Literatuuronderzoek naar een optimaal binnenmilieu

download Literatuuronderzoek naar een optimaal binnenmilieu

of 125

  • date post

    11-Jan-2017
  • Category

    Documents

  • view

    226
  • download

    2

Embed Size (px)

Transcript of Literatuuronderzoek naar een optimaal binnenmilieu

  • Literatuuronderzoek naar een optimaal binnenmilieu

    EOS-Facet

    Datum

    September 2011

    TU Delft, faculteit Bouwkunde, afd. Bouwtechnologie,

    sectie Klimaatontwerp, ing. S.R. Kurvers, ir. A.K. Raue,

    ir. E.E. Alders, drs. J.L. Leijten

    In opdracht van SenterNovem (nu Rijksdienst voor

    Ondernemend Nederland)

    Publicatienr

    RVO-172-1501/RP-DUZA

    www.rvo.nl

    Dit rapport is tot stand gekomen in opdracht van het ministerie van

    Economische Zaken.

  • Technical Sciences Laan van Westenenk 501 7334 DT Apeldoorn Postbus 342 7300 AH Apeldoorn www.tno.nl T +31 88 866 22 12 F +31 88 866 22 48 infodesk@tno.nl

    FACET-deelrapport x.x

    WP 1.1 WP 4.1 WP 4.3 Literatuuronderzoek naar State of the Art Binnenmilieu

    Datum 29 september 2011 Auteur(s) ing. S.R. Kurvers

    ir. A.K. Raue ir. E.E. Alders drs. J.L. Leijten TU-Delft, faculteit Bouwkunde, afdeling Bouwtechnologie, Sectie Klimaatontwerp

    Exemplaarnummer Oplage Aantal pagina's 123 Aantal bijlagen Opdrachtgever Projectnaam FACET Projectnummer

    Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, foto-kopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de auteurs. FACET is een EOS-LT onderzoeksproject, gesubsidieerd door Agentschap NL

    http://www.agentschapnl.nl/

  • FACET-rapport 1.1

    2 / 123

  • FACET-rapport 1.1

    3 / 123

    Inhoudsopgave

    Verantwoording ........................................................................................................................ 4

    Samenvatting ............................................................................................................................ 5

    1 Inleiding .................................................................................................................... 7

    2 Samenvattende conclusies .................................................................................... 8 2.1 Thermisch comfort algemeen .................................................................................... 8 2.2 Adaptatie en gebruikersinvloed ................................................................................. 9 2.3 Thermisch comfortmodellen en temperatuurcriteria ................................................ 11 2.4 Normen en richtlijnen ............................................................................................... 12 2.5 Productiviteit ............................................................................................................ 13 2.6 Thermisch comfort woningen .................................................................................. 13 2.7 Thermisch comfort scholen ..................................................................................... 14 2.8 Temperatuurvariatie en gezondheid ........................................................................ 14 2.9 Bijzondere groepen.................................................................................................. 14

    3 Samenvatting literatuurbronnen .......................................................................... 16

    4 Literatuur .............................................................................................................. 116

    Bijlage 1: Termen, begrippen en definities ....................................................................... 122

  • FACET-rapport 1.1

    4 / 123

    Verantwoording

    Voor deze literatuurstudie hebben de auteurs circa 110 bronnen bestudeerd en van 90 bronnen is een samenvatting gemaakt op basis van de relevantie voor de vraagstelling. De literatuurbronnen zijn afkomstig van Journal papers, zoals Energy & Buildings, Building Research & Information, Building & Environment, Proceedings van de verschillende Windsor-conferences van het Network for Comfort and Energy Use in Buildings, Proceedings van Indoor Air, Healthy Buildings en andere congressen, hoofdstukken uit boeken en rapporten van onder andere EU, ASHRAE Transactions. Bij de selectie en interpretatie van de literatuur spelen uiteraard ook de ervaringen van de onderzoekers een rol. De auteurs zijn naast hun functie als onderzoeker en/of docent bij de TU Delft actief (geweest) als architect, klimaatontwerper, bouwfysisch adviseur, onderzoeker naar comfort en gezondheid in de gebouwde omgeving, etc.

  • FACET-rapport 1.1

    5 / 123

    Samenvatting

    Voor deze literatuurstudie hebben de auteurs circa 110 bronnen bestudeerd en van 90 bronnen is een samenvatting gemaakt wanneer de inhoud relevant was voor de vraagstelling. De literatuurbronnen zijn afkomstig van verschillende Journal papers, Proceedings van congressen, boeken en rapporten. Uit de enorme hoeveelheid informatie worden hieronder puntsgewijs de belangrijkste conclusies uit de literatuur samengevat. Thermisch comfort is geen product dat aan gebouwgebruikers wordt geleverd,

    maar een doel dat de gebruikers nastreven, als ze de mogelijkheden worden geboden door het gebouw.

