Wegwijs in eigen omgeving - Hanze · PDF file 2016. 6. 28. · 2016 22/03/2016 . 2 ....

Click here to load reader

  • date post

    25-May-2021
  • Category

    Documents

  • view

    1
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Wegwijs in eigen omgeving - Hanze · PDF file 2016. 6. 28. · 2016 22/03/2016 . 2 ....

Wegwijs in eigen omgevingvoor mensen met een verstandelijke beperking in Ermelo
2016 Patricia Lunenborg 22/03/2016
‘Wegwijs in eigen omgeving’
Onderzoek naar mogelijkheden op het gebied van wayfinding voor mensen met een
verstandelijke beperking in Ermelo
Business
Fokko Kortlanglaan 25
3853 KD Ermelo
Beleidsadviseur Vastgoed
Managementsamenvatting ’s Heeren Loo merkt dat cliënten en bezoekers vaak moeilijk zelfstandig de weg kunnen vinden
op het woonzorgpark in Ermelo. Als maatregelen zijn straatnaambordjes en huisnummers
geplaatst, zodat de locaties opgenomen kunnen worden in navigatiesystemen. Daarnaast is een
plan opgesteld met bewegwijzeringsborden met kleine landmarks. Deze maatregelen moeten
ervoor zorgen dat de bereikbaarheid wordt vergroot en dat de voorzieningen voor bezoekers
aantrekkelijker worden. ’s Heeren Loo geeft aan dat de bewegwijzering momenteel tekort
schiet voor cliënten. Het doel van dit onderzoek is dan ook het in kaart brengen van de huidige
situatie op het gebied van wayfinding en orientering van de cliënten op het woonzorgpark in
Ermelo om vervolgens aanbevelingen te kunnen doen met betrekking tot mogelijkheden ten
gunste van de verstandelijke beperkte cliënten. Dit zorgt voor het vergroten van de
zelfstandigheid op het woonzorgpark in Ermelo. De hoofdvraag luidt daarom als volgt: Wat zijn
de mogelijkheden op het gebied van wayfinding en oriëntering naast de geplande
bewegwijzering voor cliënten met een verstandelijke beperking op het woonzorgpark in Ermelo?
Er is gebruik gemaakt van verschillende kwalitatieve onderzoeksmethodes. Er is
literatuuronderzoek gedaan naar wayfinding en oriëntatie, een verstandelijke beperking en de
communicatie met deze doelgroep. Er is een (focus)groep-interview afgenomen met cliënten en
interviews met medewerkers van het woonzorgpark naar de huidige situatie, ervaringen en
wensen en behoeften op het gebied van bewegwijzering. Door middel van observaties is een
beeld verkregen van de huidige situatie en de oriëntatie van cliënten en met behulp van
verkennend onderzoek bij vergelijkende zorginstellingen is gekeken welke bestaande
hulpmiddelen op het gebied van bewegwijzering effectief zijn voor mensen met een
verstandelijke beperking.
Uit het onderzoek komt naar voren dat zowel de medewerkers als de cliënten ontevreden zijn
over de huidige situatie op het woonzorgpark. Het blijkt dat de structuur op het woonzorgpark
niet goed in elkaar zit wat voor verwarring zorgt voor de oriëntatie. Daarnaast zijn er geen
vormen van bewegwijzering, weinig herkenningspunten en geen elektronische hulpmiddelen
die de oriëntatie van de cliënten in de omgeving kan verbeteren en hiermee de zelfstandigheid
vergroten.. De wensen en behoeften die voornamelijk naar voren komen uit de interviews zijn
dat er herkenningspunten op het park toegevoegd moeten worden met een duidelijk
kleurcontrast en goede grootte. Uit het verkennend onderzoek bij zorginstellingen komt naar
voren dat structuur, het gebruik van felle kleuren op de gebouwen en verwijzers in de
gebouwen de oriëntatie van cliënten vergroot. Het is van groot belang dat bij de hulpmiddelen
die op het woonzorgpark geïmplementeerd worden rekening is gehouden met de verschillende
beperkingen.
5
Aanbevelingen voor aanpassingen op het woonzorgpark betreffen de structuur op het
woonzorgpark om zo verwarring te voorkomen. Ook worden aanbevelingen voor
herkenningspunten gedaan om de oriëntatie te verbeteren en mede door de toekomstige
ontwikkelingen van de technologie binnen de zorg worden aanbevelingen gedaan om
elektronische hulpmiddelen toe te voegen die bijdragen bij het prikkelen van verschillende
zintuigen zoals gehoor. Tot slot worden aanbevelingen gegeven voor verder onderzoek naar de
effecten van deze elektronische hulpmiddelen.
