Deel I. Het begrip verbintenis

Click here to load reader

  • date post

    17-Nov-2021
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Deel I. Het begrip verbintenis

Deel I. Het begrip verbintenis
A. Juridische verbintenis - De rechtsband krachtens welke een persoon (SA) aan een ander persoon (SE) een prestatie (geven, doen of
laten) verschuldigd is. - Passieve zijde vh recht: de schuld of plicht tot prestatie jegens een andere - Actieve zijde vh recht: de inschuld, het recht op prestatie van een ander, schuldvordering - Het gaat om een in rechte afdwingbare verplichting. - Enkel de betrekkingen die een vermogensrechtelijk karakter hebben.
B. Zedelijke verplichting - Is degene die uitsluitend haar grondslag vindt in de moraal en waaraan het recht gn waarde hecht.
C. Natuurlijke verbintenis - Niet in rechte afdwingbaar, wel een bron van rechtsgevolgen. - Wordt in rechte erkend, wnnr ze vrijwillig, geheel of gedeeltelijk uitgevoerd wordt of wnnr de SA belooft haar
na te komen. (dan soort omvorming in een juridische verplichting) - De loutere erkenning door de SA dat in zijn hoofde een ntrlke verb bestaat is niet voldoende. - Een natuurlijke verbintenis is niet opeisbaar, wel uitvoerbaar. - Zie art. 1235, 2e lid BW - Bv. feitelijke vader die aan buitenechtelijk kind waarvan de afstamming niet bewezen is of mag worden,
vrijwillig steungeld betaalt, zet aldus een ntrlke verb in een burgerlijke om. (zie arrest 1)
D. Onderscheid tussen juridische verbintenissen en zakelijke rechten
1. Klassieke theorie - Zakelijk recht: het recht van een persoon op een zaak - Persoonlijk recht: recht van een persoon tav een andere persoon of op een prestatie vanwege een persoon - In dit perspectief is de verbintenis een persoonlijk recht.
2. Personalistische theorie - Planiol: Alle rechten, zowel de zakelijke als de persoonlijke, scheppen verhoudingen tussen personen. - Verschil tss zakelijk en persoonlijk recht:
• Zakelijk recht geldt erga omnes: de titularis mag eisen dat derden de uitoefening van zijn recht niet belemmeren
• Persoonlijk recht geldt enkel inter partes: er is slechts een band tss de partijen bij de verbintenis
3. Moderne theorie - Beaamt stelling van Planiol in de mate waarin deze het recht beschouwt als een ordening van verhoudingen tss
personen. - Er is een wezenlijk verschil tss beide soorten rechten in de tegenstelbaarheid jegens derden maar mbt de
verbintenis moet een onderscheid gemaakt worden tss de innerlijke uitwerkselen en het louter bestaan. • De innerlijke uitwerkselen betreffen de rechten en verplichtingen die uit de verbintenis voortspruiten en
die gelden slechts voor de bij die verbintenis betrokken partijen. • Het louter bestaan vd verbintenis moet echter als dusdanig door iedereen als een feit erkend worden.
- Zakelijke rechten hebben een bep zaak tot voorwerp, het voorwerp vd verbintenissen is veel ruimer, nl een prestatie die kan bestaan in een geven, doen of laten.
- Er is een numerus clausus voor de zakelijke rechten, bij verbintenissen kan hier omwille vd wilsautonomie gn sprake van zijn.
Alexander Tanguy 2010-2011 1
A. Indeling volgens het voorwerp van de verbintenis
1. Indeling volgens de aard van het voorwerp
A. Verbintenissen om iets te geven, te doen of te laten (art. 1101 BW)
§1 Verbintenis om iets te geven - Impliceert een overdracht vd eigendom van een goed of van een ander zakelijk recht. De verbintenis doet een
nieuw zakelijk recht ontstaan in hoofde vd SE. - Heeft de verb de overdracht van een bepaalde zaak tot voorwerp dan acht men de eigendomsoverdracht
voltrokken door de enkele toestemming vd contracterende partijen. - Als de verb op een onbepaalde zaak slaat dan moet de zaak eerst geïndividualiseerd worden vooraleer er
eigendomsoverdracht is. - Naast de verplichting tot eigendomsoverdracht bestaat er ook een leveringsverplichting, dit is een verb om iets
te doen aangezien er gn sprake is van overdracht van een zakelijk recht.
