DEEL 1 ONTWIKKELINGSGEBIEDEN DEEL 2 RICHTLIJNEN DEEL 3 HET trast met het technisch kunnen te...

download DEEL 1 ONTWIKKELINGSGEBIEDEN DEEL 2 RICHTLIJNEN DEEL 3 HET trast met het technisch kunnen te overbruggen)

If you can't read please download the document

  • date post

    19-Aug-2020
  • Category

    Documents

  • view

    0
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of DEEL 1 ONTWIKKELINGSGEBIEDEN DEEL 2 RICHTLIJNEN DEEL 3 HET trast met het technisch kunnen te...

  • Lagere Graad

    Deeltijds Kunstonderwijs Studierichting Beeldende Kunst

    Leerplan

    INHOUD VOORWOORD DEEL 1 ONTWIKKELINGSGEBIEDEN DEEL 2 RICHTLIJNEN DEEL 3 HET CONCRETE LEERPLAN specifiek gedeelte

    ALGEMEEN BEELDENDE VORMING ANIMATIE”FILM” BIJLAGE 1 BEGRIPPENKADER BIJLAGE 2 OVERZICHT VAN DIVERSE TECHNIEKEN BIJLAGE 3 VOORBEELDSCHEMA’S

    brigittelemmens Stempel

  • DEEL 3 HET CONCRETE LEERPLAN specifiek gedeelte

    ALGEMEEN BEELDENDE VORMING ANIMATIE”FILM” 3.1 LEEFTIJDSGROEPEN EN BEGINSITUATIE 3.2 BEELD EN (MIXED)MEDIA 3.2.1 Ontwikkelingsdoelen 3.2.2 Leerlijnen 3.2.3 Werkvelden 3.2.4 Vak- en discipline overstijgende aanzetten 3.3 INFRASTRUCTUUR EN MIDDELEN 3.4 BIBLIOGRAFIE

  • 3.1 LEEFTIJDSGROEPEN EN BEGINSITUATIE De leerlingen kunnen vanaf de leeftijd van 6 jaar (1ste lj) aan een scholing LG-DKO-BK be- ginnen (Lagere Graad - Deeltijds KunstOnderwijs - Beeldende Kunst). Het lestijdenvolume kan variëren van 2 tot 4 wekelijkse lestijden gedurende ten hoogste 6 leerjaren (p.2 mini- mumleerplan). Inhoudelijk hoofddoel LG (zie minimumleerplan): een beeldend leerproces laten ont- staan, een creatieve ontwikkeling bevorderen die manuele vaardigheden, technisch inzicht en cultuurbelangstelling stimuleert (cognitief, dynamisch-affectief, psychomo- torisch). Het minimumleerplan LG - dat geïntegreerd is in dit leerplan - volgt een opdeling in leeftijds- groepen naar analogie met de niveaugraden van het basisonderwijs: (1ste graad) leeftijds- groep A = leerjaar 1-2, (2de graad) leeftijdsgroep B = leerjaar 3-4, (3de graad) leeftijdsgroep C = leerjaar 5-6. Dit geeft de volgende typeringen met ermee samenhangende didactische suggesties: Leeftijdsgroep A (6-7 jarigen) − Concrete gevoelsgeladen ‘onderwerpen’ (kinderen nemen het concrete globaal waar met

    eigen voorliefdes, verlangens, ... nabootsingdrang). − Gevarieerde en veelal kortlopende ‘opdrachten’ (omwille van de onbestendige interesses

    en het vlinderend zoeken). − Speelse en vragen oproepende ‘inhoudelijke invulling’ (het kind houdt van het spel en stelt

    veel vragen, wil zelf beproeven en onderzoeken). Leeftijdsgroep B (8-9 jarigen) − Verbeeldingsrijke ‘onderwerpen’ (ontwikkelend vermogen tot verbeelden, vergelijken, re-

    deneren, veralgemenen, ...). − Meer aandacht vergende ‘opdrachten’ van iets langere duur (omwille van de groeiende zin