6
Voorwoord
Voor u ligt het onderzoeksrapport ter afronding van de opleiding HBO Bachelor Facility
Management. Het onderzoeksrapport is in opdracht van ’s Heeren Loo tot stand gekomen door
middel van het verrichten van onderzoek naar de mogelijkheden op het gebied van wayfinding
en oriëntering voor mensen met een verstandelijke beperking op het woonzorgpark in Ermelo.
Tijdens dit onderzoek heb ik mij voornamelijk beziggehouden naar welke mogelijkheden er
bestaan op het gebied van wayfinding en orientering. Door middel van interviews, observaties
en het analyseren van de literatuur is dit rapport tot stand gekomen. Het onderzoek is
geschreven om aanbevelingen te doen richting ’s Heeren Loo welke mogelijkheden toegepast
kunnen worden om de wayfinding en orientering van mensen met een verstandelijke beperking
te verbeteren.
Ik zou graag Stefan Lechner willen bedanken als interne opdrachtgever en afstudeerbegeleider
voor de ondersteuning bij mijn voortgang in dit onderzoek. Daarnaast Nienke van den Berg,
Beleidsadviseur Vastgoed van ‘s Heeren Loo en de externe opdrachtgever, voor het
samenstellen van het onderzoek en de tussentijdse gesprekken over de voortgang en sturing
van het onderzoek. Tevens wil ik Hans Haanappel bedanken voor het in contact brengen met de
cliënten en het openstellen van de nodige interne informatie. Tot slot wil ik de junior
medewerkers en de senior medewerkers van Bureau NoorderRuimte bedanken voor de hulp en
steun tijdens het afstudeertraject.
3. Onderzoeksmethodologie .......................................................................................................... 22
3.1 Onderzoeksmethoden .......................................................................................................... 22
3.2 Analyse .................................................................................................................................. 25
4.2 Oriëntatie mensen met een verstandelijke beperking......................................................... 27
4.3 Bewegwijzering Ermelo ........................................................................................................ 28
7.2 Beperkingen .......................................................................................................................... 43
Bijlage 2: Moodboards ................................................................................................................ 50
Bijlage 3: Interviewvragen oriënterend gesprek medewerker ’s Heeren Loo ........................... 52
Bijlage 4: Weergave interview oriënterend gesprek medewerker ’s Heeren Loo ..................... 53
Bijlage 5: Weergave (focus)groep-interview ’s Heeren Loo ....................................................... 54
Bijlage 6: Interviewschema medewerker ’s Heeren Loo ............................................................ 56
Bijlage 7: Weergave interview medewerker ’s Heeren Loo ....................................................... 58
Bijlage 8: Interviewschema medewerker NOVO ........................................................................ 60
Bijlage 9: Weergave interview medewerker NOVO ................................................................... 62
Bijlage 10: Interviewschema medewerker Visio de Brink .......................................................... 64
Bijlage 11: Weergave interview medewerker Visio de Brink ..................................................... 66
Bijlage 12: Observatiepunten ..................................................................................................... 68
9
Inleiding ‘Logica brengt je van A naar B, verbeelding brengt je overal’ (Albert Einstein). Een quote waar
wayfinding en oriëntatie als begrippen in verschuild zitten. Wayfinding en oriëntatie is
belangrijk voor ieder persoon om de uiteindelijke bestemming te bereiken. Dit gebeurt tijdens
het cognitieve proces dat iemand volgt tijdens de route in een bekende én onbekende
omgeving. Voor mensen met een verstandelijke beperking is niet alles vanzelfsprekend en geldt
een andere informatiebehoefte. Het is van groot belang dat verbeelding duidelijker aanwezig
voor de oriëntatie van deze doelgroep.
’s Heeren Loo Zorggroep werkt vanuit de visie dat elk mens uniek is en zich wil ontwikkelen om
nieuwe ervaringen op te doen. De cliënten (verder in het rapport cliënten genoemd) hebben
een verstandelijke of lichamelijke beperking, variërend van licht tot zeer ernstig meervoudig
beperkt. Deze cliënten moeten optimaal begeleid worden, zowel binnenshuis als onderweg van
werk/dagbesteding naar de woning. In dit onderzoek wordt gekeken naar de wayfinding en de
oriëntatie van deze cliënten op het woonzorgpark in Ermelo. Het doel is het in kaart brengen
van mogelijkheden op het gebied van wayfinding voor deze cliënten om hiermee de
zelfredzaamheid te vergroten en de bereikbaarheid van de verschillende faciliteiten te
vergemakkelijken.