§2 Verbintenis om iets te doen - Houdt vanwege de SA de verplichting in bepaalde daden te stellen. - bv. in het raam v een arbeidsov moet de werknemer een reeks prestaties verrichten
§3 Verbintenis om iets te laten - Houdt vanwege de SA de verplichting in bepaalde daden niet te stellen. (onthoudingsverplichting) - bv. wettelijk verbod om op een bepaalde plaats een gebouw op te richten
§4 Draagwijdte van bovengenoemd onderscheid - Verb om iets te geven zijn steeds uitvoerbaar in natura, desnoods manu militari. - Bij de verb om iets te doen is de rechtstreekse gedwongen uitevoering bij onwil vd SA veelal niet mogelijk.
(persoonlijke vrijheid) - Bij de verb om iets niet te doen is de gedwongen uitvoering in natura niet meer mogelijk, omdat hetgeen dat
niet mocht gedaan worden, effectief verricht is geworden. - De gedwongen uitvoering in natura heeft de voorkeur op de gedwongen uitvoering bij wijze van equivalent. Deze
regel geldt ook voor de verb om iets te doen of niet te doen, ondanks art. 1142 BW. - Art. 1142 BW betekent echter slechts dat de gedwongen uitvoering in natura van een verb om iets te doen of
niet te doen noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks dmv fysieke dwang op de persoon vd SA mag geschieden. - Via dwangsom kan ook op onrechtstreekse wijze de gedwongen uitvoering in natura van de meeste verb om iets
te doen/geven bekomen worden.
2. Indeling volgens het aantal voorwerpen van de verbintenis
A. Conjunctieve of cumulatieve verbintenis - Een verbintenis is cumulatief wnnr haar voorwerp bestaat uit verschillende prestaties die door de partijen als
ondeelbaar worden beschouwd en dus cumulatief moeten worden uitgevoerd. - De SE van een cumulatieve verb kan zich verzetten tegen de uitvoering v slechts een deel vd verbintenis. (art.
1244, 1e lid BW) - Bv. A koopt nieuwe auto in ruil voor zijn oude auto en een opleg van 2000 euro
B. Alternatieve verbintenis (art. 1189-1196 BW) en facultatieve verbintenis - Zie vraag 3
Alexander Tanguy 2010-2011 2
B. Indeling volgens het aantal schuldenaars of schuldeisers
1. De gezamenlijke of samengevoegde verbintenis - Is de verbintenis die aan de actieve of passieve zijde vanaf haar ontstaan door verschillende personen is
aangegaan of naderhand verschillende personen treft. - Bv. 4 studenten kopen gezamenlijk een auto
A. Gevolgen: verhouding tss SE(s) en SA(s) (verplichting) - In beginsel is de verbintenis deelbaar en zal zij dus verdeeld dienen te worden in zoveel delen als er
schuldenaren of schuldeisers zijn, zodat iedere SA slechts tot beloop van zijn aandeel kan aangesproken worden en iedere SE de SA slechts kan aanspreken tot beloop vh aandeel van die SE. • Alhoewel geen wettekst de deelbaarheid vd samengevoegde verbintenis bekrachtigt, men aanvaardt algemeen
dat de regels voor erfenissen (artt. 870, 873 en 1220 BW) analogisch moeten worden toegepast. - Iedere SE zal afzonderlijk moeten dagvaarden en iedere SA zal dus afzonderlijk moeten gedagvaard worden. - Iedere schuldvordering of schuld heeft haar eigen lot inzake ingebrekestelling. - De stuiting vd verjaring ten overstaan v 1 der schuldenaren is niet tegenstelbaar aan de andere. - Onvermogen v 1 SA komt voor rekening vd SE, niet vd andere debiteurs.
