Veeri iendaagsch Blad vo^ Vrouw. · PDF file „Een vrouw met f 0.80 is meer waard dan een...

Click here to load reader

  • date post

    19-Oct-2020
  • Category

    Documents

  • view

    1
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Veeri iendaagsch Blad vo^ Vrouw. · PDF file „Een vrouw met f 0.80 is meer waard dan een...

  • jaargang 9- QX00nsi»ag 3 0 Odohw \

    W. DRUCKER en Th. P. B HAVER;

    Vrouw.

    Abonnementsprijs per 8 maanden f 0.75 Voor België, 't ovorigo Buitenland en Ned.-Indië „ 1.02» Afzonderlijke Nummers „ 0.05

    Bureau van Redactie en Administratie: S a r p h a t i p a r k 6 1 ,

    AMSTERDAM.

    AdvcrtentiÜn per regel f 0.15 Groote letters naar plaatruimte. Boekaankondigingen per regel „ 0.10

    en 4,3 maal. Aanvragen en betrekkingen „ 0.05

    I N H O U D : Aiiisit-r* vroede vaderen* Zwanger meisje, zwangere vrouw. Binnen de Grenzen. Uit den Vreemde. Vergaderingen. Ingezonden. Literatuur. Feuilleton: Echte vrouwen. Advertentiën.

    JïmshYs bttaüite tmitettem Daar was eens een land welks bewoners — de toon-

    aangevende vooral — prat waren op hun vrijheidsliefde en hun zucht naar recht. Dat land telde vele steden en dorpen; eene van die steden, n.1. de hoofdstad des rijks, stond aan den spits van vooruitgang en beschaving. In 's Lands vergaderzaal vloeiden slechts wijze woorden over de lippen der in hoogheid gezetenen, der uitverkorenen des volks; in de plechtige samenkomsten van de vroede vaderen, aan wie door dorps- of stadsbewoners de belangen der gemeente waren opgedragen, vernam men niets dan ernst, hoogen ernst en alle besluiten getuigden van diep- gevoelde rechtvaardigheid, rechtvaardigheid tegenover grooten en kleinen, rijken en armen. En desalniettemin waren er in dat heerlijke land, wiens gezaghebbers zóó in-eerlijk waren, zóó strikt-reehtvaardig, zóó ridders „sans peur et sans reproche" nog tal van ontevredenen. Die akelig-ontevreden menschen! die wezens, welke nu immer en altijd begeeren, dat de zaken juist zoo zullen worden ingericht, als zij het zich voorstellen en die steeds mop- peren, wanneer men maar een haarbreed afwijkt! En bij die ontevredenen bevonden zich ook vrouwen, verbeeldt j e ! vrouwen, die in heur enge hersenen nu maar heelemaal niet konden opnemen het denkbeeld door de meeste dier vroede mannen verkondigd op telkens varieerende wijzen: „Een vrouw met f 0.80 is meer waard dan een man met f 1.—" Voor zulke logica waren de hersenen van enkele vrouwen — edoch ook van enkele mannen — gesloten. Hoe is het mogelijk, zou je zoo zeggen!

    Die vrouwen •— 't waren er niet velen, gelukkig voor de rust des lands — maakten zich boos over, of liever ergerden zich aan elk waar of vermeend onrecht, haar of enkelen harer zusteren aangedaan. Maar de wijze mannen stoorden zich niet aan heur alarmkreten en voelden zich

    gerugsteund door de uitingen van andere vrouwen, welke hunne daden hoogolijk prezen of door het zwijgen van nog grooter aantal; deze laatsten waren de brave, do echte vrouwen, die gezeten aan de voeten des mans, gaarne zijn lessen en vermaningen aanhoorden, zijn berispingen en kastijdingen ontvingen, gelijk het betaamde. Maar ook voelden zij zich gerugsteund door de groote massa mannen, in wiens geest zij spraken en uit wier handen zij hadden ontvangen de opdracht om voor aller belangen te zorgen. Zij, deze mannen, hadden hun echter slechts die opdracht gegeven voor eenige jaren en konden haar al of niet vernieuwen, al naar gelang de taak meer of minder naar hun zin was volbracht. Was het wonder dan, dat, waar die mannen vormden de gemeenschap, waarin de vrouwen vervulden bijna allen een zwijgende rol, de vroede vaderen slechts rekening hielden met de begeerten der eersten ?

    Dat ideaal-land zorgde natuurlijk ook voor goed onder- wijs ; liet niets onbeproefd om de onderwijzers voor het nuttige werk, dat zij zich ten taak hadden gekozen, ruim te bezoldigen, wist de gaven van den man als van de vrouw ten bate van dat onderwijs te benutten en wees ieder hunner de juiste plaats aan, waar zij behoorden te staan. Er waren zelfs enkele bewoners in dat land, die beweerden, dat de buren een voorbeeld aan „ons" konden nemen, aangezien elders het onderwijs in minder goeden staat verkeerde. En toch waren niet allen tevreden, vooral niet de onderwijzers en de onderwijzeressen! De eer- sten gedachtig de leuze: „Eendracht maakt macht" vormden een bond. Zoo nu en dan — doch een witte raaf gelijk — werd ook eens een onderwijzeres gezien tusschen de heeren-collega's op de vergaderingen van dien bond, want zij, de onderwijzeressen, waren te deftige luiden om ontevreden te zijn. Toch waarde het duiveltje der ontevredenheid rond in de gelederen van hen, aan wie de zorg voor de „hoop des vaderlands" was toever- trouwd. En het vergiftigde al maar meer zieltjes, zelfs vrouwenzieltjes, zoodat het niet langer meer een ongewoon verschijnsel was, als men vrouwen zag te midden der protesteerenden. Dat gaf me dikwijls een geredeneer, gediscussieer, gedisputeer zonder einde, want de ontevre- denheid der onderwijzeressen was nog grooter dan die der onderwijzers. En deze laatsten ? Wel, de meesten waren

  • 122 E V O L U T I E .

    ook toegedaan de leer: „Een vrouw met f 0.80 is meer waard dan een man met f 1,—" en daar konden nu die pretentieuze onderwijzeressen maar niet bij met haar bekrompen verstand.