    voor objectiviteit (waarnemingszin); tijd- en ruimtebesef, scherpe opmerkingsgave). − Betrekken in de organisatie (groeiende gemeenschapszin - groepswerking -, solidariteits-

    besef, ...). Leeftijdsgroep C (10-11 jarigen) − Waarnemingsverwante ‘onderwerpen’ (werkelijkheidsgebonden ervaringen en belangstel-

    ling/in staat tot logisch denken). − Goed omschreven ‘opdrachten’, niet overladen, toch met voldoende uitdaging (nood aan

    hulp en technische initiatie om het onmachtgevoel van het verstandelijk begrijpen in con- trast met het technisch kunnen te overbruggen).

    Inhoudelijk voor de drie leeftijdsgroepen: − Termen en begrippen (woordenschat) aanleren, samenhangend met kritische houding en

    open geest. Bv. boven(ste kant), ..., onder(aan), (uiterst) links, rechts, midden, voor(aan), achter(ste), tussen, fijn, grof, licht, donker, zwart, wit, ..., plan, bouwsel/constructie maken (construeren), tekenen, stapelen, schilderen, boetseren, ...,

    − Beeldelementen, cultuurgoederen en relaties tussen beeldelementen - bv. licht-schaduw, (com)positie, nabootsing, imitatie, waarnemen (ervaring) - ontdekken, (zie p10 minimum- leerplan: kunstinitiatie, …),

    − Vakoverstijgende (schrijven (schrift), tekenen (papier), boetseren (klei), …) en discipline- overstijgende activiteiten (ver-woord-en van een mening, dans, muziek, enz.) (zie p.10 minimumleerplan: lijn, kleur, vorm, enz.).

    − Stimuleren van het creatief denken. Kinderen zijn gevoelig voor kritiek. Ze vragen waardering voor hun persoonlijke realisaties. Daarom is ook verbale communicatie rond en over de realisaties belangrijk. De onzekerheid die kinderen al dan niet etaleren t.o.v. hun prestaties - verlegenheid, ontevredenheid over het werkstuk, gebrek aan durf en zelfvertrouwen, verlies aan spontaneïteit, ... - kan men counte-