B. Gevolgen: verhouding tss SE(s) of SA(s) onderling (bijdrage) - Partijen kunnen hun onderlinge bijdrage vrij regelen. (Bv met 2 een huis kopen, 1/3 + 2/3)
2. De hoofdelijke of solidaire verbintenis (art. 1197-1216 BW)
A. Begrip - Hoofdelijkheid = eenheid v voorwerp en pluraliteit v verbintenissen - Passieve hoofdelijkheid: wnnr een pluraliteit v SA's gehouden is tot één en dezelfde prestatie, zodat ieder van
hen voor het geheel kan worden aangesproken, en de betaling door 1 v hen gedaan de overige SA's jegens de SE bevrijdt. • Is voordelig voor de SE: op vlak vd procedure omdat hij de gehele schuldvord kan opeisen v 1 SA en dus
kosten kan besparen, op vlak vd waarborgen is hij beschermd tegen onvermogen van een enkele SA - Actieve hoofdelijkheid: wnnr een pluraliteit v SE's gerechtigd is tot één en dezelfde prestatie, zodat ieder v
hen de SA voor het geheel kan aanspreken, en de betaling gedaan in handen v 1 vd SE's de SA jegens allen bevrijdt.
B. Bronnen - Art. 1202 BW: Hoofdelijkheid wordt niet vermoed, zij moet uitdrukkelijk bedongen zijn of bestaan krachtens
een bepaling vd wet.
§1 Contract - Ruime opvatting 'uitdrukkelijk': het beding kan uitdr of stilzw worden aanvaard, maar de wil moet zeker, dwz
duidelijk zijn. In geval van twijfel moet de rechter zich tegen hoofdelijkheid uitspreken.
§1 Wet - Bv. artt. 222, 1033, 1887, 2002 BW en 50 Sw. - Krachtens een bepaling in de wet: betekent ook wnnr de hoofdelijkheid is bepaald bij een besluit of reglement
genomen krachtens een wet + verwijst ook naar gewoonteregels en algemene rechtsbeginselen
C. Gevolgen tussen schuldenaars en schuldeiser (verplichting)
§1 Hoofdgevolgen - Het hoofdgevolg is dat iedere hoofdelijke SA tot de gehele schuld gehouden is. - Art. 1203 BW: de SE kan ieder van zijn SA's aanspreken, dus naar keuze onder hen kiezen - De aangesproken SA kan gn voorrecht v schuldsplitsing inroepen, hij is maw voor de gehele schuld gehouden
(art. 2026 BW) - De SE kan 1 SA vervolgen en tegelijkertijd of ook nog daarna de overige SA's vervolgen. - Art. 1208 BW: iedere SA kan de excepties aan de SE tegenwerpen tav het geldig bestaan zelf vd verbintenis - Art. 1201 BW: iedere SA mag zich tegenover de SE beroepen op de excepties mbt de modaliteiten vd verb - Iedere SA mag zich tegenover de SE beroepen op de excepties mbt de uitdoving vd verbintenissen, de door 1 v
Alexander Tanguy 2010-2011 3
hen ingeroepen exceptie komt alle SA's ten goede. Nuancering: • betaling door 1 SA bevrijdt al de andere (art. 1200 BW) • het tenietgaan vh voorwerp vd verbintenis door toeval of overmacht bevrijdt al de SA's (art. 1205 BW a
contrario); indien de zaak tenietgegaan is door de schuld van 1 of meer SA's of terwijl zij in gebreke waren, zijn de overige medeSA's niet bevrijd
• bij het overlijden v 1 vd hoofdelijke SA's wordt de hoofdelijke schuld tss zijn verschillende erfgenamen verdeeld (artt. 1219 en 1220 BW)
• de SE die slechts tegenover 1 v zijn SA's afstand doet v zijn recht op hoofdelijkheid, behoudt zijn hoofdelijke vordering tegen de overige SA's, maar onder aftrek vh aandeel vd SA die hij vd hoofdelijkheid heeft ontslagen (art. 1210 BW)
