DEEL 3 - University of ...

Click here to load reader

  • date post

    25-Feb-2021
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of DEEL 3 - University of ...

  • 235

    DEEL 3

    DOEL- OF WAARDERATIONEEL: WELK SOORT RATIONALITEIT BEPAALT HET BESTUURLIJKE EN POLITIEKE HANDELEN?

  • 179 In 1980 werd dat vastgesteld in Ellemers 1980. Bij mij bestaat de indruk, na raad- pleging van literatuur over Weber voor dit hoofdstuk, dat de belangstelling er niet geringer op is geworden.

    180 Niet de minste sociologen hebben later in deze richting doorgeredeneerd.zie o.a. de bekende en veel discussie oproepende studie van Riesman The lonely crowd, Mer- ton’s opstel Bureaucratic structure and personality en veel van het werk van Peter Berger.

    236

    Hoofdstuk 18 Rationalisering bij Weber en Mannheim

    18.1 Inleiding

    Ten grondslag aan mijn belangstelling voor het begrip rationalisering als een van de drijvende krachten van de moderne maatschappij, ligt, zoals gezegd, de relatie tussen samenlevingsvorm en gedrag. Max Weber, een van de grote denkers van de twintigste eeuw, voor wie de weten- schappelijke belangstelling meer dan tachtig jaar na zijn dood nog steeds toeneemt,179 ver- woordt de relatie tussen mens en maatschappij als volgt: “Nur eines ergibt sich zweifellos: Ausnahmslos jede, wie immer geartete Ordnung der gesellschaftlichen Beziehungen ist, wenn man sie bewerten will, letzlich auch daraufhin zu prüfen, welchem menslichen Typus sie, im Wege äuszerer oder innerer (Motiv-)Auslese, die optimalen Chancen gibt, zum herrschenden zu werden” (Weber 1917a: 283/284). In zijn onvolprezen studie naar Weber, vat Dassen dit ook door hem gebruikte citaat als volgt samen: “Met andere woorden, er zijn bepaalde ‘maat- schappelijke ordeningen en machten’ - religie, recht, economie, gezag - die een bepaalde invloed uitoefenen op het denken en handelen van het individu. Bijvoorbeeld: een sterk gebureaucratiseerde samenleving ‘schept kansen’ voor een aangepast, onderdanig menstype” (Dassen 1999: 286). Aan de hand van uitspraken van Weber zelf en aan de hand van secundai- re literatuur weet Dassen aannemelijk te maken dat in laatste instantie het ‘Leitmotiv’ van Weber’s werk bestaat uit de vraag welk menstype het meest geschikt is voor de moderne, rationele samenleving.180 Ook Karl Mannheim houdt zich, zij het vanuit een andere invals- hoek, met deze vraag bezig. Hem interesseert bovenal de vraag hoe de negatieve gevolgen van de te ver doorgevoerde eenzijdige rationalisering van de samenleving een halt toe te roepen, zodat mensen in die samenleving weer enige greep op hun eigen leven en hun omge- ving kunnen krijgen. Want de eenzijdig gerationaliseerde samenleving, heeft bij mensen het vermogen na te denken en zelf beslissingen te nemen, ontnomen: “The fact that in a functio- nally rationalized society the thinking out of a complex series of actions is confined to a few organizers, assures these men of a key position in society. A few people can see things more and more clearly over an ever-widening field, while the average man’s capacity for rational judgment steadily declines once he has turned over to the organizer the responsibility of making decisions” (Mannheim, 1940: 59).

    Aan de basis van de vraag naar een dergelijke relatie tussen maatschappij en persoonlijkheid, is de vraag welke vorm van sociaal handelen in die moderne maatschappij het meest toonaan- gevend is geworden. In deze studie is tenslotte de vraag verbijzonderd naar de sfeer van

  • 181 Voor een verkenning van de het begrip politiek, zie Tromp, B 1995, Hoofdstuk 1. Hier wordt het begrip politiek opgevat in de geest van Easton: de bindende toedeling van waarden.

    182 Te denken valt aan Baumgarten, Bendix, Parsons, Giddens, Collins, Layendecker, Dassen.

    237

    politiek en bestuur.181 Toegespitst op het Wadden- en op het EHS-onderzoek, wordt in verken- nende zin bekeken welke vorm van sociaal handelen het meest voorkomt in de politiek- bestuurlijke sfeer van het bestuurlijk overleg en de politieke besluitvorming. Daarvoor is gebruik gemaakt van het werk van Max Weber, omdat hij van de klassieke sociologen het meest uitgesproken, oorspronkelijk en diepgaand het rationaliseringsproces of de toenemende rationaliteit aanwijst als oorzaak voor ontstaan en ontwikkeling van de moderne maatschappij (o.a. Valk, J.M.M. de , 1980) en van het rationaliteitsbegrip in het werk van Karl Mannheim omdat hij, in oorsprong beïnvloed door de ideeën over rationalisering van Max Weber, daar een eigen op de politieke praktijk gerichte invulling aan geeft.

