AvdR Webinars

Click here to load reader

  • date post

    07-Mar-2016
  • Category

    Documents

  • view

    222
  • download

    3

Embed Size (px)

description

Grensoverschrijdend Strafrecht

Transcript of AvdR Webinars

  • WWW.AVDRWEBINARS.NL

    WEBINAR 0346

    GRENSOVERSCHRIJDEND STRAFRECHT

    SPREKER MR. I.N. WESKI, ADVOCAAT WESKI HEINRICI ADVOCATEN

    25 SEPTEMBER 2013 15:00 17:15 UUR

  • In samenwerking met vier advocatenkantoren verzorgt de Academie voor de Rechtspraktijk eenreeks webinars waarin de meest recente uitspraken van de Hoge Raad op verschillende rechts-gebieden worden behandeld. Al vanaf oktober 2013 kunt u elke maand deze colleges volgen.Elke eerste vrijdag van de maand worden door specialisten de belangrijkste uitspraken van demaand daarvr met u besproken.

    ProgrammaWebinar 1: 4 oktober 2013 12:00 14:15 uur NautaDutilh N.V.Webinar 2: 1 november 2013 12:00 14:15 uur Ekelmans & Meijer AdvocatenWebinar 3: 6 december 2013 12:00 14:15 uur Pels Rijcken & Droogleever FortuijnWebinar 4: 3 januari 2014 12:00 14:15 uur BarentsKrans N.V.Webinar 5: 7 februari 2014 12:00 14:15 uur NautaDutilh N.V.Webinar 6: 7 maart 2014 12:00 14:15 uur Ekelmans & Meijer AdvocatenWebinar 7: 4 april 2014 (afwijkend tijdstip) 11:00 13:15 uur Pels Rijcken & Droogleever FortuijnWebinar 8: 2 mei 2014 12:00 14:15 uur BarentsKrans N.V.Webinar 9: 6 juni 2014 12:00 14:15 uur NautaDutilh N.V.Webinar 10: 4 juli 2014 12:00 14:15 uur Ekelmans & Meijer Advocaten

    SprekersMr. F.E. Vermeulen, advocaat NautaDutilh N.V.Prof. mr. B.F. Assink, advocaat NautaDutilh N.V. Mr. B.F.L.M. Schim, advocaat NautaDutilh N.V.Mr. R.J. van Galen, advocaat NautaDutilh N.V.Mr. D. Rijpma, advocaat Ekelmans & Meijer AdvocatenMr. A. van Staden ten Brink, advocaat Ekelmans & Meijer AdvocatenMr. K. Teuben, advocaat Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.Mr. S.M. Kingma, advocaat Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.Mr. M.W. Scheltema, advocaat Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.Mr. M.E.M.G. Peletier, advocaat Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.Mr. J.W.H. Van Wijk, advocaat Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.Mr. J.C. van Nass, advocaat BarentsKrans N.V.

    Bezoek onze website voor meer informatie: www.magnacharta.avdrwebinars.nlT 030 - 220 10 70 | F 030 - 220 53 27E info@magnacharta.nl

