Een Russisch fotoalbum uit 1913 Rijksmuseum

Click here to load reader

  • date post

    29-Mar-2016
  • Category

    Documents

  • view

    242
  • download

    8

Embed Size (px)

description

Een Russisch fotoalbum uit 1913 Rijksmuseum

Transcript of Een Russisch fotoalbum uit 1913 Rijksmuseum

  • b u l l e t i nv a n h e t

    r i j k sm u s e u m

    Inhoud

    ignaz mat theyEen schilderijendiefstal uit het Trippenhuis

    3joris van gastel

    Hoc opus exculpsit Io. Bologna. Andreas Andreanus IncisitAndrea Andreanis chiaroscuro houtsneden naar Giambologna

    15eveline sint nicol aas

    Drie Indische kanonnen en hun geschiedenis41

    hans rooseboomMissing link

    Een Russisch fotoalbum uit 191359

    wouter kloekTer herinnering aan Rob Noortman

    71Keuze uit de aanwinsten

    20ste-eeuwse penningen en geschiedenis79

    Summaries97

    Over de auteurs109

    Rijksmuseum informatie112

  • 2

  • 3Dat was bijvoorbeeld het geval toenin juli 1855 Guido Renis De HeiligeMaagd met het Kind werd ontvreemduit de San Bartolomeo-kerk te Bologna.Naar verwachting zouden de dievendit beroemde, in allerlei contempo-raine reisgidsen vermelde schilderijnaar het buitenland smokkelen om het daar aan een kunsthandelaarte verkopen. Vandaar dat de KerkelijkeStaat, waarvan Bologna toentertijddeel uitmaakte, de gezantschappen bijde Heilige Stoel inlichtte over de dief-stal. Bij het verzoek om mee te werkenaan de opsporing was een op papierafgedrukte foto van het schilderijgevoegd, destijds een nieuw opspo-ringsmiddel (vgl. afb. 1). In de toenma-

    lige, nog jonge fotografie werd drukgexperimenteerd met technieken omlang houdbare afdrukken op papier temaken. Dat betekende een belangrijkevooruitgang ten opzichte van het daguerreotypieprocd, waarmeealleen metalen unica konden wordenvervaardigd.

    De Nederlandse gezant bij de Hei-lige Stoel, A. graaf van Liedekerke-deBeaufort, zond het opsporingsverzoekmet de foto van het gestolen schilderijdoor naar de minister van Buiten-landse Zaken, die op zijn beurt deministers van Justitie en BinnenlandseZaken inschakelde. De minister vanJustitie zorgde voor een signalering inhet Algemeen Politieblad. Zijn collegavan Binnenlandse Zaken stelde dedirecties van het Mauritshuis en hetRijksmuseum in Amsterdam op dehoogte, met het verzoek om de diefstalte melden aan de belangrijkste kunst-handelaren.2

    Na enkele jaren werd het schilderijteruggevonden.3 De dieven hadden hetnaar Londen gesmokkeld. Londenstond ook in die dagen al bekend alswereldcentrum van de legale en dedaarop parasiterende illegale kunst-handel. Wat dat aangaat is de in ditartikel beschreven casus illustratief.De Franse dief die in 1859 Adriaen vander Werffs De Heilige Familie uit hetRijksmuseum stal sprak geen Engels,

    b u l l e t i nv a n h e t

    r i j k sm u s e u m

    De handel in geroofde kunst is inde loop van de 20ste eeuw bigbusiness geworden. Volgens ruweschattingen zou daarmee wereldwijdjaarlijks zon vier zes miljard dollargemoeid zijn.1 Gemeten naar heden-daagse maatstaven had diefstal vankunst uit kerken, musea en particulierecollecties in de 19de eeuw een betrek-kelijk bescheiden omvang. Nietteminnam het euvel in de loop van de eeuwtoe, met als gevolg dat er meer aan-dacht werd besteed aan de preventieervan. Ook gingen nationale en lokaleoverheden bij de opsporing van kunst-dieven steeds vaker een beroep doenop internationale samenwerking.