’s Heeren Loo concludeert dat het voor cliënten vaak moeilijk is de weg zelfstandig te vinden op
het terrein. Straatnamen en huisnummers zijn geplaatst, zodat de locaties opgenomen kunnen
worden in de navigatiesystemen. Er is een plan opgesteld met bewegwijzeringsborden en
landmarks. Dit plan heeft als doel dat de bereikbaarheid van de faciliteiten vergroot wordt en
dat de voorzieningen voor bezoekers aantrekkelijker worden en beter bezocht worden. Deze
borden zal niet iedere cliënt kunnen lezen of begrijpen, afhankelijk van de beperking. Daarom is
het belangrijk om rekening te houden met de oriëntatie van alle cliënten en een gepaste
bewegwijzering te ontwikkelen die voor iedere cliënt werkt naast de geplande bewegwijzering.
Dit onderzoek is van maatschappelijk belang, omdat het voor toegevoegde waarde voor de
mens (cliënt) en organisatie (’s Heeren Loo) is. Het kan bijdragen met het oplossen van het
maatschappelijk probleem m.b.t. de weg vinden op het woonzorgpark in Ermelo.
Op basis van de verkregen informatie is een onderzoeksvraag opgesteld wat aan het eind van
dit onderzoek beantwoord zal worden:
Wat zijn de mogelijkheden op het gebied van wayfinding en oriëntering naast de geplande
bewegwijzering voor cliënten met een verstandelijke beperking op het woonzorgpark in Ermelo?
10
Om antwoord te krijgen op deze hoofdvraag, is dit onderzoek opgedeeld in verschillende fasen.
Allereerst staat er informatie over de organisatie beschreven en een korte beschrijving van de
huidige situatie met de randvoorwaarden op het gebied van bewegwijzering. Daarna volgt de
onderzoeksopzet. Om het onderzoek te kunnen starten wordt in hoofdstuk twee het
theoretisch kader gevormd met de begrippen uit de onderzoeksvraag. Er wordt literatuur
beschreven over wayfinding en oriëntatie in het algemeen, wat een verstandelijke beperking is
en op welke manier er gecommuniceerd kan worden met mensen met een verstandelijke
beperking. Van hieruit wordt een koppeling gemaakt met wayfinding en waarop gelet moet
worden tijdens dit onderzoek. Daarna volgt hoofdstuk drie met de onderzoeksmethoden. In dit
hoofdstuk komt naar voren welke methoden zijn gebruikt om het onderzoek uit te kunnen
voeren. Hoofdstuk vier geeft de resultaten weer uit het onderzoek. Het volgende hoofdstuk
geeft de conclusie weer, waarin de hoofdvraag wordt beantwoord met behulp van een analyse
van de resultaten. Naar aanleiding van de conclusie, volgen de aanbevelingen in hoofdstuk zes.
In het laatste hoofdstuk wordt het onderzoek ter discussie gesteld. Daarna volgen de
begrippenlijst en bijlagen.
1. Achtergrondinformatie In dit hoofdstuk wordt informatie over de organisatie, de huidige situatie op het woonzorgpark
in Ermelo en de randvoorwaarden voor de bewegwijzering binnen ’s Heeren Loo uitvoerig
beschreven. Hierna is de onderzoeksopzet opgesteld met de aanleiding van het onderzoek, de
doelstelling en centrale onderzoeksvraag.
1.1 Organisatie
’s Heeren Loo Zorggroep biedt mensen met een verstandelijke beperking zorg op maat. De
grootste focus ligt bij de cliënt om deze centraal te stellen en te helpen met wensen en
behoeften en waar mogelijk is met de verdere ontwikkeling. ’s Heeren Loo is gevestigd op elf
verschillende locaties in heel Nederland en biedt verschillende vormen van zorg, begeleiding,
ondersteuning en behandelingen. Dit gebeurt op het gebied van wonen, dagbesteding, scholing
en vrije tijd, maar ook bij individuele aanpassingen in het leven. ’s Heeren Loo Zorggroep wil de
kwaliteit van ondersteuning zo optimaal mogelijk maken waarin zij kan bijdragen aan het
mogelijk maken van een goede kwaliteit van bestaan (’s Heeren Loo, 2014).
