Web view‘Bij het banket werden 24 ... Wij hebben dingen apart gedaan en later samengevoegd en...

Click here to load reader

  • date post

    06-Feb-2018
  • Category

    Documents

  • view

    218
  • download

    2

Embed Size (px)

Transcript of Web view‘Bij het banket werden 24 ... Wij hebben dingen apart gedaan en later samengevoegd en...

Eetgewoonten in de late middeleeuwen

Hoe anders aten de mensen in de middeleeuwen?

Datum: 19 december 2011

Auteur: Dieter Mesker

Inleiding

Wij hebben voor dit verslag onderzoek gedaan naar eetgewoontes in de late middeleeuwen. Het leek ons hierbij interessant om dit te vergelijken met de eetgewoontes van tegenwoordig. Gebruiken wij nog steeds dezelfde ingredinten of is dit sterk veranderd? Komt er in de keuken van tegenwoordig nog keukengerei van toen voor, of hebben wij hier allemaal verbeterde versies van? Zijn er gerechten die wij nu nog steeds eten? En zo nog meer vragen. Wij hebben dan ook als hoofdvraag: In hoeverre verschilt het eetpatroon en bereidingswijze van voedsel in de middeleeuwen met het eetpatroon en de bereidingswijze van tegenwoordig? Dit hebben wij uiteen gezet in de deelvragen: Wat was het eetpatroon van de boeren? Wat was het eetpatroon van de adel? En wat werd er op speciale- en feestdagen gegeten? Wij hebben in onze conclusie de vergelijking gemaakt met tegenwoordig. Omdat dit hoofdzakelijk een geschiedenis verslag is vonden wij het niet nodig om ook nog uit te wijden over de eetgewoontes van tegenwoordig. Dit is immers iets wat iedereen elke dag tegenkomt. Dit hebben wij dus alleen in onze conclusie gedaan om dubbele informatie te voorkomen.

Wat was het eetpatroon van de boeren?Wat, hoe werd het bereid, wanneer, hoeveel en waar kwam het vandaan?

Er is een zeker voorkeur in de literatuur en beeldende kunst van de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd om boeren een (zeer) eenvoudig voedselpatroon toe te dichten. Dit is niet speciaal of negatief bedoeld, maar volgde meer in het algemeen uit de opvatting dat boeren het dichtst bij de natuur stonden of hoorden te staan[endnoteRef:1]. Een leven binnen dergelijk condities gaf alleen maar aan dat je te maken had met de eentonigheid van de seizoenen. In de winter had je wintergranen om van te leven. In de zomer had je zomergranen om van te leven. Niet erg gevarieerd dus. Het menu van de boer is hoofdzakelijk gebaseerd op spijzen van plantaardige oorsprong, granen en groente.[endnoteRef:2] Wilde je als boer gevarieerder eten dan moest je echt naar de markt om aanvullend etenswaar te kopen. [1: Herman Pleij, Dromen van Cocagne pagina 115 ] [2: Massimo Montanari, Honger en overvloed pagina 60.]

In verschillende liederen wordt het beeld geschetst dat boereneten vooral bestaat uit: groente, knollen, knoflook en uien kortom grove kost voor primitieve wezens.[endnoteRef:3] Dit beeld klopt niet helemaal want er werd ook gevogelte, vlees en vis gegeten door de boeren en burgers. W e kunnen stellen dat het dieet van Europese boeren nog relatief goed voorzien was van vlees.[endnoteRef:4] Vanaf het begin van de 11de eeuw krijgt brood een belangrijke plaats in het eetpatroon van de boeren. Al het andere voedsel wordt gezien als aanvulling bij het brood.[endnoteRef:5] Maar met brood werd meer bedoeld dan alleen het brood dat wij nu kennen. Achter deze naam gingen vele andere producten schuil. Het stond symbool voor alle voedingsmiddelen die het werk op het land opleverde.[endnoteRef:6] Boeren aten vooral rogge omdat dit erg goedkoop was. In de middeleeuwen gebruikte men een flinke snee roggebrood als bord. Dit diende om het vet op te vangen van de gerechten. Was je een arme sloeber, dan at je het bord erbij op, was je een welgestelde, dan liet je het liggen, en werd het onder de minderbedeelden uitgedeeld. Want: wiens brood men eet, diens woord men spreekt.[endnoteRef:7] Haver, gerst en boekweit waren goedkope granen en dus de granen voor de armen. Zei aten brood van gerst en boekweit of haverpap of boekweitbrij. Zij hadden een buitengewoon karig en eenzijdig eetpatroon.[endnoteRef:8] Iets wat in de middeleeuwen ook terug te vinden was in het eetpatroon van de boeren is bier. Bier werd gedronken uit noodzaak, er waren maar weinig geschikte alternatieven. Bier werd uit graan gebrouwen en was hierdoor nodig voor de dagelijkse voedingsstoffen.[endnoteRef:9] [3: Herman Pleij, Dromen van Cocagne pagina 117 ] [4: Massimo Montanari, Honger en overvloed pagina 60] [5: Massimo Montanari, Honger en overvloed pagina 62] [6: Massimo Montanari, Honger en overvloed pagina 64] [7: http://www.historisch-openluchtmuseum-eindhoven.nl/middeleeuwen/Brabant/eten_laat_me.html] [8: Leen Alberts, De middeleeuwse bierenbroodspot, pagina 3] [9: Leen Alberts, De middeleeuwse bierenbroodspot, pagina 1.]

Boerenbruiloft Pieter Bruegel.

De meeste mensen hadden een paar kippen voor de eieren en voor de stoofpot. Soms hadden ze een varken, in een hok, om vet te mesten. In de steden zag je ze ook wel los lopen. Een koe of schaap werd vaak met meerdere mensen samen gekocht en deze werden gezamenlijk in een kudde gehoed, waarbij iedereen zijn deel van het loon van de herder betaalde.

