een werkvorm met gedeelde sturing, zoals is beschreven in A. Wilschut Geschiedenisdidactiek, Handboek voor de Vakdocent (Uitgeverij Coutinho, 2012), p. 274]

‘In hoeverre is counterfactual history geschikt om het historisch redeneren van leerlingen te stimuleren?’

Er is bewust gekozen voor het woord ‘stimuleren’ in plaats van ‘activeren’, aangezien dit onderzoek er vanuit gaat dat leerlingen van het voortgezet onderwijs reeds ervaring hebben met historisch redeneren. Al in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs oefenen leerlingen met vaardigheden als ‘oorzaak en gevolg’. Onderzoek toont echter aan dat toepassing van dergelijke metacognitieve vaardigheden door leerlingen als bijzonder moeilijk wordt ervaren, wat stimulering van deze vaardigheden wenselijk maakt.[footnoteRef:2] Het oefenen met historisch redeneren gebeurt voornamelijk door broninterpretatie. Eigen ervaring leert echter dat leerlingen het interpreteren van prenten en teksten vaak als saai ervaren. Counterfactual history als werkvorm in de klas kan een gewenste toevoeging zijn om het historisch redeneren van leerlingen te verbeteren. [2: C. Van Boxtel & J. van Drie (2007) ‘Historical Reasoning: Towards a framework for Analyzing Students’ Reasoning about the Past’ in: Educational Psychological Review ]

Tevens is er bewust niet voor gekozen te achterhalen in hoeverre counterfactual history het historisch redeneren bij leerlingen bevordert, aangezien dergelijk onderzoek niet past binnen de beperkte omvang van het huidige onderzoek. Wanneer er onderzocht zou worden in hoeverre counterfactual history het historisch redeneren van leerlingen bevordert, dan zouden deze leerlingen bij voorkeur een jaar lang gevolgd moeten worden. Aangezien hiervoor tijd nog middelen ontbreken, beperkt dit onderzoek zich tot ‘het stimuleren van historisch redeneren’. Het onderzoek is dan ook verkennend van aard, waarbij mogelijk toekomstig vervolgonderzoek kan aantonen of het gebruik van counterfactual history het historisch redeneren van leerlingen daadwerkelijk bevordert.

Het onderzoek is tweeledig van aard. In het eerste deel wordt beschreven wat bedoeld wordt met counterfactual history. We mengen ons in het debat over de geldigheid en functionaliteit van deze vorm van geschiedbeoefening en komen tot een definitie die bruikbaar is als werkvorm in de klas. Vervolgens richten wij ons op historisch redeneren, waarbij we ingaan op het belang van deze vaardigheid, maar ook stil staan bij de moeilijkheidsgraad ervan.

In het tweede deel van dit onderzoek duiken we de klas in en bekijken we hoe counterfactual history gebruikt kan worden om het historisch redeneren bij leerlingen te stimuleren. Hiervoor zal gebruik gemaakt worden van twee testklassen, respectievelijk een 3 havo/vwo klas en een 5 vwo klas. Nadat de leerlingen een instructie hebben gekregen over counterfactual history, krijgen zij een counterfactual history onder ogen waarin Hitler omkomt bij een aanslag op zijn leven. Vervolgens moeten de leerlingen vragen beantwoorden over de gevolgen van een dergelijke aanslag (zie bijlage). Ter voorbereiding hebben beide klassen zich verdiept in tijdvakken 9, 10 en 11. Hoewel het voor zich spreekt dat de 5 vwo klas de stof beter beheerst, is er toch voor gekozen om ook een 3 havo/vwo klas in dit onderzoek te betrekken. Op deze wijze valt te achterhalen of leerlingen van deze leeftijd al klaar zijn voor counterfactual history als werkvorm in de klas, of dat dit een werkvorm is die beter past bij leerlingen die langer geschiedenisonderwijs hebben genoten.

Counterfactual history

Stellen wij de ‘wat als-vraag’, dan houden wij ons bezig met counterfactual history, een subgenre van speculatieve fictie dat zich afspeelt in een wereld waarin de geschiedenis net iets anders is gelopen dan de geschiedenis zoals wij die kennen. Counterfactual history wordt geplaatst in een feitelijke historische context, maar gaat vaak over sociale, geopolitieke of industriële omstandigheden die zich anders, of in een ander tempo hebben ontwikkeld. Counterfactual history wordt vaak verward met het bekendere ‘alternatieve geschiedenis’, omdat beide vormen van geschiedbeoefening in elkaars verlengde liggen. Zo gaan beide genres uit van een divergentiepunt in de tijd en een historische verandering, de hierna genoemde counterfactual, die de geschiedenis laat afwijken van de geschiedenis zoals wij die kennen. Het doel van beide vormen van geschiedbeoefening verschilt echter; counterfactual history is voornamelijk geïnteresseerd in specifieke gebeurtenissen, ontwikkelingen of personen die teniet worden gedaan door de counterfactual, om zo zicht te krijgen op het historische belang van deze gebeurtenis, ontwikkeling of persoon. Zo wordt in de counterfactual history uit de inleiding de doorslaggevende rol die Winston Churchill tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde – en die hem zo vaak wordt toegedicht door de geschiedenis – centraal gesteld; was Winston Churchill echt zo belangrijk voor het moreel van de Britse strijdkrachten, of had Groot-Brittannië de opmars van Nazi-Duitsland ook kunnen weerstaan zonder zijn bloed, zweet en tranen? Het is om deze reden dat counterfactual history zich vaak beperkt tot algemeenheden, aangezien hypothetische scenario’s die voortvloeien uit de counterfactual niet (direct) relevant zijn. Bij alternatieve geschiedenis, daarentegen, draait het juist om deze hypothetische scenario’s en kan de schrijver naar hartenlust fantaseren.

Counterfactual history is van alle tijden. Zo vroeg de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius zich al af in zijn algemene geschiedenis van Rome, het Ab Urbe Condita, wat er gebeurd zou zijn als Alexander de Grote zijn rijk niet oost- maar westwaarts had uitgebreid. De omslag kwam na de Eerste Wereldoorlog. Halverwege de 19e eeuw, werd counterfactual history steeds vaker van de hand gedaan als borrelpraat; geschiedenis voor aan de keukentafel. Counterfactual history zou gezien het speculatieve karakter niet voldoen aan de standaarden van degelijk historisch onderzoek, aldus critici.[footnoteRef:3] De Britse historicus E.H. Carr gold lange tijd als voorloper in de strijd tegen counterfactual history. In zijn werk What is History? (1961), waarin hij ervoor pleit dat historische gebeurtenissen altijd vanuit grotere, deterministische verbanden beschouwd moeten worden, definieerde Carr counterfactual history als ‘a parlour game, played by the losers in history’.[footnoteRef:4] Counterfactual history zou niet meer zijn dan een emotionele reactie om om te kunnen gaan met teleurstellingen uit het verleden; het zou een troost zijn voor de ‘verliezers van de geschiedenis’ door aandacht te besteden aan hoe de geschiedenis ook had kunnen lopen. [3: E.H. Carr (1986) What Is History? 2e edit door R.W. Davis, London: Macmillan, p. 91.] [4: E.H. Carr (1961) What Is