Web view Logistiek Week 1 Het KOOP Logistieke grondvorm...

download Web view Logistiek Week 1 Het KOOP Logistieke grondvorm ¢â‚¬â€œ KOOP-concept KOOP = het Klant Order Ontkoppel

of 18

  • date post

    17-Mar-2020
  • Category

    Documents

  • view

    1
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Web view Logistiek Week 1 Het KOOP Logistieke grondvorm...

Logistiek Week 1 Het KOOP

Logistieke grondvorm – KOOP-concept

KOOP = het Klant Order Ontkoppel Punt

Dit is het punt dat aangeeft hoever (stroomopwaarts in een bedrijfskolom) een klantenorder doordringt in het productie- of distributieproces van de aanbieder van een product of dienst. Er zijn vijf klantorderontkoppelpunten:

Handigheidje:

Het goederenstroomtraject voor KOOP (op planning gebaseerde activiteiten) wordt aangestuurd op basis van een prognose, vaak een voorspelling (voorraadrisico). Met producten die na KOOP geproduceerd worden (klantgerichte activiteiten), loopt de ondernemer geen risico.

Er zijn meer elementen die verschillend zijn voor en na het KOOP:

Week 1 Logistiek concept (m.b.t. productielogistiek)

Logistiek raamwerk bij productielogistiek:

1. Grondvorm productielogistiek (fysieke inrichting)

2. Besturingssysteem productielogistiek (beheersing)

3. Informatiesysteem productielogistiek (informatievoorziening)

4. Personele organisatie productielogistiek (realiseren van effectieve coördinatie tussen logistiek en andere functies in de organisatie)

1. Grondvorm productielogistiek

Hoe richt je de productievloer in?

· Continue fabricage - Productieproces van tevoren vastgesteld en ingericht (KOOP 1)

· Productie volgens een vaste werkwijze (kaasfabriek)

· Continue fabricage: Maximale arbeidsdeling, grote hoeveelheden van steeds min of meer hetzelfde product, relatief goedkoop, lijn is niet flexibel, bv auto’s, geen variatie, geen onzekerheid, vaak lijnopstelling, product voortdurend in beweging, bewerking per stuk machines hoeven niet steeds te werken, als een product zelf door de omgeving kan stromen, productstroomgerichte indeling.

· Functionele fabricage Productieproces op basis van functies ontworpen en ingericht (KOOP 4/5) (middelgroot bedrijf)

Functionele fabricage: bv een fietsenfabrikant als er veel variaties mogelijk zijn, product steeds slechts korte tijd in bewerking, tussenvoorraden, grote aantallen naast elkaar, series op speciale machines.

· Groepsgewijze fabricage (mengvorm) Ontwerp en inrichting van het productieproces volgen de orderstroom; werken in teams, verantwoordelijk voor uitvoering van de hele order.

Past bij het principe dat alles tegenwoordig klantgericht is, complete order wordt aan een team gekoppeld, machines zo gegroepeerd dat er in kleine series gewerkt kan worden zonder tussenvoorraden, groepen op elkaar gelijkende producten stromen op een logische wijze door de productieomgeving, productie opgedeeld in autonome groepen, of: teamsgewijze fabricage.

2. Besturingssysteem productielogistiek (ZIE WEEK 2)

· Materiaalgeoriënteerd produceren – Aanvoer en voorrraadbeheersing van het materiaal staan centraal (veel verschillende onderdelen zoals een vliegtuig en een auto)

· Capaciteitsgeoriënteerd produceren – De beheersing van de gebruikte machines staat centraal; De machines kunnen een bottleneck zijn. Met een bottleneck wordt in de bedrijfskundige benadering een knelpunt binnen een project/proces bedoeld. De bottleneck is een kritiek punt waar veel fout kan gaan. De bottleneck in een proces/project is iets wat een proces/project ophoudt en in de weg staat. (dure machines die continue moeten draaien)

3. Informatiesysteem productielogistiek

Productterminologie

Een product is een voorwerp of dienst, al dan niet in de eigen onderneming vervaardigd of van derden betrokken, die bedoeld is om met een meerwaarde te worden verkocht. Producten worden geïdentificeerd m.b.v. een productnummer. Van het product liggen dan meteen de Form, Fit en Function (FFF) vast.

Productopbouw: onderscheid in inkoopdelen en maakdelen; chronologische opbouw van product d.m.v. grondstoffen, onderdelen, samenstellen en eindproduct.

Entiteit van een product = het kenmerkende en identificerende gegeven dat een product eenduidig vastlegt.

Productiegrondvorm

Volgens de logistieke tekenvormen:

Productstructuren

Vanuit de wijze waarop een ontworpen product (incl. onderliggende attributen) is opgebouwd, zal de ontwerper een schema maken met de onderlinge relaties daarvan: de stuklijst.

Stuklijst = Productstructuur = Bill Of Materials (BOM) = Receptuur. Ze geven de opbouw van het product in aantallen, onderdelen en/of samenstellingen weer. (uit welke onderdelen bestaat het eindproduct en is nodig voor de materiaalplanning)

MRP I systeem

Vroeger werd alles handmatig gepland = cardex systeem; voorraadaanvulsysteem. Dit werd een steeds complexer wordende papierstroom. Tegenwoordig gaat alles via geautomatiseerde systemen. Echter, hierbij ontstond het probleem dat al die systemen los van elkaar werden gebruikt en dat er dus gemakkelijk fouten gemaakt werden en het een grote chaos werd. Daarom werd er een overkoepelend systeem ontworpen: het Material Requirements Planning systeem (MRP-I systeem, materiaalgeoriënteerd).