    18.2 Rationalisering bij Max Weber

    Kenners zijn het er over eens dat de begrippen rationaliteit en rationalisering van uiterst groot belang zijn, zo niet centraal staan in het werk van Weber.182 Ook zelf heeft hij dat in zijn methodologische werk en in zijn historische sociologie beklemtoond. “Unser europäisch- amerikanisches Gesellschafts- und Wirtschaftsleben ist in einer spezifischen Art und in einem spezifischen Sinn ‘rationalisiert’. Diese Rationalisierung zu erklären und die ihr entsprechen- den Begriffe zu bilden, ist daher eine der Hauptaufgaben unserer Disziplinen”(Weber 1917a: 292). Vlak voor zijn dood zal hij daaraan toevoegen: “Rationalisierungen hat es daher auf den verschiedenen Lebensgebieten in höchst verschiedener Art in allen Kulturkreisen gegeben. Charakteristisch für deren kulturgeschichtlichen Unterschied ist erst: welche Sphären und in welcher Richtung sie rationalisiert wurden” (Weber 1920:20), waarmee hij aangeeft dat er sprake kan zijn van vele, verschillende rationaliseringen. Het westers moderniseringsproces is nu zo bijzonder omdat het rationaliseringsproces zich vooral en het eerst voltrok in de sfeer van economie, recht en politieke administratie en omdat de aard van dat rationaliseringsproces het best kan worden geïllustreerd met de termen berekenbaarheid, voorspelbaarheid en be- heersbaarheid.

    Zoals bekend staat de vraag naar hoe in het ‘avondland’ - de in het begin van de twintigste eeuw nog in zwang zijnde poëtische term voor West-Europa - een bijzonder soort rationalise- ring is ontstaan en op den duur de overhand heeft gekregen, centraal in zijn vergelijkende studies. Natuurlijk, schrijft Weber, moet daarvoor de structuur van het economisch stelsel - “das Kapitalismus, der schicksalsvollsten Macht unseres modernen Lebens” (Weber 1920:12) worden bekeken maar dat is niet voldoende: “Jeder solche Erklärungsversuch musz, der fundamentalen Bedeutung der Wirtschaft entsprechend, vor allem die ökonomischen Beding- ungen berücksichtigen. Aber es darf auch der umgekehrte Kausalzusammenhang darüber nicht unbeachtet bleiben. Denn wie von rationaler Technik und rationalen Recht, so ist der ökono- mische Rationalismus in seiner entstehung auch von der Fähigkeit und disposition der Men- schen zu bestimmten Arten praktisch-rationaler Lebensführung überhaupt abhängig. Wo diese

  • 238

    durch Hemmungen seelischer Art obstruiert war, da stiesz auch die Entwicklung einer wirt- schaftlich rationalen Lebensführung auf schwere innere Widerstände” (Weber 1920: 21). Niet alleen op institutioneel niveau analyseert Weber dus het begrip rationaliteit, ook op het niveau van de handelende mens.

    Grosso modo is hiermee de veelzijdigheid en daardoor dubbelzinnigheid van het rationalise- ringsbegrip bij Weber geschetst. Kenners zijn het er daarom ook over eens dat het door hem gebruikte begrip vaak voor verwarring zorgt omdat het, in ieder geval op het eerste gezicht, aanleiding geeft tot tegenstrijdige interpretaties. Zo spreekt Parsons over de multi-dimensiona- liteit van het rationalismebegrip bij Weber, heeft Collins het over de verschillende lagen van een ui die moet worden afgepeld en beschrijft Frankena Weber’s rationaliseringsbegrip als een complex van betekenissen en definities waarin nimmer een sluitende ordening zal kunnen worden aangebracht (Parsons 1964, Collins 1989 en Frankena 2000).

    18.2.1 Rationeel sociaal handelen: het individuele niveau Die tegenstrijdigheid geldt alleen op het eerste gezicht , want in zijn encyclopedische deel van ‘Wirtschaft und Gesellschaft’ omschrijft Weber heel scherp wat onder sociaal handelen moet worden verstaan en welke rol rationeel handelen daarin speelt (Weber 1922: 1,11,12,13). Als mensen aan hun gedrag een betekenis toekennen of er een bedoeling mee hebben (‘der subjek- tiver Sinn’), noemt Weber dat menselijk handelen in het algemeen. Hij spreekt over sociaal handelen wanneer de bedoeling of subjectieve betekenis van de handeling betrekking heeft op het gedrag van anderen en daarop ook inspeelt bij het vervolg van de handeling. Het sociaal handelen, het object van de sociologie, kent twee basistypen: rationeel handelen, dat weer onderverdeeld wordt in doel-rationeel en waarde-rationeel en niet-rationeel handelen, met de onderscheiding emotioneel (‘affektuell’) en traditioneel. In de verdere bespreking zal geen aandacht aan het niet-rationele handelen worden besteed. Ten eerste omdat dat het doel van deze studie niet dient. Want deze studie is gericht op het handelen in de politiek-bestuurlijke en politieke sfeer, dus op het rolgebonden handelen. Ten tweede omdat deze niet-rationele vorm van sociaal handelen door Weber in zijn ‘verstehende’sociologie als een restcategorie wordt gezien waaruit geput kan worden wanneer het handelen niet rationeel kan worden verklaard: “Für die typen bildende wissenschaftliche Betrachtung werden nun alle irrationalen, affektuell bedingten, Sinnzusammenhänge des Sichverhaltens, die das Handeln beeinflussen, am übersehbarsten als ‘Ablenkungen’ von einem konstruierten rein zweckrationalen Verlauf desselben erforscht un dargestellt”(Weber,1922: 2). Als voorbeeld laat hij zien hoe paniek op de effectenbeurs op deze manier moet worden verklaard: eerst moet worden vastgesteld hoe de beursnoteringen zouden zijn