11Dossier: Ondernemen tegen armoede

Click here to load reader

  • date post

    16-Mar-2016
  • Category

    Documents

  • view

    230
  • download

    6

Embed Size (px)

description

Het Belgisch Investeringsfonds voor Ontwikkelingslanden.

Transcript of 11Dossier: Ondernemen tegen armoede

  • Ondernemen tegen armoede? Het Belgisch Investeringsfonds voor Ontwikkelingslanden (BIO) onder de loep.

    11.do

    ssie

    r

  • ColofonRedactie en onderzoek: Jan Van de Poel

    Met dank aan: Bogdan Vanden Berghe (11.11.11), Diana Banuro (Alterfin), Els Hertogen (11.11.11), Freya Rondelez (11.11.11), Hugo Cauder (directeur Alterfin), Jeroen Kwakkenbos (Eurodad), Johan Bastiaensen (IOB), Koen Detavernier (11.11.11), Koen Warmenbol (11.11.11), Kris Vanslambrouck (11.11.11), Loc de Cannire (Incofin), Sarah Lamote (11.11.11) en landenkantoren en partners van 11.11.11.

    Eindredactie: Marjan Cauwenberg

    Lay-out: Yichalal

    Foto voorpagina: VOPAK

    Inhoudstafel

    Lijst van afkortingen 2 Verklarende woordenlijst 3 Voorwoord 4 Samenvatting 5

    1. Private actoren voor het publieke goed? Development Finance Institutions (DFIs) en ontwikkeling 7

    2. The rise and rise van de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden 9

    2.1. Een nieuwe actor in de Belgische ontwikkelingssamenwerking? 92.2. Hoe bereikt BIO haar doelstellingen? 132.3. BIO en good governance? 18

    3. De indirecte weg: BIO en intermediaire fondsen 213.1. Hoe werken intermediaire fondsen? 213.2. BIO en intermediaire fondsen 223.3. Intermediaire fondsen: het kind en het badwater 27

    4. Financingfinance :BIOenfinancileintermediairs 284.1. Microfinanciering:Mattheusrevisited? 284.2. Financiledienstverleners:creatiefmetgeld 304.3. BIO en het bankwezen 31

    5. Financing business: rechtstreekse steun aan ondernemingen 325.1. Hoe investeert BIO rechtstreeks in ondernemingen? 325.2. Kmos: Hoe groot is klein? 335.3. Samen sterker? 36

    6. Financing the climate: BIO en hernieuwbare energie 376.1. Is BIOs hernieuwbare energie ook schone energie? 376.2.BiobrandstoffeninPeru 396.3. Hernieuwbaar, noch schoon 39

    7. Conclusies en aanbevelingen 41

    Aanvullende lectuur 43

    Inhoudstafel

    1 Ondernemen tegen armoede? Inhoudstafel

  • ADB: Asian Development BankBIO: Belgisch Investeringsfonds voor OntwikkelingslandenBMI: Belgische Maatschappij voor Internationale InvesteringenCABEI: Central American Bank for Economic IntegrationCOFIDES: Compaia Espaola de Financiacin del DesarolloDFI: Development Finance InstitutionDEG: Deutsche Entwicklungs- und InvestitionsgesellschaftEIB: Europese InvesteringsbankEDFI: European Development Finance InstitutionsEFP: European Financing PartnersFMO: Financieringsmaatschappij voor OntwikkelingslandenFINNFUND: Finnish Fund for Industrial CooperationGPR: Geschftspolitisches ProjektratingIFC: International Finance CorporationIFU: Industrialisation Fund for Developing CountriesKMO: Kleine en Middelgrote OndernemingMFI: Micro Finance InstitutionNorfund: Norwegian Investment Fund for Developing CountriesOeEB: Oestereichische EntwicklungsbankPROPARCO: Socit de Promotion et de Participation pour la Coopration EconomiqueSIFEM: Swiss Investment Fund for Emerging MarketsSIMEST: Societ Italiana per le Imprese allEsteroSOFID: Sociedada para o Financiamento do DesenvolvimentoSVP: Special Purpose Vehicle

    Lijst van afkortingen

    Lijst van afkortingen

    2 Ondernemen tegen armoede? Lijst van afkortingen

  • Verklarende woordenlijst

    Verklarende woordenlijst

    DFI

    Development Finance Institutions (DFIs) zijn financieringsinstellingen, meestal opgericht door de overheid van een donorland en soms ook met een privpartner. DFIs geven vorm aan het beleid van de donorlanden om de private sector in ontwikkelingslanden te ondersteunen. Ze doen dat door participaties te nemen in aandelen of lenin gen te verstrek-ken. DFIs geven geen giften, al moeten hun interventies wel additioneel zijn. Dat wil zeggen dat ze financiering moeten bieden die andere banken of priv-investeerders niet willen geven. Ondertussen hebben de meeste Europese landen een eigen DFI. Op multilateraal vlak is er de International Finance Corporation van de Wereldbank.

    Debtfinance

    Debt finance of schuldfinanciering is een an-der woord voor lening. Het is een belangrijke manier voor ondernemingen om aan bijko-mend kapitaal te geraken. Vooral in ontwik-kelingslanden zijn leningen zeer duur of enkel beschikbaar voor korte termijn. DFIs bieden leningen aan dezelfde rentetarieven als de an-dere spelers op de markt, maar willen dat wel doen op een lange termijn (vaak meer dan 10 jaar) en met soepele afbetalingstermijnen (bijv. een grace period waarbij voor een bepaalde tijd geen aflossingen moeten gebeuren).