§2 Secundaire gevolgen - Art. 1206 BW: vervolgingen tegen 1 vd hoofdelijke SA's stuiten de verjaring tav allen - Art. 1205 BW: de aanmaning v 1 SA geldt ten overstaan van al de anderen - Art. 1207 BW: de eis tot betaling v interest tegen 1 vd hoofdelijke SA's, doet de interest lopen tav allen
D. Gevolgen tussen de schuldenaars onderling (bijdrage) - Wnnr 1 vd hoofdelijke SA's zich van meer dan zijn persoonlijk aandeel in de schuld gekweten heeft, beschikt
hij over een verhaal tegen zijn medeschuldenaars. - Art. 1213 BW: de schuld die tov de SE hoofdelijk is aangegaan, is van rechtswege deelbaar tss de SA's, die
onder elkaar slechts ieder voor zijn aandeel verbonden zijn - In beginsel zijn de delen dus gelijk:
• behalve ingeval v een andersluidend beding vd partijen zelf • behalve ingeval het belang vd schuldenaren ongelijk is • behalve wnnr de zaak waarvoor de schuld hoofdelijk is aangegaan, slechts 1 vd hoofdelijke medeschuldenaars
aangaat (art. 1216 BW) - Art. 1214!!! en 1215 BW
3. De verbintenis in solidum
A. Begrip - In solidum = pluraliteit v voorwerpen en pluraliteit v verbintenissen - Impliceert een verplichting v iedere SA tot het geheel, terwijl de betaling door 1 ook de anderen bevrijdt ten
overstaan vd SE. - 2 verschillen met hoofdelijke verbintenis:
• bestaan is niet afhankelijk van een duidelijke overeenkomst of een bepaling krachtens de wet (zie art 1202 BW) • verb in solidum is niet onderworpen aan de regels inzake de secundaire gevolgen vd hoofdelijkheid
- Cass.: Wnnr 1 enkele schade berokkend is door de onderscheiden fouten v verschillende personen (dwz dat zonder het bestaan v elk v deze fouten de schade niet zou zijn ontstaan), dan is ieder v hen in solidum gehouden tot algehele schadeloosstelling, onverminderd hun verhaalrecht tegenover de mededaders.
B. Kenmerken
§1 De grondslag - De verb in solidum vloeit voort uit de noodwendigheden vd onderscheiden casusposities. Ogv de algemene
beginselen die een bepaalde toestand beheersen, acht men het noodzakelijk dat verschillende personen tot het geheel gehouden zijn.
- Hoofdelijkheid daarentegen is louter technisch en stoelt op een contractueel beding of een wettelijke bepaling.
§2 Het voorwerp - Er is een pluraliteit v voorwerpen en een pluraliteit v verbintenissen. - Er zijn onderscheiden schulden, die ieder hun eigen oorzaak hebben, die van verschillende aard kunnen zijn en
verschillende bedragen kunnen belopen.
a) Een verschillende oorzaak - inzake borgtocht zal iedere borg gehouden zijn ogv een persoonlijk aangegane verbintenis - inzake aansprakelijkheid rechtvaardigen onderscheiden fouten een verplichting tot het geheel wnnr zij tot 1
Alexander Tanguy 2010-2011 4
enkele schade hebben bijgedragen; iedere SA is gehouden ogv zijn eigen fout
b) Een verschillende aard - De schuld v 1 aansprakelijke kan bv v buitencontractuele aard zijn en die v een andere v contractuele aard.
c) Een verschillend bedrag - bv. de schuld vd onderhoudsplichtigen die tov de behoeftige SE tot het geheel gehouden zijn, kan verschillen
naargelang de mogelijkheid v iedere SA
§3 De gevolgen - In beginsel is de SE gerechtigd de SA aan te spreken, die hij verkiest. De betaling door de ene zal de anderen
bevrijden. - In de regel heeft degene die meer dan zijn aandeel betaald heeft, een verhaal op zijn medeschuldenaars.