  • ren door te (laten) praten over de realisaties / het werkproces en door hen positief te stimule- ren naast het geven van gepaste begeleiding. Techniek en artistieke uitvoering binnen een welomschreven leerproces, leerlijn, blijven ech- ter hoofddoel ‘ om het onuitspreekbare uit te beelden’. Van kindsbeen af, van bij de geboorte leven, bewegen, handelen we in een huis (huizen) en gebouwen (architectuur). Kinderen komen ook als vanzelfsprekend in contact met kleding (mode), eten en drinken (vormgeving, productdesign). Deze aanwezigheden - architectuur, mode en design - in het dagelijkse leven kunnen dan desgevallend de nodige aandacht krijgen in de ABV. Daarnaast is ook het zoeken van onderwerpen uit de leefwereld, gedachtewereld en fanta- siewereld van de kinderen niet onbelangrijk. 3.2 BEELD EN (MIXED)MEDIA Onder deze hoofding begrijpen we niet alleen de doelstellingen, leerinhouden en leerlijnen die met de klassieke technieken en materialen te maken hebben (houtskool, potlood, verf, klei, plaaster, ... / collage, assemblage, linosnede, schilderen, ...), ook media en mixed-media komen aan bod en zijn onder het begrip ‘beeld’ te verstaan. Media en mixed-media zijn eigentijdse beeldende uitingsvormen die gehanteerd worden in diverse maatschappelijke domeinen. De media maakt zowel in haar hedendaagse (televisie, personal computer (internet), ...) als in haar historische uitingsvormen ((muur)krant, affiche, pamflet, ...) onweerlegbaar gebruik van allerlei kunsttalen (vak- en disciplineoverschrijdend). Voor wat de gebruikte beeldtaal betreft gaat het vooral om de toegepaste kunsten: grafiek, publiciteit, ... die in het verleden al thuishoorden in het onderdeel ‘beeld’, maar die door ook aandacht te schenken aan ‘media’, bewuster aan bod kunnen komen. De leerlingen leren over: licht, schaduw, beweging, geluid, snel/traag, tegenlicht/silhouet, ... Wat ook betekent dat naast communiceren met beelden ook andere kunsttalen (bv; acteren) indien mogelijk aan bod kunnen komen - hanteren. De tastbare resultaten van mixed-media activiteiten zijn veelal beeldende kunstuitingen zoals installaties, performances en aanverwante. Dit wil zeg- gen dat het om opvallende activiteiten gaat die kleur geven aan de routine van het alledaag- se en die wellicht niet meer weg te denken zijn uit het (kunst)leven van deze 21ste E. Je kan ook stellen dat kinderen meer onbevangen en als vanzelfsprekend (meer dan de volwasse- nen) vertrouwd zijn met mode, design, architectuur, televisie, video, film, eerder dan met kunstwerken zoals tekeningen, schilderijen en beeldhouwwerken. Je zou kunnen stellen dat vanuit de dagelijkse omgang met kleding, eetgerei, apparatuur en architectuur het leren ken- nen van beeldhouwkunst, enz. en het leren begrijpen van vormen via het zelf maken en be- leven van beelden het leerproces beheersbaar wordt. 3.2.1 Ontwikkelingsdoelen Aangezien de leerlingen op leeftijd kunnen instappen in gelijk welk leerjaar en er geen voor- afgaande scholingsvereiste LG i.f.v. de MG bepaald is, hebben we geopteerd om voor de doelstellingen, leerinhouden, enz. geen opdeling of aanduiding te geven per leerjaar, noch te groeperen tot graden. De globale opsomming van doelstellingen van dit leerplan wenst op deze wijze ook tegemoet te komen aan de intenties van openheid naar ieder eigen artistiek pedagogisch project en schoolwerkplan. B e e l d : BESCHOUWEN - CREEREN Het pedagogisch-artistiek proces evolueert onophoudelijk in een voortdurende wisselwerking (tussen artistieke ontwikkeling en pedagogische evolutie): • ‘impressies’ opdoen/ het exploreren, • aan impressies vorm geven daarbij gebruikmakend van ‘middelen’ (kennis, vaardigheden,

  • ..., materialen, technieken) / het experimenteren, • beschikken over de nodige middelen om tot ‘expressie’ te komen, een ‘boodschap’ kun-

    nen uiten op een voor hen nieuwe, originele wijze / het vormgeven, actief reflecteren op proces / product als aanzet tot optimalisatie en verderzetting van het proces in de aangevatte leerlijn (= de volgende impressie / exploratie stoelend op deze re- flectie). Reflecteren = evalueren, genieten, beschouwen, ... In oefeningen algemeen beeldende vorming (ABV) dienen de kinderen te worden aange- sproken door het: - bijzonder boeiende van het onderwerp, - intrigerende van de techniek, - functionele of creatieve karakter van het eindresultaat (bruikbaarheid - voldoening zelf-

    expressie), al dan niet in combinatie met elkaar. De techniek mag daarbij als noodzakelijk beschouwd worden. Techniek maakt het mogelijk om het onuitspreekbare uit te spreken. Vermijd wel techniek om de techniek.

    BESCHOUWEN (IMPRESSIES) INHOUD VORM(GEV)ING

    HET EIGEN BEELD BEELD BEELDASPECTEN (wat is de/mijn boodschap?) MATERIALEN en TECHNIEKEN (REFLECTIE) experiment/exploratie/inoefening CREËREN (EXPRESSIE)

    De inhoud staat in relatie tot de vorm die ook afhankelijk is van de materiaalkeuze en de er- aan gekoppelde techniek. Bijvoorbeeld levert ‘een huis bouwen’ in baksteen een ander vor- melijk resultaat op dan het bouwen in beton. Materiaalkeuze heeft met de visie op inhoudelijk vlak te maken (architectuur: plaats, omstandighe