’s Heeren Loo biedt zorg aan 9.217 cliënten. Deze cliënten worden verzorgd door 13.100
medewerkers en 4.000 vrijwilligers. Binnen ’s Heeren Loo is het thema ‘Samen’ centraal gesteld
en dit thema heeft bepaald welke rol de organisatie in de samenleving wil spelen. De
vernieuwing van de missie, visie en de kernwaarden als reactie op deze rol zullen bijdragen aan
het vergroten van het wij-gevoel binnen de organisatie. De kernwaarden zijn: Betrokken,
Passie, Samen en Ontwikkeling. ’s Heeren Loo wil de beste zorgen geven en gelooft in de kracht
van écht contact met de cliënten en op deze manier op zoek te gaan naar de
ontwikkelingsmogelijkheden van elke cliënt. Daarnaast is het van belang dat mensen met een
verstandelijke beperking rechten hebben en behoefte hebben aan persoonlijke groei (’s Heeren
Loo, 2014).
Voor ’s Heeren Loo is het belangrijk om de dienstverlening continu kwalitatief te verbeteren. ’s
Heeren Loo is dan ook HKZ-gecertificeerd (HKZ = Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de
Zorgsector). Binnen de gehele organisatie wordt gewerkt met dezelfde kwaliteitsnormen. Deze
certificering is belangrijk voor financiers en de overheid, zodat er rechtmatig aangetoond kan
worden dat er kwalitatief werk en zorg wordt geleverd. Ook kan hiermee het werk op
structurele basis worden gemonitord en verbeterd. Naast deze certificatie, is het doel om de
organisatie binnen ’s Heeren Loo zo in te richten dat de cliënten zich zelfstandig en thuis voelen.
Dit wordt gewaarborgd binnen elke laag van de organisatie door openheid en transparantie met
cliënten. In bijlage 1 wordt de organogram van de organisatie weergegeven.
12
Huidige situatie
Op het gebied van bewegwijzering zijn maatregelen genomen om de bewegwijzering te
verduidelijken. Elke straat is onlangs voorzien van een gemeentelijk ANWB straatnaambord
(figuur 1). Daarnaast is voor elk gebouw huisnummers opgesteld, zodat Ermelo niet meer één
adres heeft maar iedereen zijn eigen post in het gebouw kan ontvangen. Er is een plan
opgesteld in overleg met adviesbureau Eurorouting om bewegwijzeringsborden te plaatsen op
het woonzorgpark in Ermelo. Deze bewegwijzeringsborden wijzen de weg richting de
verschillende voorzieningen, met ondersteuning van (visitaal) pictogrammen (figuur 4). De
bovenkant van een bewegwijzeringsbord is 1.80 meter hoog rekening houdende met de zichtlijn
voor bezoekers die met auto of fiets het woonzorgpark betreden. Dit is belangrijk omdat deze
borden op moeten vallen op afstand. Ook komt bij de entree van het woonzorgpark een
plattegrond (figuur 3) en een entreebord (figuur 2). Deze maatregelen moeten ervoor zorgen
dat zowel bezoekers als cliënten gemakkelijker de weg kunnen vinden naar de verschillende
voorzieningen (’s Heeren Loo, 2014).
Figuur 1 Straatnaambord Figuur 2 Entreebord
Figuur 3 Plattegrond Figuur 4 Bewegwijzeringsbord
13
Randvoorwaarden bewegwijzering
Er zijn een aantal aspecten die belangrijk zijn voor ’s Heeren Loo Zorggroep als organisatie met
betrekking tot de bewegwijzering. Hiervoor is een beleidskader opgesteld vanuit ’s Heeren Loo.
Om een herkenbare route te creëren binnen de verschillende locaties door Nederland, is het
een voorwaarde om alle borden uitgevoerd te laten worden volgens de ’s Heeren Loo huisstijl.