MRP systemen zijn PUSH systemen: men gaat namelijk uit van een toekomstige behoefte en duwt grondstoffen en andere zaken de productie in om producten te maken.

Essentie: vraag naar eindproduct (=onafhankelijke vraag) is bepalend voor de behoefte aan onderliggende producten (BOM).

MRP-I is een set rekenregels waarmee de werkelijke toekomstige behoefte aan materiaal kan worden berekend! Hierbij wordt gebruik gemaakt van twee basisprincipes:

· Tijdfasering – wanneer moeten de eindproducten beschikbaar zijn? Tijd wordt ingedeeld in buckets (tijdseenheden)

· Afhankelijke vraag – de vraag naar onderdelen uit de productstructuur wordt afgeleid uit de behoefte naar eindproducten (= onafhankelijke vraag).

Echte klantenorders, vraagvoorspellingen eindproduct, service onderdelen, onderdelen R&D.

Werking MRP I:

Vanuit het MPS (onafhankelijke vraag in de tijd) wordt de afhankelijke vraag (onderdelen etc.) berekend = de bruto behoefte. Daarbij wordt rekening gehouden met de aanwezige voorraad, inkooporders, behoefte lopende productieorders etc. Hieruit volgt de netto inkoop- en productiebehoefte Westers systeem: gaat inkopen op basis wat verkocht is en wat er verwacht wordt te verkopen.

Het MPR-I systeem moet gezien worden als een hulpmiddel voor de planner aan de hand waarvan deze beslissingen kan nemen.

MRP II systeem

Manufacturing Resource Planning (MRP-II) is ontstaan vanuit het MRP-I systeem. Bij het eerste systeem was er namelijk geen sprake van terugkoppeling vanuit de productie. Door een productie- en verkoopplan op te stellen, zijn er terugkoppelingen op het MRP systeem aangebracht.

Door middel van het MRP-II systeem wordt er naast de geplande voorraad ook een schema opgesteld met de geplande capaciteit. Het is een uitbreiding op personeel, middelen, machines, financiën. Komt in de praktijk weinig voor omdat het erg uitgebreid is.

Voor een duidelijk MRP-II overzicht, zie volgende afbeelding

ERP systeem

Enterprise Resources Planning (ERP) = naast materiaal en capaciteit worden ook financiële resources in de afweging genomen. Centrale database (alle informatie).(tegen eilandautomatisering, zorgt dat iedereen over alle informatie beschikt) Nadeel: systemen zijn vaak te complex. Het ERP systeem is wel een logische uitbreiding op MRP-systemen. Het is een standaard informatiesysteem die verantwoordelijk is voor de integrale ondersteuning van de activiteiten binnen een organisatie.

ERP-systemen: het ERP systeem werkt met geïntegreerde software: gegevens slechts één keer invoeren. Structuur ERP-systeem: een centrale database met daaromheen een schil van applicaties voor verschillende functionaliteiten voor bv:

·

1

· Productie

· Financiële activiteiten

· Voorraad/inkoopactiviteiten

· HRM

· Verkoop/marketing

· Distributie

· Verslagleggingsactiviteiten

Leveranciers: SAP, Baan en Exact (voor het MKB)

Het ERP systeem is een soort centrale database / een grote dropbox, handig voor een organisatie.

4. Personele organisatie productielogistiek

Hoe ziet de ontwikkeling van de logistieke organisatie eruit?

Gaat over het realiseren van effectieve coördinatie tussen logistiek en andere functies in de organisatie.

Week 2 Productielogistiek (besturingssystemen)

Toyota Production System (TPS)

Het Toyota Production System (TPS) is gebaseerd op twee kenmerken:

· Jidohka – beslissingsbevoegdheid op de productievloer (het verlenen van autonomie). Nadeel: product is al verkocht, de levertijd komt in gevaar. Voordeel: fout kan in een vroeg stadium worden hersteld.

· JIT-concept – Just In Time concept = het precieze aantal benodigde onderdelen op de juiste tijd naar de volgende bewerkingsstap brengen. Werkt m.b.t. pullsystemen = pas reageren als de marktvraag veranderd.

Het TPS/JIT systeem wordt uitgewerkt m.b.v. een Kanban = communicatiemiddel in vorm van kaart. Ieder bakje met onderdelen heeft een kanban (met vermelding van de inhoud) als inhoud bakje bij volgende productieschakel wordt verbruikt wordt de kanban teruggestuurd deze kanban is het signaal dat er weer geproduceerd mag worden. Twee soorten kanbans: productiekanbans en transportkanbans. Veel gebruikt two-bin systeem.

Sheets voor Kanban in organisatie

Westers besturingssysteem: op basis van voorraad en prognose, KOOP 1 en 2 Push-systeem: je drukt de orders het systeem in (probleem wat betreft voorraad: geen probleem) Oosters besturingssysteem: vanuit de order, JIT, geen voorraad Pull-systeem: je trekt de orders het systeem in (probl