• Een aantal specifieke regels kunnen echter het bestaan zelf, de grondslag of de omvang vh verhaal beïnvloeden: • Bestaan vh verhaal : soms is het verhaal uitgesloten, wnnr de bijdrage tot de schuld volledig ten laste moet
vallen v 1 der medeSA's of wnnr onder deze laatsten een bep hiërarchie bestaat. • Grondslag vh verhaal : zo het regresrecht vd hoofdelijke SA's zijn grondslag vindt in de artt. 1213 en 1214
BW, zijn deze bepalingen niet v toepassing op de verbintenis in solidum. • In de regel zal de regresvordering, op het vlak vd verb in solidum, gestoeld zijn op art. 1251, 3° BW, dat
de wettelijke subrogatie inricht v degene die met of voor anderen gehouden was. • Bij ontstentenis van subrogatie, zou degene die betaald heeft, tegen zijn medeSA een rechtstreekse
vordering kunnen in stellen ogv de vermogensverschuiving zonder oorzaak. • Omvang vh verhaal : soms voor de totaliteit, soms variatie naargelang de zwaarwichtigheid vd respectieve
fouten, de bijdrage tot onderhoudsschuld zal afhangen vd mogelijkheden vd onderscheiden SA's • Geen duidelijkheid of verhaal tegen medeSA's te verdelen en te beperken is tot hun respectieve aandelen
(zoals bij hoofdelijkheid wel is door art. 1214 BW) - In principe gelden de secundaire gevolgen vd solidariteit niet voor de verb in solidum. Maar zo'n gevolg kan toch
nog toepasselijk gemaakt worden krachtens een bijzonder voorschrift.
C. Toepassingsgevallen - Aquiliaanse en contractuele aansprakelijkheid (zie p 32) - De onderhoudsplicht die krachtens art. 203 BW in hoofde vd ouders bestaat schept tov hun kinderen een
verbintenis in solidum.
4. De ondeelbare verbintenis
A. Begrip - Een verbintenis is ondeelbaar, wnnr ze nooit anders dan geheel kan worden uitgevoerd. - Het al dan niet (on)deelbaar karakter vd verb is een feitenkwestie waarover de rechter soeverein oordeelt. - Is van gn belang bij een verb met 1 SA en 1 SE. Want SE kan niet verplicht worden een gedeelte vd schuld in
ontvangst te nemen. (art. 1244, 1e lid BW)
B. Soorten
§1 Natuurlijke ondeelbaarheid - Art. 1217 BW: Een verbintenis is deelbaar of ondeelbaar naargelang zij tot voorwerp heeft, ofwel een zaak die in haar
levering, ofwel een daad die in haar uitvoering, hetzij materieel, hetzij intellectueel voor verdeling vatbaar is of niet. - Art. 1218 BW: Een verbintenis is ondeelbaar, hoewel de zaak of de daad die het voorwerp ervan uitmaakt, uit haar aard
deelbaar is, indien het verband waarin zij in de verbintenis is beschouwd, ze voor gedeeltelijke uitvoering onvatbaar maakt.
§2 De contractuele ondeelbaarheid - Zelfs wnnr een verb deelbaar is, kunnen partijen uitdrukkelijk of stilzwijgend overeenkomen dat deze in hun
onderlinge rechtsbetrekking als ondeelbaar zal beschouwd worden. (wordt afgeleid uit art. 1221, 5° BW) - Soms beoogt men enkel een versterking vd waarborg vd hoofdelijkheid ten voordele vd SE.