Met huisstijl moet worden gelet op de kleuren die ’s Heeren Loo doorvoert in het logo. Ook
staat veiligheid hoog in het vaandel bij ’s Heeren Loo. Bewegwijzering kan de routing van het
gemotoriseerde verkeerde beïnvloeden, dus is het van belang op elk beslispunt een
bewegwijzeringsbord te plaatsen. Dit bewegwijzeringsbord kan verwijzen naar straatnamen
indien dit vanuit veiligheid i.r.t. routing van autoverkeerd wenselijk is. Naast de aspecten
herkenbaarheid en veiligheid staat het aspect flexibiliteit voorop. De bewegwijzeringsborden
moeten relatief eenvoudig aanpasbaar zijn n.a.v. een wijziging van de situatie op het
woonzorgpark. Wanneer deze wijziging doorgevoerd zal worden, zal er per locatie een afweging
gemaakt worden tussen het vervangen van de borden door gemeentelijke ANWB borden of
verdergaan met de huidige straatnaamborden om kapitaalvernietiging te voorkomen. Hierin
komt het laatste aspect doelmatigheid naar voren. En doelmatigheid staat binnen
bewegwijzering boven uniformiteit (’s Heeren Loo, 2014).
1.2 Probleemstelling
Hieronder is de aanleiding en doelstelling van het onderzoek uiteen gebracht. Vervolgens wordt
de onderzoeksvraag die hieruit voortkomt beschreven.
Aanleiding
Ermelo is één van de grootste woonzorgparken van ’s Heeren Loo. ’s Heeren Loo ondersteunt en
begeleidt mensen met een lichte tot ernstige (meervoudige) verstandelijke beperking. Dit
woonzorgpark biedt verschillende faciliteiten: woningen voor cliënten, dagbestedingslocaties,
kantoren, restaurant, polikliniek en een supermarkt. ’s Heeren Loo merkt dat het voor cliënten
en bezoekers is het vaak moeilijk de weg zelfstandig te vinden op het terrein. Straatnamen en
huisnummers zijn geplaatst, zodat de locaties opgenomen kunnen worden in de
navigatiesystemen. Daarnaast is er een plan opgesteld met bewegwijzeringsborden en kleine
landmarks. Deze geplande bewegwijzering moet ervoor zorgen dat de bereikbaarheid van de
faciliteiten vergroot wordt en dat de voorzieningen voor bezoekers aantrekkelijker worden en
beter te vinden zijn. Cliënten gebruiken een andere oriëntering dan bezoekers, kunnen vaak niet
lezen of begrijpen de borden niet en hier moet dan ook rekening mee worden gehouden tijdens
de bewegwijzering op het woonzorgpark. ’s Heeren Loo geeft aan dat de bewegwijzering
hieraan op dit moment tekort schiet en daarom is het van belang dat hier onderzoek naar
gedaan moet worden. Dit onderzoek is van maatschappelijk belang, omdat het voor
toegevoegde waarde voor zowel de mens (cliënt) als de organisatie (’s Heeren Loo) is. Het kan
14
helpen met het oplossen van het maatschappelijk probleem m.b.t. de weg vinden op het terrein
in Ermelo met als resultaat dat de cliënten zich zelfstandiger over het woonzorgpark kunnen
voortbewegen.
Doelstelling Het doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van de huidige situatie op het gebied van
wayfinding en oriëntering van mensen met een verstandelijke beperking op het terrein in
Ermelo. Een tweede doel is het doen van aanbevelingen in vorm van een onderzoeksrapport
met betrekking tot mogelijkheden op het gebied van wayfinding en oriëntering ten gunste van
verstandelijke beperkte cliënten op het terrein in Ermelo. Dit zorgt voor het vergroten van de
zelfstandigheid van de cliënten en het vergemakkelijken van de bereikbaarheid van faciliteiten
op het woonzorgpark in Ermelo.
Onderzoeksvraag Naar aanleiding van de hierboven benoemde aanleiding en doelstelling, is de volgende
onderzoeksvraag geformuleerd:
Wat zijn de mogelijkheden op het gebied van wayfinding en oriëntering naast de geplande
bewegwijzering voor cliënten met een verstandelijke beperking op het woonzorgpark in Ermelo?
In het volgende hoofdstuk wordt het theoretisch kader beschreven dat uitgelicht wordt met de
begrippen wayfinding en oriëntatie en een verstandelijke beperking. Eerst wordt beschreven
wat een verstandelijke beperking is, op welke manier gecommuniceerd wordt en welke
hulpmiddelen deze communicatie kunnen ondersteunen. Onder de begrippen wayfinding en
oriëntatie wordt beschreven welke definities er worden gebruikt, welke aspecten van belang
zijn en wat belangrijk is voor wayfinding met een verstandelijke beperking.
