Menging koop- en sociale huurwoningen in 1 Menging koop- en sociale huurwoningen in woonblokken Een

download Menging koop- en sociale huurwoningen in 1 Menging koop- en sociale huurwoningen in woonblokken Een

of 39

  • date post

    01-Aug-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Menging koop- en sociale huurwoningen in 1 Menging koop- en sociale huurwoningen in woonblokken Een

  • 1

    Menging koop- en sociale

    huurwoningen in woonblokken

    Een onderzoek naar de beleefde aspecten van menging door bewoners

    Door: Raymond Frederiks, Student BSc Sociale Geografie & Planologie UvA

    Als onderdeel van onderzoeksstage bij de Amsterdamse Federatie

    van Woningcorporaties (AFWC)

  • 2

  • 3

    Inhoudsopgave 1: Introductie ............................................................................................................................. .. 4

    2: Theoretisch kader ..................................................................................................................... 7

    2.1: Effecten van menging ................................................................................................................... 7

    2.2: Buurtrelaties en samenleven ....................................................................................................... 8

    3: Onderzoeksopzet........................................................................................................ ............ 11

    3.1 Deelvragen................................................................................................................................... 11

    3.2 Gemengd wonen en eigendom ................................................................................................... 12

    3.2: Toepassing en beperkingen methoden van onderzoek ............................................................. 13

    3.4: Spreiding en motivering casussen .............................................................................................. 14

    4: Casussen ............................................................................................................................. ... 16

    4.1: De Amsterdamse woningmarkt in beeld.................................................................................... 16

    4.2 Overzicht VvE’s ............................................................................................................................ 18

    4.2.1: Casus Voorsteven .................................................................................................................... 19

    4.2.2: Casus IJburg complex X............................................................................................................ 20

    4.2.3: Casus Lutma ............................................................................................................................ 21

    4.2.4: Casus Hertspieghelweg ........................................................................................................... 22

    4.2.5: Casus Kattenburg..................................................................................................................... 23

    5: Tevredenheid over Samenleven .............................................................................................. 25

    5.1: Contact tussen bewoners ........................................................................................................... 25

    5:2 Overlast ....................................................................................................................................... 26

    5.3: Verantwoordelijkheid................................................................................................................. 28

    6: Overleg en participatie binnen VvE ......................................................................................... 30

    6.1 Participatie .................................................................................................................................. 30

    6.2: Aanpak corporatiemedewerkers VvE ......................................................................................... 31

    7: Conclusie en aanbevelingen .................................................................................................... 34

    Waarom menging? ........................................................................................................................ 34

    Wat zijn de ervaringen over menging op blokniveau na de verkoop van huurwoningen? ........... 34

    Hoe verloopt het overleg binnen de VvE in gemengde woonblokken met betrekking tot de

    casussen?....................................................................................................................................... 36

    Bronnenlijst ............................................................................................................................... 38

  • 4

    1: Introductie

    “Door het, sinds de jaren tachtig door

    corporaties, systematisch mengen van

    toegevoegde woningen en het differentiëren in

    geherstructureerde wijken, is er geen sprake

    van problematische segregatie in de

    volkshuisvesting.” (De Vernieuwde Stad, 2014)

    Deze zin volgde uit de reactie van ‘De

    Vernieuwde Stad’, een platform van

    grootstedelijke woningcorporaties, op het

    ingediende wetsvoorstel tot de herziening van

    de woningwet. Het mengen van sociale huur-

    en koopwoningen, ook differentiatie van de

    woningvoorraad genoemd, is al enige tijd

    onderdeel van beleid op de Nederlandse

    woningmarkt. Met name de grote steden is dit

    van toepassing, waarbij deze mix in

    verschillende vormen en maten tot uiting

    komt. Het aanbieden van een gemengd

    woningaanbod bij nieuwbouwcomplexen is

    bijvoorbeeld een mengingsvorm, maar ook de

    verkoop van sociale huurwoningen leidt tot

    menging. Over de implementatie van deze

    mengingsvorm bestaat discussie, vooral over

    de sociale en economische gevolgen van

    menging voor de buurt.