    Equity

    Equity betekent evenveel als kapitaal. Naast leningen kunnen ondernemingen ook aan extra middelen geraken door aandelen uit te schrijven. DFIs kunnen aandelen kopen van ondernemingen die ze willen ondersteunen. Ze worden dan mede-eigenaar van de on-derneming en dragen dus mee het risico van de ondernemer. Bij equity finance ligt het risico dus hoger dan bij schuldfinanciering of leningen.

    Financileintermediair

    Een financile intermediair is in feite niets meer dan een tussenpersoon die de verbin-ding vormt tussen de vraag en het aanbod aan financile producten. Meestal gaat het om een bank, maar het kan ook om andere instellingen gaan zoals beleggingsfondsen, verzekeringen, etc. DFIs kanaliseren veel mid-delen naar financile intermediairs omdat ze

    geloven dat die veel beter zijn in het verdelen van de middelen aan de ondernemingen die ze het meest nodig hebben. Daarom inves-teren DFIs hun middelen vooral via commer-cile banken, microfinancieringsinstellingen, gespecialiseerde dienstverleners en zgn. private equity-fondsen.

    Intermediair fonds

    Een intermediair fonds of private equity-fonds is een beleggingsfonds. Private equity-fondsen brengen het kapitaal samen van DFIs en andere priv-investeerders, om gezamenlijk in bepaalde bedrijven te investeren. De investeerders stellen een fondsbeheerder aan die op zoek gaat naar concrete ondernemingen. Voor investeerders bieden private equity-fondsen belangrijke voordelen: de risicos kunnen gedeeld worden, schaalvoordelen, efficintie. Keerzijde van de medaille is beperkte transparantie en controle door de individuele investeerder en probleem van belastingontwijking.

    Special Purpose Vehicle (SPV)

    Een special purpose vehicle (SPV) is een ven-nootschap die voor n bepaalde transactie wordt opgericht. Op die manier kunnen inves-t opgericht. Op die manier kunnen inves-teerders het risico van die transactie isoleren en bepaalde wettelijke verplichtingen van het moederbedrijf omzeilen. SPVs worden meestal opgericht in zogenaamde belasting-paradijzen om belastingneutraal ondernemen mogelijk te maken. Na de transactie wordt een SPV geliquideerd. Belastingparadijzen zijn speciaal uitgerust om SPVs te accommode-ren via trustkantoren die het beheer van SPVs op zich nemen.

    Quasi-equity/Quasi-kapitaal

    Quasi-kapitaal is een complexe vorm van bedrijfsfinanciering en combineert elementen van equity en debt. Het gaat bijvoorbeeld om leningen waarbij aandelenopties aan een afgesproken prijs als tegenwaarde worden gevraagd of achtergestelde leningen waarbij de leninggever bij een eventueel failliet van de leningnemer helemaal als laatste zal worden uitbetaald. Het gaat dus om dure financie-ringsproducten met een hoog risico.

    3 Ondernemen tegen armoede? Verklarende woordenlijst

  • Voorwoord Steeds meer wordt de private sector een belangrijke speler in ontwikkelingssamenwerking. Bij velen veroorzaakt dat een zeker onbehagen: Zijn bedrijven niet enkel uit op winst, vaak ten koste van armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling? Anderzijds dragen bedrijven en onderne-mingen ook bij tot ontwikkeling. Ondernemingen zorgen voor jobs, voor mensen met een stabiel inkomen, voor overheden die zich kunnen versterken via bijkomende belastinginkomsten, De private sector is, ook in ontwikkelingslanden, zo divers dat de bijdrage ervan aan een duurzame ontwikkeling zeer sterk afhangt van de aard van de onderneming, de sector, de markt, etc.

    Steeds meer middelen voor ontwikkelingssamenwerking worden besteed aan de private sector in ontwikkelingslanden. In 2010 hadden de Europese Development Finance Institutions meer dan 21 miljard euro in portefeuille en groeiden a rato van 10% per jaar tussen 2001 en 2009. In navolging van de andere Europese landen creerde Belgi 10 jaar geleden een aparte instelling om te investeren in de private sector in het Zuiden, de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO). Na 10 jaar vond 11.11.11 het tijd om die instelling kritisch te evalueren vanuit n centrale vraag: Leveren haar investeringen echt een bijdrage tot armoedereductie en duurzame ontwikkeling?

    11.11.11 en BIO hebben een andere visie op ontwikkeling en de bijdrage daarin van de private sector. Voor 11.11.11 is enkel economische groei geen synoniem voor ontwikkeling. Deze groei moet duurzaam zijn, kan niet zonder herverdeling en moet iedereen kansen geven op een waardig leven. Vanuit deze optiek hebben we BIO gevalueerd en deze evaluatie werd geen hoera-verhaal. Kijk je echter enkel naar BIO vanuit de idee dat groei alleen volstaat, zal je tot andere conclusies komen. In deze evaluatie leggen we de focus op het falen van BIO, maar dat wil niet zeggen dat wij niet geloven in dergelijk instrument. Investeren in de private sector kan een goede piste zijn voor ontwikkeling, maar voor ons moet ontwikkeling de maat van alle dingen zijn en niet enkel de financile opbrengsten. Deze evaluatie wil dan ook vooral BIO en de politieke verantwoordelijken inspireren dat het anders en beter kan en moet.

    11.11.11 evalueerde de activiteiten en instrumenten volledig onafhankelijk. BIO gaf ons de ge-legenheid een aantal documenten in te kijken en mensen te woord te staan binnen het bedrijf. Jammer genoeg kregen we niet alle gewenste informatie in handen vanwege de vertrouwe-lijkheid die BIO als onderneming moe