15
2. Wayfinding verstandelijke beperking In dit hoofdstuk worden de begrippen verstandelijke beperking en wayfinding toegelicht die
gevonden zijn in de literatuur. Aan de hand van deze informatie wordt een koppeling gemaakt
tussen deze begrippen.
2.1 Verstandelijke beperking
Volgens Van der Meer (2003) wordt er gesproken van een verstandelijke beperking wanneer het
IQ 70 of lager is en daarnaast ligt de ontwikkelleeftijd (OL) of verstandelijke leeftijd (VL) achter
op de werkelijke leeftijd. Volgens de DSM IV-R (een internationaal classificatiesysteem voor
psychiatrische stoornissen, 1994) valt een verstandelijke handicap onder een
ontwikkelingsstoornis. Kenmerkend voor deze mensen is dat zij een ontwikkelingsachterstand
hebben als gevolg van een stoornis in het cognitief functioneren, dat wil zeggen het
waarnemen, kennen, geheugen, weten en denken. Binnen de DSM IV-R volstaan criteria
waaraan voldaan moet worden om te kunnen spreken van een verstandelijk handicap: Een IQ
van 70 of minder bij een IQ-test, achterlopen op de normen die horen bij de kalenderleeftijd in
vergelijking tot leeftijdgenoten en het moet zijn begonnen voor het achttiende levensjaar (Van
der Meer, 2003).
De onderlinge verschillen tussen verstandelijke gehandicapten kunnen groot zijn, daarom heeft
van der Meer (2003) drie groepen getypeerd worden voor mensen met een verstandelijke
beperking: een zeer ernstige en ernstige verstandelijke beperking, een matige verstandelijke
beperking en een lichtelijke verstandelijke beperking. Bij een ernstige verstandelijke beperking
is het ontwikkelingsniveau niet hoger dan dat van een kind van één jaar. Het gedrag is minimaal
en beperkt, waardoor kan worden gesproken van een plantachtige situatie (Van Gemert, 1977).
Verschillende waarnemingen werken nog wel, waaronder zien, voelen, ruiken en horen. Er is
veel begeleiding en ondersteuning nodig, want de zelfredzaamheid is beperkt. Door veelvuldige
herhaling kunnen kleine stapjes geleerd worden. Van der Meer (2003) stelt dat bij een matige
verstandelijke beperking mensen grotere verschillen tonen. Sommigen kunnen lopen en iets
vastpakken, anderen hebben fijn motorische vaardigheden zoals schrijven aangeleerd. Deze
ontwikkelingsleeftijd is te vergelijken met een kind van drie tot vijf jaar. Mensen met een matige
verstandelijke beperking kunnen redelijk waarnemen (’s Heeren Loo, 2015). Ze leren door
herkenning en van ervaringen. Communicatie kan relatief vaak goed verbaal plaatsvinden.
Wanneer er sprake is van een bijkomende stoornis ligt dit anders. Praktische vaardigheden
kunnen worden aangeleerd, waardoor de zelfredzaamheid wordt vergroot. Zelfstandig wonen is
niet mogelijk, dus begeleiding is noodzakelijk. Volgens van der Meer zijn de waarnemingen bij
mensen met een lichte verstandelijke beperking vaak van beperkte omvang. Alles is
oppervlakkig en er is weinig overzicht. Deze mensen wonen later soms zelfstandig, maar het
16
grootste gedeelte blijft gebonden aan begeleiding in woonvormen. Velen zijn in staat om
zichzelf te redden zolang het leven voorspelbaar verloopt (van der Meer, 2003).
Op welke manieren kan gecommuniceerd worden met mensen met een verstandelijke
beperking?
De Rijdt (2013) stelt dat ieder mens behoefte heeft aan communicatie. Wanneer mensen wat
duidelijk willen maken, wordt er sneller gecommuniceerd met verbale communicatie. Voor
mensen met een verstandelijke beperking wordt is dit moeilijker (’s Heeren Loo, 2015). De
meeste mensen met een verstandelijke handicap hebben achterstanden of stoornissen in het
gebruik van verbale communicatie. Om toch te kunnen communiceren, wordt het belang van
‘de taal van dingen’ groter. Dingen zijn alle zaken buiten ons lichaam. De taal van dingen,
bijvoorbeeld het gebruik van foto’s en plaatjes, wordt meestal gebruikt als aanvulling op of
vervanging van de gesproken of geschreven taal. Communiceren is dan mogelijk door het
voorwerp zelf te laten zien…