De beesten werden pas op latere leeftijd geslacht, omdat ze voornamelijk gehouden werden voor de melk en de wol. Wild en paardenvlees werd door de gewone man niet of nauwelijks gegeten. Wel at men soms vis, zowel zeevis als riviervis, zeker op de door de kerk vastgestelde dagen wanneer vlees taboe was. Vlees was een overvloedig voedingsmiddel waar iedereen zonder veel problemen aan kon komen. Vis was echter voor de armen veel duurder. Het was er minder dan vlees en het was minder voedzaam. Het werd meer een lekkernij voor fijnproevers met geld. Door de monniken werd ook minder vlees gegeten. Zij aten dit drie maal in de week en hadden zo een gematigde een eenvoudige eetgewoonte aangenomen.[endnoteRef:10] [10: Massimo Montanari, Hoger en overvloed pagina 60-61]

Men moest zorgen dat er voldoende voedsel was om de winter door te komen. Voedsel dat bewaard moest worden werd gedroogd, gezouten, gerookt, of combinaties hiervan. Ook werd het ingelegd in azijn of in honing, maar dit laatste was erg kostbaar net als de nog vrij recente methode van het konfijten. Aan het einde van de winter was er nog maar weinig. Het is niet toevallig dat dat precies de periode van de grote vasten (tussen carnaval en Pasen) was[endnoteRef:11]. In tijd van schaarste gingen mensen van alles opeten, waaronder paddenstoelen en papavers. Wanneer de mensen deze aten leidde dit er toe dat deze mensen die helemaal gedrogeerd waren. Vraatzucht (gula) was de ergste zonde, de hoofdzonde. Hieruit vloeide alle andere zonden. Het was ook niet goed als je zomaar op elke tijdstip van de dag at, dan stond je bloot aan de verleidingen van de duivel.[endnoteRef:12] Het was normaal om twee maal op een dag te eten. Twee maaltijden vond men wel genoeg. De eerste maaltijd werd gehouden rond het middaguur en de andere bij zonsondergang. [11: http://www.historisch-openluchtmuseum-eindhoven.nl/middeleeuwen/Brabant/eten_laat_me.html] [12: CD 4 Herman Pleij vreten en vasten]

Enorme vreetpartijen en de fantasien daarover werden niet alleen in de hand gewerkt door zorgen om de voedselvoorziening en de vrees voor honger. Zeer stimulerend was tevens het scherpe contrast met de vele vastendagen van voorgeschreven soberheid en onthouding. De kerk had liefst 140 a 160 dagen ingesteld waarop het verboden was om vlees te eten[endnoteRef:13]. Daar tegenover stond wel dat er ook vele feestdagen waren die vreetuitspattingen stimuleerden. [13: Herman Pleij, Dromen van Cocagne pagina 159 ]

Deze schaarste zorgde zoals hierboven besproken voor fantasien. De bekendste hiervan is Luilekkerland. De gebraden ganzen vlogen door de lucht, de pannenkoeken groeiden aan de bomen en de rivieren waren van limonade. Om er te komen, moest men zich eerst door een rijstebrijberg heen eten. Dit was in de ogen van de boeren en arme burgers in die tijd natuurlijk een paradijs. Er was altijd eten, de vissen sprongen gebakken uit het water zo je mond in. Waarom verzint men dit? Hier zijn vele theorien over. De eerste is reeds besproken namelijk waar in de agrarische samenleving harde arbeid en immer dreigende hongersnood centraal stonden, kon Luilekkerland uitgroeien tot het gedroomde aardse paradijs, waar men nooit hoefde te werken en naar believen kon eten en drinken. Er is zelfs wel door de Italiaanse literatuurhistoricus Camporesi (geciteerd door Pleij) beweerd, dat de Luilekkerland-voorstelling een rechtstreeks gevolg is van ernstig voedselgebrek en de hallucinaties die daarmee gepaard kunnen gaan[endnoteRef:14]. [14: http://www.vanatotzreeks.nl/lemma.php?letter=L&categorie=0&t=207]

De eerste originele tekst over Luilekkerland.

Hoe kan het dat er zoveel honger was dat mensen gingen dromen over een land waar eten altijd en overvloedig aanwezig was? Dit kan antwoord kan je zoeken in de oogst en veeteelt. Je had een winteroogst en een zomeroogst. In november werd de oogst weer binnen gehaald en de dieren geslacht. Er was dan tijdelijk overvloed aan eten. Dit moest echter snel opgegeten worden omdat vlees bijvoorbeeld niet een jaar lang houdbaar was. Je moest het dan dus zo snel mogelijk opeten. Aan het einde van je voorraad was er meestal nog een stuk van het jaar over (het was dus niet opmerkelijk dat er veel vastendagen in deze periode vielen). De zomeroogst bracht ook wel veel op maar geen vlees omdat je nog bezig was met het vet mesten van je dieren. Die wilde je natuurlijk zo vet mogelijk hebben. Dit geeft aan waarom er een vlees schaarste was in de zomer en het voorjaar.

Bereiding en ingredinten

Het is opvallende dat er in de keuken van de middeleeuwen veel gestampt en gezeefd werd.[endnoteRef:15] Geen keuken was compleet zonder een groot vuur in de schoorsteenmantel waarboven een verstelbare haak hing met een grote metalen kookpot of ketel. Dit was een ronde pan van metaal of aardewerk. Hierin werd gekookt en niet gebakken. [endnoteRef:16] In deze pot werd vermoedelijk hutspot bereid. Dit was niet de hutspot van tegenwoordig met peen, ui en aardappelen. Dit was een gerecht wat bestond uit verschillende so