    Afb. 1In februari 1858 deedde Weense politie eenberoep op de directievan het Rijksmuseumom mee te werkenaan de opsporing vanAdriaan van OstadesDe krantenlezer. Hetschilderij was gesto-len uit de Akademieder bildende Knstete Wenen. Het op-sporingsverzoek gingvergezeld van de hiergereproduceerdebleke c.q. verbleektefoto en een gedruktebeschrijving van hetschilderij. Blijkens debegeleidende brief isniet het schilderij zelfmaar een litho ervangefotografeerd(Archief Rijksmu-seum, inv.nr. 26). Dekrantenlezer is nooitteruggevonden trotzzahlreicher Abbildun-gen in illustriertenZeitungen (Hofstedede Groot, Verzeichnis,deel 3, p. 174).

    Een schilderijendiefstal uithet Trippenhuis

    i g n a z m a t t h e y

  • 4b u l l e t i n v a n h e t r i j k s m u s e u m

    maar reisde desondanks door naarLonden in de hoop het schilderij daarte verkopen. Daarbij zal hij zich doorzowel commercile als juridische over-wegingen hebben laten leiden. Bij ont-stentenis van een uitleveringsverdragtussen Nederland en Engeland bezatde Engelse justitie namelijk niet debevoegdheid om verdachten van inNederland gepleegde diefstallen aante houden. Pas in 1874 kwam een uit-leveringsverdrag tussen Nederland enEngeland tot stand. Met Belgi (1843)en Frankrijk (1844) was al veel eerdereen dergelijk verdrag gesloten. In dejaren 50 volgden allerlei Duitse statenen in de jaren 60 onder andere Rus-land (1867) en Itali (1869).4

    Het ontbreken van een uitleverings-bedrag beperkte uiteraard de mogelijk-heden tot internationale samenwer-king bij de opsporing en arrestatie vandieven. Over de precieze grenzen vandie beperkingen bestond echter ondui-delijkheid. Dat bleek bijvoorbeeld toenPruisen in 1843 de hulp van Nederlandinriep bij de opsporing van een aantalvoorwerpen die uit de dom vanAken waren gestolen. De procureur-generaal in Noord-Holland vroeg deminister van Justitie of de personen, diein het bezit van het gestolene mogtenworden gevonden zonder desselfs aan-komst behoorlijk te kunnen bewijzenal dan niet in hechtenis zouden moetenworden genomen. De minister vanJustitie hield zich in zijn antwoordop de vlakte. Hij gaf de procureur-generaal opdracht de Pruisische auto-riteiten behulpzaam te zijn bij hetopsporen van de daders voorzoverzulks met de inachtneming onzer wette-lijke voorschriften overeen te brengenzij.5 Wat dat concreet inhield moest de procureur-generaal zelf maar uit-maken.

    TrippenhuisIn de tijd dat het Rijksmuseum in hetTrippenhuis was ondergebracht (1814-1885) is daar behalve de Van der Werffnog een ander schilderij ontvreemd.Op 25 augustus 1843 stal suppoostH.W. Lentkoop uit een kastje waarvanhij de sleutel bezat een door GerardHoet geschilderd portretje, WillemHadriaan van Nassau met zijn gezin(afb. 2). De zaak werd al na korte tijdopgehelderd. Lentkoop ging voor vijfjaar achter de tralies.6

    Als reactie op meldingen van schil-derijendiefstallen in andere landenliet directeur J.W. Pieneman in 184462 kleine schilderijen zodanig aan dewanden vasthechten dat ze moeilijkkonden worden ontvreemd. Omdatdeze bevestigingswijze in strijd wasmet het brandreglement uit juli 1845werden de schilderijen later vastge-hecht aan schotten waarvan ze bij

    Afb. 2ger ard hoet(1648-1733), WillemHadriaan van Nassaumet zijn gezin. In 1843door een suppoostuit het Rijksmuseumgestolen. Rijksmuseum,Amsterdam.

