Handleiding Omgaan met Geld - Palet013 Je bent met je vrienden in het zwembad. Wat doe je met je...

download Handleiding Omgaan met Geld - Palet013 Je bent met je vrienden in het zwembad. Wat doe je met je geld?

of 23

  • date post

    02-Oct-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of Handleiding Omgaan met Geld - Palet013 Je bent met je vrienden in het zwembad. Wat doe je met je...

  • Handleiding Omgaan met Geld

    door: R-Newt jongerenwerk de Twern

  • Preventieproject Tilburg 1

    Les 1 Omgaan met Geld Doelen

     Introductie begrippen sparen, zakgeld, geld besteden, prijzen.  Kinderen stimuleren met elkaar een gesprek aan te gaan over geldzaken..  Kinderen leren beter met geld omgaan.

    Rationele keuzes maken: Met geld omgaan is ook leren omgaan met keuzes. Wat kies je wel, wat kies je niet?

    Opzet van de les 1. (Voorstellen en) introductie. 2. Prijzen raden: hand omhoog, hand omlaag. 3. Zelftest: Welk geldtype ben jij? 4. Oefening: shoppen. 5. Nabespreking en afsluiting.

    Beschrijving van de les 1. (Voorstellen en) introductie Indien nodig voorstellen aan de groep: wie ben je, wat doe je, waarom ben je vandaag in de klas? Daarna introductie op het thema: Omgaan met geld. Bedoeling is om met de leerlingen te praten over wat zij te besteden hebben. Bovendien heb je daar dan zelf een beeld van. Inventariseren hoe het in de klas zit met zakgeld, kleedgeld, belgeld. Wie krijgt zakgeld, wie (al) kleedgeld en/of belgeld? Hoeveel? Wie meer, wie minder? En wat moet je doen van dat bedrag? Mag je helemaal zelf weten waar je het aan uitgeeft of moet je er ook van sparen? Of cadeautjes kopen? Hoe zit dat bij anderen? En zijn er ook kinderen die weleens wat bijverdienen? Waarmee dan? Wat verdien je ermee en waar geef je dat aan uit? 2. Prijzen raden: Hand omhoog, hand omlaag Bij deze werkvorm moeten leerlingen aangeven hoeveel een artikel of activiteit kost. Bedoeld als middel om met elkaar over prijzen te praten: kun je het ergens goedkoper krijgen, denk je dat prijs iets zegt over kwaliteit, heb je een voorbeeld of ervaring? Werkvorm: Alle leerlingen gaan staan. Leerkracht noemt een artikel/activiteit en stelt de vraag: 'Denk je dat het minder kost dan x euro – dan doe je je hand omhoog. Denk je dat het meer kost dan x euro – dan hou je je hand omlaag.' Als alle leerlingen hun keuze hebben bepaald, vertelt de leerkracht de juiste prijs. De leerlingen die het fout hadden gaan zitten en mogen niet meer mee doen. Uiteindelijk blijven er een paar leerlingen over. Die leerlingen moeten raden naar de prijs van een artikel (er worden geen marges aangegeven). Wie er het dichtste bij zit, heeft gewonnen. Voorbeeld: Wat kost een los nummer van de Donald Duck? Denk je dat het minder kost dan € 2,– dan doe je je hand omhoog. Denk je dat het meer

  • Preventieproject Tilburg 2

    kost dan € 2,– dan hou je je hand omlaag. Een los nummer van de Donald Duck kost € 2,05, dus de leerlingen met hun hand omhoog moeten gaan zitten. In de bijlagen staat deze werkvorm verder uitgewerkt. 3. Zelftest: Welk geldtype ben jij? De leerlingen geven in tien situaties die met geld te maken hebben aan hoe ze zouden reageren. Elk gegeven antwoord is punten waard. Aan de hand van de hoeveelheid punten kunnen de leerlingen zien welk geldtype ze zijn. Na de quiz kan de leerkracht navragen of de leerlingen zichzelf herkennen in het type. En hebben ze nog tips voor elkaar? De quiz staat in de bijlagen. Het is de bedoeling dat het vel met de uitkomst pas rondgedeeld wordt als de kinderen klaar zijn met het beantwoorden. 4. Oefening: Shoppen De leerlingen worden in tweetallen en/of drietallen verdeeld. Ze hebben fictief € 150,- gespaard en gaan een dagje shoppen. De keuze is beperkt tot acht artikelen tussen € 5,- en € 75,-. Ze moeten met elkaar bepalen waar ze hun € 150,- aan uitgeven en dat noteren. Om ze te laten ervaren dat je verschillende keuzes kan maken, doen ze dat twee of drie maal. Daarna wordt klassikaal geïnventariseerd wat er is gekozen door middel van turven. Zo wordt duidelijk welke artikelen het populairst zijn bij de leerlingen en waarom ze voor iets kiezen.. De werkbladen bij deze oefening staan in de bijlagen. Ieder groepje krijgt een setje, het evaluatieschema is voor de leerkracht. 5. Nabespreken en afsluiten Tot slot wordt de les nabesproken. Wat vonden de leerlingen? Welk deel was het leukst, welk het minst leuk? Hebben ze nog tips voor de inhoud?