    Magna Charta is onderdeel van de Academie voor de Rechtspraktijk

    Magna Charta Webinars

    Uitspraken Hoge Raad besproken

    W E B I N A R S

    LIVE & ON DEMAND

  • 3

    Inhoudsopgave

    Mr. I.N. Weski

    Jurisprudentie

    Toetsing gegrondheid/proportionaliteit van startinformatie

    EHRM, 25 maart 1998, NJ 2001, 459 (Kopp vs Zwitserland) p. 5

    EHRM, 24 augustus 1998 (Lambert vs Frankrijk) p. 20

    EHRM, 28 augustus 1992 (Artner vs Oostenrijk) p. 24

    EHRM, 7 oktober 1991 (Nemet vs Zweden) p. 37

    Rechtbank Amsterdam, 29 mei 2002, NbSr 2002,292 p. 51

    Toetsing van buitenlandse (start)informatie

    Hoge Raad, 8 februari 2000, NJ 2000, 538 p. 55

    Hoge Raad, 15 oktober 2002, NJ 2003, 85 p. 72

    Hoge Raad, 15 oktober 2002, NBSTRAF 2002/260 p. 79

    Rechtbank Zwolle, 3 mei 2007, LJN: BA4345 p. 82

    Artikel 7, tweede lid, van de Regeling Buitenlandse Verbindingsofficieren p. 88

    Hof Amsterdam, 14 oktober 2011, LJN: BT8411 p. 89

    Soevereiniteit

    Hoge Raad, 27 mei 2003, NS 2003, 247 en LJN: AF7317 (gevolgen voor

    de overlevering) p. 107

    Hof Den Haag, 3 maart 1998, NJ 1998,923 p. 111

    EHRM, 16 maart 1998 (Beer en Regan vs Duitsland) p. 113

    EHRM, 18 februari 1999 (Waite en Kennedy vs Duitsland) p. 115

    De artikelen 14, 31 en 41 en 43(1) VWCV p. 138

    Hoge Raad, 2 maart 1993, NJ 1993, 677 p. 140

    Hoge Raad, 17 april 2012, LJN: BV9070 p. 144

  • 4

    Ne bis in idem

    EHRM, 11 februari 2003, Guzutok (C-187/01) en Brugge (C-385/01) p. 148

    EHRM, 23 oktober 1995 (Gradinger) p. 159

    Hoge Raad, 19 november 1996, NJ 1997, 155 p. 161

    De artikelen 552l Sv, 552k Sv jo. Artikel 13 Bpolr en het voorbehoud bij

    artikel 2 Eur. Verdrag wederzijdse hulp in strafzaken beogen p. 170

    Hoge Raad, 26 april 1988, NJ 1989, 186 p. 173

    Artikel 552l, eerste lid onder b, artikel 552qa e.v. Sv. p. 177

    Hoge Raad, 5 oktober 2010, LJN: BL5629 p. 179

    Buitenlandse pleabargain

    Hoge Raad, 23 mei 1995, NJ 1995,683 p. 223

  • 5

    NJ 2001, 459: Afluisteren telefoongesprekken advocaat. Schending 8 EVRM

    gelet op ontbreken duidelijke en precieze waarborgen in het recht.

    Instantie: Europees Hof voor de Rechten van de Mens Datum: 25 maart

    1998

    Magistraten:

    Bernhardt, Thr Vilhjlmsson, Pettiti, Russo, Spielmann, Morenilla, Baka, Wildhaber,

    Voicu

    Zaaknr: 23224/94

    Conclusie: - LJN: AD4192

    Noot: G. Knigge Roepnaam: -

    Brondocumenten: ECLI:NL:XX:1998:AD4192, Uitspraak, Europees Hof voor de

    Rechten van de Mens, 25031998 Wetingang: EVRM art. 8

    Brondocument: EHRM, 25-03-1998, nr 23224/94

    Essentie

    Afluisteren telefoongesprekken advocaat. Schending art. 8 gelet op ontbreken duidelijke

    en precieze waarborgen in het recht.

    SamenvattingNaar boven

    Het afluisteren van zowel de zakelijke als de priv-telefoonlijnen van de advocaat Kopp

    leverde een inbreuk op verzoekers recht op eerbiediging van zijn private life en correspondence (art. 8 lid 1 EVRM). Het al dan niet gebruiken van het aldus verkregen materiaal heeft hierop geen invloed.

    Gelet op de uitleg van het nationale recht door de Zwitserse autoriteiten was het

    afluisteren in accordance with the law. Met betrekking tot de foreseeability schiet het Zwitserse recht echter tekort. Het Zwitserse recht omschrijft niet met voldoende precisie hoe, onder welke omstandigheden

    en door wie onderscheid wordt gemaakt tussen informatie die een advocaat in die

    hoedanigheid verkregen heeft en informatie die betrekking heeft op andere

    werkzaamheden. Bovendien is het verbazingwekkend dat deze taken in de praktijk

    werden verricht door een ambtenaar van de juridische afdeling van de PTT, een lid van

    de uitvoerende macht, zonder toezicht door een onafhankelijke rechter.