    Ten laatste ging het verschil van meening zoo hoog, dat de onderwijzeressen weg liepen en zich in eigen bond vereenigden om zelven naar behooren heur belangen te kunnen behartigen. Dit deed velen der mannen nadenken en langzamerhand werd het hun duidelijk, dat hun kracht werd gebroken, als er twee groepen bestonden, die misschien wel eens elkander zouden tegenwerken. In het corps werd toen meer en 'meer merkbaar een streven naar gelijke waardeering van gelijken arbeid, waardoor de vrouwen zich iets sterker tot den Bond voelden aangetrokken. Daarbij kwam nog, dat de opflikkering van verontwaar- diging bij de weggeloopen onderwijzeressen geen immer brandend vuur bleek te zijn. Zij schaamden zich over heur brutale daad; zij trachten die weer gedeeltelijk goed te maken door zoo maar niet iedere ontevredene toe te laten, zij werden weder echte, brave, zoete vrouwen, dames liever, want dat waren zij en zoo noemden zij zich.

    En aldus gebeurde het in die vooruitstrevende hoofd- stad van dat recht-lievende land, dat na tal van verzoek- schriften, door dien Bond van onderwijzers gericht aan den Raad van vroede vaderen, deze laatsten kwamen tot het inzicht, dat de bakens moesten worden verzet, aange- zien het getij was verloopen. En de wijsten onder die wijzen zetten zich aan den arbeid, en kwamen voor den dag met een geheel reorganisatie-plan van de salarissen. Al hun gepeins, al hun gepraktiseer kon echter nog niet allen tevreden stellen. Dat duiveltje scheen maar niet verjaagd te kunnen wórden. Dit plan huldigde het „gelijk loon voor gelijken arbeid", eischte voor de jeugd der hoofdstad de best onderlegde krachten. Wat wilde men meer ?

    Toch waren er al weer van die zwartgallige menschjes, welke, omdat zij nu zelven niet zouden plukken de vruch- ten van het uitgestrooide gelijkheidszaadje, dat mooie plan afkeurden. Een enkele, die volstrekt geen belang had bij welke organisatie ook, behoorde mede tot de ontevre- denen, doch wat wisten zij, die leeken, daarvan V Tevreden waren de vroeger mopperende, uit den Bond van mannen weggeloopen onderwijzeressen; de loftrompet staken zij over dit gewrocht der wijzen. Immers zij behoorden tot de categorie dergenen, die gelijken arbeid mochten ver- richtten en dus ook gelijk loon zouden erlangen als heur mannelijke vakgenooten. Wat deerde het haar of daar waren andore nietelingen, goed genoeg om aan de prole- tariërskinderen les te geven ; of deze, heur zusters, veel lager werden bezoldigd, omdat een deel van het terrein voor haar gesloten bleef?

    En de raad van wijzen zelf? Ook geen algemeene instemming; edoch hier viel iets kluchtigs waar te nemen. Grondde zich bij de belanghebbenden de ontevredenheid op het niet-consequent-toepassen der vooropgeschoven stelling, hier werd de stelling zelf aangetast, niet ont- zenuwd, doch zonder betoog verworpen en een andere daarvoor in de plaats gegeven. Het „gelijk loon voor gelijken arbeid" werd door verschillende der wijze mannen beschouwd als uit den booze en omgezet in : „Loon naar behoefte". Aangezien nu deze mannen van oordeel waren, dat de mannen-maag meer behoeften heeft dan de vrou-

    wen-dito, dat de man moet kunnen rooken, oen potje bier drinken — al is hij geen kroeglooper — een vrouw moet kunnen onderhouden — hetzij in het huwelijk met nog eenige kinderen er bij hetzij daarbuiten telkenmale voor een kortstondige poos —• pleitten zij voor „hooger loon aan de mannen". Daarmee sloegen zij twee vliegen in één klap. Zij verdedigden het prestige van den man en z\j beliefden hen, die het in hunne macht hadden hen al of niet weder op het kussen te brengen.

    Hoe is het mogelijk, dat in dienzelfden Raad nog mannen te vinden waren, welke andere taal deden hooren dan dezen ?

    Hoort hoe ongeëvenaard-wijze woorden deze mannen spraken: „De stelling „gelijk loon voor gelijken arbeid" is oud en afgeleefd. Wij moeten hooghouden het „loon naar behoefte", en dan moet immers de man meer ver- dienen dan de vrouw, want hij is met f 1.— nog niet zoo ver te brengen als zij met f 0.80. Als de Raad die verouderde stelling huldigt, dan moeten alle vrouwen straks hooger worden bezoldigd. Ik zou dan ook gaarne al was liet maar om te plagen, amendementen in dien geest indienen. Gij, die medegaat met de voorstellers, doet zulks öf uit „charmanterigheid",' öf uit „attaches" voor de kringen, waaruit de onderwijzeressen voorkomen." Zoo sprak de alwijze, die zich noemde Hertog, de man, die kende de roerselen des harten van zijn evenmensch, de man, die goed scheen te weten welke waren de behoeften zijner broeders en deze aanwakkerde, de man, die wist wat wa