    Adaptatie is een fundamentele menselijke behoefte en het bieden van adaptieve mogelijkheden geeft een ruimer comfortgebied dan het gebied dat met neutraal wordt aangeduid.

    Gebouwgebruikers moeten meer als bewoners worden gezien, die een actieve rol spelen in het gedrag van een gebouw en niet slechts passieve ontvangers van vooraf ingestelde omstandigheden.

    Mensen reageren op discomfort door of te trachten de omgeving aan te passen (ramen, thermostaat) of door hun vraag aan te passen (kleding, houding). Het gebouw moet dus aan de gebruikers de mogelijkheden bieden comfort te realiseren. Hiervoor moet het gebouw aan enkele regels voldoen: - Gebruikelijke en voorspelbare temperaturen. Gebouwen moeten

    gebruikelijke, voorspelbare temperatuursniveaus bieden, zodat de bewoners eenvoudig hun comforttemperatuur zo dicht mogelijk bij de heersende temperatuur kunnen brengen.

    - Benvloeding door bewoners. Er moeten eenvoudige, gemakkelijk bedienbare en effectieve benvloedingsmogelijkheden zijn.

    - Veranderende temperaturen. De temperaturen zijn niet vast, maar bewegen door veranderingen die binnen en buiten optreden. Snelle veranderingen leiden tot discomfort en klachten, terwijl geleidelijke veranderingen over dagen acceptabel zullen zijn.

    - Kledingvoorschriften. Een veranderend binnenklimaat vereist dat gebruikers koele kleding kunnen dragen in de zomer en warmere kleding in de winter. Strikte kledingvoorschriften of dresscodes benvloeden het thermisch comfort en het energiegebruik nadelig. Dresscodes dienen daarom variabel te zijn en rekening te houden met de verschillende seizoenen.

    - Mensen verschillen, fysiologisch gezien, binnen en tussen verschillende sociale omgevingen en omdat gebouwen worden ontworpen om verschillende mensen te huisvesten is het de uitdaging om met deze variatie om te gaan bij het ontwerpen van gebouwen. De paradox is dat dit er juist toe heeft geleid het thermisch binnenklimaat in grote delen van de wereld hetzelfde is geworden en juist niet tegemoet komt aan de menselijke verschillen.

    - Het blijkt dat een nauwere bandbreedte niet door de gebruikers als comfortabeler of acceptabeler wordt ervaren. Er is geen wetenschappelijke onderbouwing om gebouwen binnen (de nauwe) klasse A te regelen.

    - De ervaren benvloedingsmogelijkheden in de natuurlijk geventileerde gebouwen is groter dan in de geconditioneerde gebouwen.

    In de natuurlijk geventileerde gebouwen zijn de werknemers tevredener over de temperatuur dan in de mechanisch geventileerde gebouwen.

    Bewoners van gebouwen zijn vooral gericht op het oplossen van alle vormen van discomfort, minder op het nastreven van de optimale situatie. Dit blijkt het

  • FACET-rapport 1.1

    6 / 123

    makkelijkst worden bereikt in een eenvoudig gebouw met veel gebruikersinvloed.

    Het fysiologische model van Fanger is misleidend, omdat het geen rekening houdt met het dynamisch opslaan van warmte en geen rekening houdt met menselijk gedrag dat streeft naar adaptatie.

    Criteria voor thermisch comfort, zoals NEN-ISO 7730, zijn gebaseerd op laboratoriumonderzoek dat tot doel had het minimaliseren van thermische onbehaaglijkheid voor een groep. De proefpersonen bevonden zich in een abstractie van de werkelijkheid.

    In woningen zijn slaapvertrekken het gevoeligst voor warmte-discomfort. De comforttemperatuur ligt lager en de adaptieve mogelijkheden zijn beperkter dan in andere vertrekken. Slaapvertrekken dienen koeler te zijn dan woonvertrekken.

    De bandbreedte van thermisch comfort in woningen is (veel) groter dan in kantoren. Zo bleek in Californische huizen de temperatuur dragelijk tussen 10 en 36C.

    Ouderen ervaren de thermische omgeving anders dan jongeren als gevolg van fysiologische, gedragsmatige en psychologische verschillen.

    Eenduidige eisen voor temperaturen voor ouderen zijn moeilijk te geven. Voor toekomstige woningen voor ouderen worden passieve, architectonische

    oplossingen voorgesteld voor het beheersen van het binnenklimaat, aangevuld met technologische systemen in de vorm van automatisch sluiten van ramen, individuele temperatuurprofielen per kamer en airconditioning voor extreme weersomstandigheden.

  • FACET-rapport 1.1

    7 / 123

    1 Inleiding

    In dit rapport zijn ruim 90 artikelen, rapporten, hoofdstukken van boeken samengevat. Uit de samenvattingen zijn de belangrijkste conclusies getrokken en geven zo een uitgebreid beeld van de huidige stand van kennis betreffende het onderzoek naar thermisch comfort en de beleving van het binnenmili