    De advocaat had derhalve niet de in een democratische rechtstaat vereiste

    minimumbescherming door het recht genoten.

    Conclusie: schending van art. 8 (unaniem).[1]

    Partij(en)

    Kopp,

    tegen

    Zwitserland.

    Uitspraak

    Ten aanzien van de feiten

    I. De omstandigheden van het geval

    De heer Hans W. Kopp, geboren in 1931 en Zwitsers onderdaan, was voorheen advocaat

    in Zrich.

    A. De achtergronden van de zaak

    De echtgenoot van verzoeker, mw. Elisabeth Kopp, was lid van de Federale Raad en

    hoofd van het Federale Departement van Justitie en Politie van 1984 tot aan haar

    ontslagneming in januari 1989.

    Op 28 februari kreeg de heer Hauser, een kantoorgenoot van Advocatenkantoor Kopp

    c.s., het verzoek van een clint om een onderzoek te doen naar de rechtmatigheid van

    een rechtshulpverzoek van de Verenigde Staten aan Zwitserland met betrekking tot een

    fiscale kwestie. Na bestudering van het dossier weigerde de heer Hauser om de zaak in

  • 6

    behandeling te nemen, op grond van een interne richtlijn van het kantoor, inhoudende

    dat leden van het kantoor geen zaken mochten aannemen die betrekking hadden op het

    Federale Departement van Justitie en Politie, waarvoor mw. Kopp verantwoordelijk was.

    Het dossier werd derhalve overgedragen aan een ander advocatenkantoor in Zrich. Dit

    kantoor richtte op 10 juni 1988 een verzoek tot inzage in het rechtshulpverzoek aan het

    Federale Politie Departement. Daarop ontving het kantoor een geschoonde versie van dit document. Een vertrouwelijk gedeelte ervan, met betrekking tot georganiseerde

    criminaliteit werd achtergehouden.

    In november 1988 verscheen in de media een bericht over een bedrijf waarvan de heer

    Kopp vice-president van de raad van bestuur was en dat werd beschuldigd van witwas-

    praktijken. Op verzoek van zijn vrouw was de heer Kopp echter al in oktober

    teruggetreden als vice-president van het bedrijf. Daarop kwam zijn vrouw onder de

    verdenking te staan geheime informatie te hebben prijsgegeven. Nadat haar echtgenoot

    van nog andere strafbare feiten werd verdacht werd mw. Kopp gedwongen ontslag te

    nemen.

    Daarop stelde het Zwitserse parlement een parlementaire enqute in naar de wijze van

    ambtsvervulling door mw. Kopp, en de omstandigheden die hadden geleid tot haar

    ontslag. Kort na de instelling van de enqute-commissie op 31 januari 1989 kreeg de

    voorzitter van de commissie, de heer Leuenberger, de informatie dat ene X een Amerikaans staatsburger van de heer Kopp in ruil voor 250.000 Zw. Frs. een document zou hebben verkregen, dat het Departement van Politie en het Federale

    Gerecht hadden geweigerd hem ter inzage te geven. Leuenberger kreeg deze informatie

    van ene Y, die zijn informatie weer ontleende aan ene Z. Vervolgens kwam aan het licht

    dat de naam van X genoemd werd in het vertrouwelijke gedeelte van het Amerikaanse

    rechtshulpverzoek, dat informatie bevatte over diens rol in een criminele organisatie.

    Daarom rees de verdenking dat iemand die was verbonden aan het Federale

    Departement van Justitie en Politie wellicht in strijd met zijn geheimhoudingsplicht het

    vertrouwelijk document had verstrekt.

    B. Het verloop van het onderzoek en het aftappen van de telefoons van verzoeker

    Op 21 november 1989 opende de Federale openbare aanklager een onderzoek tegen een

    of meer onbekende personen met het doel informant Y te ondervragen en te