    Op het grootstedelijk schaalniveau wordt

    differentiatie in de woningvoorraad vooral

    aangevoerd als middel om de diversiteit en

    daarmee de sociaaleconomische achterstand

    van buurtbewoners te voorkomen. Hierbij

    worden extreme vormen van ongelijkheid,

    zoals de vorming van ‘banlieus’ in Parijs, in

    ieder geval gedeeltelijk voorkomen (RIGO,

    2011). In deze context is menging bedoeld om

    sociaaleconomische verschillen tussen

    buurten aanzienlijk te verminderen.

    In de onderstaande afbeelding wordt duidelijk

    in hoeverre buurten in Amsterdam, waar dit

    onderzoek als casus zal worden gebruikt,

    tegenwoordig gemengd zijn naar eigendom.

    Daarbij is het aantal lichtgekleurde buurten,

    dus gemengde wijken, flink gestegen ten

    opzichte van de oude situatie.

    Figuur 1: Menging buurten in Amsterdam (Bron: AFWC, 2013)

    Naar de effecten van menging op het

    schaalniveau van buurten is na analyse

    gebleken dat daar al een aantal onderzoeken

    gedaan zijn op dat gebied. Recentelijk kwam

    onderzoeker Barend Wind (2014) tot de

    conclusie in de studie ‘Verkoop van

    corporatiewoningen en de gevolgen voor het

    buurtkapitaal’ dat de verkoop van

    corporatiewoningen weinig tot geen invloed

    heeft op het buurtkapitaal. Het buurtkapitaal

    werd in deze studie omschreven als een

    ‘hulpbron die ontstaat uit de externe effecten

    van interactie tussen mensen binnen een

    eenzelfde geografische context, en de status

    die buitenstaanders daar aan toekennen’.

    Volgens de studie van Van Ham (2014) is het

    effect van sociale stijging, de mate waarin

    daarnaast niet bewezen. Maar op een lager

    schaalniveau, namelijk op dat van

    woonblokken, is er nog steeds ruimte voor

    onderzoek. Eigenaren en huurders zijn daar

    door elkaar gemengd, terwijl zij mogelijk een

    andere sociaaleconomische achtergrond

    hebben.

    Bewoners binnen woonblokken ondervinden

    direct de gevolgen van menging als

    beleidsvorm. Het onderzoek dat is uitgevoerd

    met betrekking tot menging focust zich

    voornamelijk op statistische en demografische

  • 5

    effecten van menging. Maar hoe bewoners

    menging feitelijk ervaren en of dit aansluit bij

    hun woonwensen is vaak nog onduidelijk. Om

    daar op in te springen zal er in dit onderzoek

    door middel van kwalitatieve methoden van

    onderzoek en het afnemen van

    semigestructureerde interviews, gekeken

    worden hoe menging wordt ervaren door

    zowel sociale huurders als eigenaren. Zo kan

    er op exploratieve wijze een beeld worden

    geschetst van de manier waarop bewoners

    differentiatie van de woningvoorraad op

    complexniveau waarderen. Verspreid over

    meerdere case studies ontstaat daardoor een

    beeld van hoe menging binnen Amsterdam

    binnen woonblokken wordt ‘beleefd’. De

    vraag die daarin van belang is, is in welke

    mate menging van invloed is op de

    leefbaarheid voor de bewoners binnen het

    woonblok. Welke verschillen zien zij, en wat

    vinden zij van hun medebewoners?

    Naast de mogelijke invloed van de verkoop van

    sociale huurwoningen op het samenleven

    ontstaat er met de verkoop van huurwoningen

    nog een ander effect op complexniveau. Met

    de toestroom van eigenaren, is er op

    complexniveau een wettelijke verplichting tot

    het oprich