C. Gevolgen (art. 1222-1225 BW) - De gevolgen zijn nagenoeg dezelfde als die vd hoofdelijkheid, behalve enkele verschillen:
• De ondeelbaarheid treft ook de erfgenamen vd SA. Terwijl bij de hoofdelijke verb de erfgenamen wel hoofdelijke schuldenaren worden, doch slechts tot beloop v hun deel in de nalatenschap. (art. 1222 en zie ook 1225 BW)
Alexander Tanguy 2010-2011 5
• De aanmaning v 1 SA is niet tegenstelbaar aan de andere medeSA's, wat wel het geval is bij hoofdelijkheid. • Het verlies v een zaak door de fout v een SA bevrijdt de anderen, dit verlies zal nl als een geval van
overmacht beschouwd worden tov de SA's die gn fout hebben aan het verlies. (bij hoofdelijkheid worden de andere SA's in dit geval niet bevrijd)
C. Indeling volgens de modaliteiten van de verbintenissen
- Een verbintenis zonder voorwaarde of tijdsbepaling = een zuivere verbintenis.
1. Verbintenissen met tijdsbepaling (art. 1185-1188 BW)
A. Begrip - Is de verbintenis waarvan de uitvoering of de uitdoving afhankelijk is v een toekomstige, doch zekere gebeurtenis. - De dag waarop de bepaalde tijd verstrijkt is de vervaldag, de tijd tot de vervaldag heet termijn. - Alhoewel de tijdsbepaling in ieder geval zeker is, kan zij wat haar verwezenlijking betreft mbt de datum vast of
onvast zijn. - De tijdsbepaling werkt schorsend wnnr ze eenvoudig de uitvoering vd verbintenis uitstelt. (art. 1185 BW) - De tijdsbepaling werkt uitdovend wnnr ze aan een verbintenis een einde stelt. - Het is ook mogelijk dat zowel een schorsende als een uitdovende tijdsbepaling bedongen worden. (bv huis huren
vanaf volgende maand voor 1j)
B. Soorten - De gewone tijdsbepaling is diegene die spruit uit de wil v partijen of uit een wetsbeschikking. - De genadetermijn is diegene die toegestaan wordt door de rechter. (zie art. 1244 BW)
§1 De gewone tijdsbepaling - Bijna steeds een contractueel bedongen tijdsbepaling. De toestemming kan uitdr of stilzw gegeven worden. - Art. 1187 BW: de tijdsbepaling wordt steeds vermoed te zijn bedongen ten voordele vd SA tenzij uit het
beding of uit de omstandigheden blijkt dat zij ook ten voordele of in het uitsluitend voordeel vd SE bedongen is. - Gevolgen verbintenissen met opschortende tijdsbepaling
-De verbintenis bestaat reeds: • de SA mag, wnnr de tijdsbepaling in zijn voordeel werd bedongen, voor de vervaldag bevrijdend betalen • de SE mag, wnnr de tijdsbepaling uitsluitend in zijn voordeel werd bedongen, voor de vervaldag nakoming vd verb vorderen
• wat de SA voor de vervaldag betaalde mag niet als onverschuldigd teruggevorderd worden, zelfs indien hij niet op de hoogte was vd tijdsbepaling (art. 1186 BW)
• de SE mag alle bewarende maatregelen treffen (art. 1446 Ger.W.) • bij een verb om een bepaalde zaak te geven gaat de eigendom en het risico onmiddellijk over
-De verbintenis is echter nog niet opeisbaar: • de SE mag nog gn nakoming vd verbintenis eisen (art. 1186 BW) • de schuldvordering mag niet gecompenseerd worden met een reeds opeisbare schuld (art. 1291 BW) • de SE mag nog gn uitvoerende maatregelen treffen (bv pauliaanse vordering) • de verjaringstermijn vangt niet aan zolang de tijdsbepaling loopt (art. 2257, 3e lid BW)
- Op de vervaldag gaat de verbintenis met opschortende tijdsbepaling in een zuivere verbintenis over. • De SA verkeert dan niet automatisch in mora. De schuld is wel opeisbaar geworden, maar is daardoor nog niet
effectief opgeëist. - Art. 1188 BW: De SA verliest het voordeel vd tijdsbepaling bij faillissement, kennelijk onvermogen of wnnr
hij in gebreke blijft de door hem toegezegde zekerheid te verschaffen. (partijen kunnen ook andere gevallen v vervallenverklaring bedingen)
§2 De genadetermijn - Is het uitstel v betaling dat de rechter, ogv art. 1244, 2e lid…