  • Preventieproject Tilburg 3

    Bijlagen 1 les 1 Prijzen raden: Hand omhoog, hand omlaag Toelichting: Deze werkvorm staat beschreven in de handleiding van les 1. Om de leerlingen even te laten oefenen met de werkvorm, is het goed om de Donald Duck als voorbeeld te nemen en daarna pas echt te beginnen. De leerlingen die hebben gekozen voor de met blauw gemarkeerde kolom mogen blijven staan. N.B. Prijzen zijn van juni 2011. artikel/activiteit juiste prijs hand omhoog hand omlaag Donald Duck 2,05 – 2,00 + 2,00

    blikje Coca Cola AH 0,50 – 0,60 + 0,60

    flesje T yp-Ex Hema

    1,25 – 1,30 + 1,30

    sms sturen 0,09 – 0,10 + 0,10

    frietje met 2,05 – 2,00 + 2,00

    spijkerbroek *) 30 – 250 – 100 + 100

    ontbijtje 0,41 – 0,35 + 0,35

    chips Bolognese AH 0,83 – 0,85 + 0,85

    set 4 markers Hema 2,00 – 1,50 + 1,50

    cd van Big Time Rush 20,00 – 15,00 + 15,00

    onder de douche 0,30 – 0,25 + 0,25

    los nummer Hitkrant 2,30 – 2,50 + 2,50

    avondeten 2,15 – 3,00 + 3,00

    hangen thuis **) 3,45 – 3,25 + 3,25

    1½ uur tv kijken 0,10 – 0,15 + 0,15

    uurtje internet 1,00 – 0,95 + 0,95 *) Alle leerlingen mogen blijven staan. **) met vrienden/vriendinnen: fles cola, chips, tv/dvd. Voor de laatste drie á vier leerlingen: Wat kost een postzegel op een kaart? (€ 0,46) Wie het dichtst bij de juiste prijs zit wint.

  • Preventieproject Tilburg 4

    Bijlage 2 les 1 Werkblad voor leerlingen Quizzz: Welk geldtype ben jij? Hoe ben jij met geld? Doe de test en ontdek of je je geld over de balk smijt of je hand op de knip houdt. Vraag 1 Je krijgt € 20,- van je oma. Wat doe je ermee? A Je hebt door die openstaande schulden al een tijdje

    geen geld meer, dus je kunt die € 20,- goed gebruiken om iets leuks voor jezelf te kopen.

    B Je koopt iets leuks en de rest zet je op je spaarrekening.

    C Je houdt het geld op zak voor als je iets wilt kopen. D Je zet al het geld meteen op je spaarrekening. Vraag 2 Leen jij wel eens geld uit? A Alleen aan goede vrienden. B Nee, daar begin ik niet aan. C Ja, maar dan spreek ik wel een goede rente af! D Als ik het heb, is het geen probleem.

    Vraag 3 Je wilt een iPod, hoe pak je dat aan?

    A Je koopt een tweedehands iPod van een klasgenoot. B Je plundert je spaarrekening en rent meteen naar de winkel. C Je kijkt welke iPod je vrienden hebben en koopt er een die nog duurder is. D Je zoekt uit waar je je iPod zo voordelig mogelijk kunt kopen.

    Vraag 4 Doe je weleens klusjes voor geld? A Nee hoor, ik help thuis weleens, maar daar hoef ik echt geen geld voor. B Graag, mijn spaarrekening schreeuwt om geld! C Heel vaak, want ik kom altijd geld tekort. D Ja, want dan help ik een beetje in huis en het verdient ook nog!

  • Preventieproject Tilburg 5

    Vraag 5 Weet jij precies wat er op je spaarrekening staat? A Ja, ik tel mijn geld vaker dan Dagobert Duck. B Ongeveer, ik check het af en toe. C Ik heb werkelijk geen idee. D Ja, niets, wat mijn spaarrekening is leger dan die van Donald

    Duck. Vraag 6 Je bent met je vrienden in het zwembad. Wat doe je met je geld?

    A Een ijsje halen voor iedereen. B Opmaken een ijs, friet en snoep natuurlijk! C Ik wacht tot iemand anders een rondje uitdeelt. D Ik heb thuis al brood gesmeerd en hou mijn geld in mij zak.

    Vraag 7 Weet jij wat een dagje Efteling voor het hele gezin kost?

    A Geen idee, dat betalen mijn ouders toch? B Geen idee, maar we moeten er wel even voor sparen. C Mijn ouders zeggen wel dat het duur is, maar ik weet niet

    hoe duur. D Dat weet ik precies. Als ik iets extra's wil in de Efteling,

    dan moet ik dat zelf betalen.

    Vraag 8 Je mag met een vriendje mee naar Eurodisney, maar je hebt weinig geld om daar leuke dingen te kopen. Wat doe je? A Jammer dan, je hoeft toch niet iets te kopen? B Je vraag aan je ouders of ze een zakcentje kunnen meegeven. Jij spaart hen toch

    geld uit als je niet thuis bent? C Je koopt iets leuks van het kleine bedrag dat je hebt, andere leuke dingen laat je

    hangen. D Je leent geld, want je kunt toch niet thuis komen zonder aandenken?

  • Preventieproject Tilburg 6

    Vraag 9 Als ik later groot ben.....

    A Heb ik een villa met zwembad en sportwagen. B Heb ik een toffe baan en een leuk gezin. C Werk ik in arme landen om mensen daar te helpen. D Reis ik met een rugzak de wereld over. Vraag 10 Je bent met een vriend(in) in de stad en je ziet een cool shirt dat je graag wilt hebben. Je komt € 5,- tekort. Wat doe je? A Ik leen het geld van mijn vriend(in). B Jammer dan. Ik koop het shirt wel als ik genoeg zakgeld heb. C Ik zeur net zo lang tot mijn ouders me het geld geven. D ik koop een goedkoper shirt.

  • Preventieproject Tilburg 7

    Benieuwd naar de uitkomst? Bereken je aantal punten en lees welk geldtype je bent.

    Welk geldtype ben jij? – Uitkomst! Puntentelling vraag A B C D score 1 40 20 30 10 2 20 40 10 30 3 10 30 40 20 4 30 10 40 20 5 10 20 30 40 6 30 40 10 20 7 40 30 20 10 8 10 30 20 40 9 40 20 30