  • 5e e n s c h i l d e r i j e n d i e f s t a l u i t h e t t r i p p e n h u i s

    brand in korte tijd konden wordenlosgemaakt. De aldus tegen diefstalbeveiligde schilderijen waren die welkemet lijst en al onder een wijd kleed zou-den hebben kunnen worden weggevoerd.7

    De beveiligingsmaatregel werdniet toegepast op Van der Werffs DeHeilige Familie (afb. 3). Toch betrofhet een klein (36 x 29 cm zonder lijst,56 x 48 cm met) en bovendien kost-baar schilderij. Op de veiling van decollectie Gerrit van der Pot van Groe-neveld in juni 1808 was dit kunstwerkmet 64 andere schilderijen aangekochtvoor het Koninklijk Museum, de voor-loper van het Rijksmuseum. Voor DeHeilige Familie werd toen 5225 guldenbetaald.8 De authenticiteit van hetgesigneerde en gedateerde (1714)paneel is lange tijd onaangevochtengeweest, maar volgens Van der Werff-kenner Barbara Gaehtgens betreft hetvermoedelijk een werk uit Van derWerffs atelier waaraan de meester delaatste hand heeft gelegd.9

    De Heilige Familie hing in een op deeerste verdieping gelegen zaaltje waarsinds 1855 de collectie Bilderdijkianavan wijlen prof. Klinkert was onderge-bracht.10 Tot op heden staat dit vertrekbekend als de Bilderdijkkamer. Dediefstal van het schilderij werd op18 maart 1859 omstreeks half twaalfgesignaleerd door de suppoost Brown,die tijdens zijn rondgang door debovenzalen de lijst van het paneel leegaantrof. De directie en de politie ver-hoorden Brown, concirge Van derWiel, de bode Arnhard en de opzich-ters (conservatoren) Klinkhamer enEngelberts. Geen van hen kon enigeaanwijzing voor de identiteit van dedader(s) geven. Het museum was dieochtend door een veertigtal personenbezocht. In de aan de Bilderdijkkamergrenzende zaal hadden drie bekendekunstenaars schilderijen zitten tekopiren, maar hun was niets opgeval-len. Volgens een niet met namegenoemd personeelslid, vermoedelijkBrown, moest de diefstal tussen elfuur en half twaalf zijn gepleegd: eer-

    Afb. 3adriaen van derwerff , De HeiligeFamilie, 1714. Rijks-museum in bruikleenaan Museum Amstel-kring, Amsterdam.

    Afb. 4Door de Amster-damse politie ver-spreid opsporings-biljet. ArchiefRijksmuseum.

  • 6b u l l e t i n v a n h e t r i j k s m u s e u m

    Afb. 5De Bondsraad vanZwitserland deelt deNederlandse consulmee dat de politie vande kantons via eencirculaire is ingelichtover de diefstal.Archief Ministerie vanBuitenlandse Zaken.

    der die ochtend had hij het schilderijnog gezien.11 Bij gebrek aan aanwijzin-gen kon de politie voorlopig weiniganders doen dan een opsporingsbiljetlaten drukken en distribueren (afb. 4).Het Algemeen Handelsblad wijdde eenklein berichtje aan de diefstal.12

    Inschakeling corpsdiplomatique

    De vrees bestond dat het schilderijover de grens zou verdwijnen. Hetministerie van Buitenlandse Zakenbesloot daarom via het corps diplo-matique de justitile autoriteiten inandere landen te mobiliseren. Er gingeen circulaire uit naar de Nederlandsegezanten en consuls in Brussel, Parijs,

    Kopenhagen, Hamburg, Bremen, Hannover, Lbeck, Frankfurt amMain, Stuttgart, Berlijn, Bern (afb. 5),Wenen, Lissabon, Madrid, Genua,Rome, Constantinopel, St. Petersburgen Washington.13 Een foto of andereafbeelding (gravure, ets, litho) vanhet schilderij was niet voorhanden.14

    De bij de opsporing betrokkenenmoesten zich een voorstelling vanDe Heilige Familie zien te maken aande hand van de beschrijving u